Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Intaco augustus 4

Total questions: 83

Worksheet time: 42mins

Name
Class
Date
1.

Het ijsje is lekker ==> het (a)   ijsje

2.

de kat is bang ==> de (a)   kat.

3.

de baby is klein ==> de (a)   baby.

4.

Vul je naam in: ..........................

4 lines
5.

De meisjes in de klas zijn mooi. ==> de (a)   meisjes.

6.

De ijsvogel vliegt in de lucht.

vliegt is ...

a)

een zelfstandig naamwoord

b)

een lidwoord

c)

een werkwoord

d)

een bijvoeglijk naamwoord

7.
De (blauw) .................. jas.
a)
blauwe
b)
blauw
c)
blauwen
8.
Een (mooi) ..................... jas.
a)
mooie
b)
mooi
c)
mooien
9.
Het (papier) ............... huisje
a)
papiere
b)
papier
c)
papieren
10.
Een (staal) ............ huisje.
a)
stale
b)
staal
c)
stalen
11.
Het (leuk) ...................... bootje.
a)
leuke
b)
leuk
c)
leuken
12.
De (goud) ............. ring.
a)
goude
b)
goud
c)
gouden
13.
Een (groen) ................... boom.
a)
groene
b)
groen
c)
groenen
14.
Het (vies) ................ haar.
a)
viese
b)
vieze
c)
vies
d)
viesen
15.

het ....programma

a)

populair

b)

populaire

16.

het .... cijfer

a)

laag

b)

lage

17.

het .... konijn

a)

witte

b)

wit

18.

het .... koekje

a)

halfe

b)

halve

19.

het .... snoepje

a)

zure

b)

zuure

20.

Wat is het meervoud van: de jongen

a)

De jongen's

b)

De jongens

c)

De jongenen

d)

De jongennen

21.

Wat is het meervoud van: het meisje

a)

Het meisjes

b)

De meisjes

c)

De meisje's

d)

Het meisje's

22.

Wat is het meervoud van: het potlood

a)

De potloden

b)

De potlooden

c)

De potloods

d)

Het potlooden

23.

Wat is het meervoud van: De kip

a)

De kipen

b)

De kip's

c)

De kips

d)

De kippen

24.

Wat is het meervoud van: De deur

a)

De deurs

b)

De deur's

c)

De deuren

d)

De deurren

25.

Wat is dit?

a)

de aardappel

b)

de ardappel

c)

het aardappel

d)

het ardappel

26.

Wat is dit?

a)

de ajuin

b)

de perzik

c)

de bloemkool

d)

de appelsien

27.

Wat is dit?

a)

de pumpkin

b)

de venkel

c)

de courgette

d)

de pompoen

28.

Wat is dit?

a)

de aardbei

b)

de framboos

c)

de druif

d)

de peer

29.

Wat is dit?

a)

de appel

b)

de mandarijn

c)

de bes

d)

de perzik

30.

Wat is dit?

a)

de wortel

b)

de asperge

c)

de bonen

d)

de aubergine

31.

Welk stuk fruit zie je hier?

a)

Apol

b)

Apeel

c)

Appel

d)

Apple

32.

Welk stuk fruit zie je hier?

a)

Keers

b)

Kerz

c)

Kers

d)

Kars

33.

Wat is geen groente?

a)

Tomaat

b)

appel

c)

komkommer

d)

prei

34.

Wat is geen fruit?

a)

banaan

b)

drakenvrucht

c)

witloof

d)

kiwi

35.

welk kraam is dit?

a)

frietkraam

b)

groentenkraam

c)

fruitkraam

d)

snoepkraam

36.

Dit is ...

a)

spinazie

b)

look

c)

paprika

d)

bloemkool

37.

Wat zie je hier?

a)

de wolken

b)

de zon

c)

de paraplu

d)

de sneeuw

38.

Wat zie je hier?

a)

de sneeuw

b)

de hagel

c)

de regenboog

d)

de zon

39.

Wat zie je hier?

a)

de hagel

b)

de sneeuw

c)

de regen

d)

het onweer

40.

Wat zie je hier?

a)

de parasol

b)

de regenjas

c)

de paraplu

d)

de regen

41.

Wat zie je hier?

a)

de zon

b)

de regen

c)

de regenboog

d)

de regenjas

42.

Wat zie je hier?

a)

de regenboog

b)

de regen

c)

de zon

d)

de regenjas

43.

Wat zie je hier?

a)

de sneeuwman

b)

de zon

c)

de hagel

d)

de sneeuw

44.

Wat kan je maken met sneeuw?

a)

de sneeuwman

b)

de regenboog

c)

de paraplu

d)

het zandkasteel

45.

Wat zie je hier?

a)

de wolk

b)

de regen

c)

de sneeuw

d)

de zon

46.

Wat doe je aan als het regent?

a)

een trui

b)

een t-shirt

c)

een regenjas

d)

een paraplu

47.

Wat houd je boven je hoofd als het regent?

a)

een zon

b)

een jas

c)

een paraplu

d)

een parasol

48.

Wat zet je op je hoofd als het erg koud is?

a)

een sjaal

b)

de hoed

c)

een paraplu

d)

een muts

49.

Wat zet je op je neus als de zon hard schijnt?

a)

een zonnebril

b)

een bril

c)

een hoed

d)

een sjaal

50.

Wat doe je rond je nek als het koud is?

a)

een zonnebril

b)

een muts

c)

een sjaal

d)

een hoed

51.

Wat zie jij?

a)

Het is bewolkt.

b)

De zon schijnt.

c)

Het bliksemt.

d)

Er is veel wind.

52.

Wat zie jij?

a)

Het bliksemt.

b)

Het dondert.

c)

Het is bewolkt.

d)

Het is zonnig.

53.

Wat zie jij?

a)

Het bliksemt.

b)

Het dondert.

c)

Het sneeuwt.

d)

Het vriest.

54.

Wat zie jij?

a)

Het dondert.

b)

Het regent.

c)

Het sneeuwt.

d)

Het vriest.

55.

Wat zie jij?

a)

Het sneeuwt.

b)

Er is veel wind.

c)

Het bliksemt.

d)

Het is bewolkt.

56.

In welk seizoen draagt de aap een muts en een sjaal?

a)

de lente

b)

de winter

c)

de herfst

d)

de zomer

57.

Welk seizoen past bij deze foto?

a)

de lente

b)

de zomer

c)

de winter

d)

de herfst

58.

Welke zin past bij het plaatje?

a)

Doe een dikke jas aan.

b)

Doe een korte broek aan.

c)

Doe een zwembroek aan.

d)

Doe je sandalen aan.

59.

Wat zie jij?

a)

de regen

b)

de sneeuw

c)

de mist

d)

de hagel

60.

Welk seizoen past bij deze foto?

a)

de lente

b)

de zomer

c)

de winter

d)

de herfst

61.

Welk seizoen past bij deze foto?

a)

de lente

b)

de zomer

c)

de winter

d)

de herfst

62.

Wat zie jij?

a)

Het is warm.

b)

Het regent.

c)

Het is koud.

d)

Het is zonnig.

63.

Wat zie jij?

a)

Het is warm.

b)

Het regent.

c)

Het is koud.

d)

Het is zonnig.

64.
a)
Er is veel wind.
b)
Het regent.
c)
Het sneeuwt.
d)
Het bliksemt.
65.
a)
Er is veel wind.
b)
De zon schijnt.
c)
Het vriest.
d)
Het regent.
66.

a)

Het hagelt

b)

Het waait

c)

Het vriest

67.

De 4 seizoenen zijn: de winter, de zomer, de herfst en...

(a)  

68.

Waar ligt Oostende?

a)

In Oost-Vlaanderen

b)

In de kust

c)

Aan de kust

d)

In het binnenland

69.

Het bliksemt.

a)
b)
c)
d)
70.

Voor vandaag verwachten ze 28 (a)  

71.

Welke zin is juist?

a)

Het is nog niet 24 graden.

b)

Het is nog 24 graden niet.

c)

Het is nog geen 24 graden.

d)

Het is geen nog 24 graden.

72.

Hoeveel graden is het hier?

a)

27°C

b)

-27°C

c)

10°C

73.

welk woord past hier?

a)

sneeuw

b)

rijp

c)

ijzel

74.

Het is halftwee

a)

13h30

b)

14h30

c)

12h30

75.

Het is kwart voor zeven.

a)

6h45

b)

18h45

c)

7h45

d)

7h15

76.

Het is kwart over drie.

a)

3h15

b)

15h15

c)

3h45

d)

15h45

77.

Het is tien voor vier.

a)

15h50

b)

3h50

c)

16h50

d)

6h50

78.

Het is tien over zes.

a)

18h10

b)

6h10

c)

7h50

d)

18h50

79.

Het is acht uur

a)

8 uur

b)

20 uur

c)

7 uur

80.

Het is halftien

a)

10h30

b)

09h30

c)

11h30

81.

Welke vlag is van België?

a)
b)
c)
d)
82.

Wat is de hoofdstad van België?

a)

Brugge

b)

Antwerpen

c)

Sint-Jans-Molenbeek

d)

Brussel

83.

Hoeveel provincies heeft België?

a)

9

b)

10

c)

11

d)

12