wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Tijdvak 1 + 2

Total questions: 11

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De levenswijze van jagers en verzamelaars

b)

Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

c)

Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

2.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De levenswijze van jagers en verzamelaars

b)

Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

c)

Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

3.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De levenswijze van jagers en verzamelaars

b)

Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

c)

Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

4.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De levenswijze van jagers en verzamelaars

b)

Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

c)

Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

5.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De levenswijze van jagers en verzamelaars

b)

Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

c)

Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

6.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

"Heeft een bouwmeester een huis gebouwd dat instort, en de bewoner wordt daarbij gedood, dan zal die bouwmeester gedood worden; wordt de zoon van de bewoner gedood, dan zal de zoon van de bouwmeester gedood worden.”

Uit het wetboek van koning Hammoerabi

a)

De levenswijze van jagers en verzamelaars

b)

Het ontstaan van landbouw en landbouwsamenlevingen

c)

Het ontstaan van de eerste stedelijke gemeenschappen

7.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

"Het heelal is de naam die door het merendeel van de astronomen gegeven wordt aan de sfeer waarvan het middelpunt gelegen is in het middelpunt van de aarde. Aristarchus van Samos heeft in zijn geschriften bepaalde hypothesen verdedigd die zouden aantonen dat het Heelal veel groter is dan men tot nu toe heeft geleerd. Hij veronderstelt dat de vaste sterren en de zon onbeweeglijk blijven, en dat de aarde cirkelvormig wentelt rond de zon, die dus in het midden van de kringloop der aarde is gelegen, maar het is duidelijk dat dit onmogelijk is".

Archimedes over het heelal

a)

De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat

b)

De groei van het Romeinse Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

c)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

d)

De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-Europa

e)

De ontwikkeling van het Jodendom en christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten

8.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

"De Sueben zijn verreweg de grootste en krijgshaftigste natie van alle Germanen. Men zegt, dat zij honderd gauwen hebben, waaruit zij telken jare duizend gewapende over de grenzen zenden, om krijgstochten te ondernemen. De anderen, die thuis blijven, zorgen voor het onderhoud van zich en van hen, die zijn uitgetrokken. Het jaar daarop trekken wederom op hun beurt de achtergeblevenen uit en blijven de anderen thuis. Zo verwaarlozen zij noch de landbouw, noch de kennis en de oefening van de oorlog. Eigen privaat grondbezit bestaat bij hen niet; ook mag men niet langer dan een jaar op dezelfde plaats blijven wonen. Zij leven ook niet zozeer van graan, maar grotendeels van de melk en het vlees van hun vee; bovendien houden zij zich veel met de jacht bezig".

Gedeelte uit het boek De bello Gallico van Caesar.

a)

De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat

b)

De groei van het Romeinse Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

c)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

d)

De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-Europa

e)

De ontwikkeling van het Jodendom en christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten

9.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat

b)

De groei van het Romeinse Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

c)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

d)

De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-Europa

e)

De ontwikkeling van het Jodendom en christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten

10.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

a)

De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat

b)

De groei van het Romeinse Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

c)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

d)

De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-Europa

e)

De ontwikkeling van het Jodendom en christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten

11.

Bij welk kenmerkend aspect hoort deze bron?

“… dat zij altijd op een bepaalde dag voordat het licht wordt samenkomen en om beurten bij zich een gebed zeggen tot Christus als God, verder beloven ze plechtig, dat zij niet een of andere misdaad begaan, in ieder geval niet stelen, noch roverij noch overspel plegen, noch een woord niet nakomen, noch opgevraagd in bewaring gegeven goed weigeren terug te geven. Als ze dat hebben gedaan zijn ze gewoon uiteen te gaan en verder nemen ze een maaltijd tot zich, gemeenschappelijk en veilig.”

Een Romeinse schrijver over de christenen.

a)

De ontwikkeling van het wetenschappelijk denken en het denken over burgerschap en politiek in de Griekse stadstaat

b)

De groei van het Romeinse Imperium waardoor de Grieks-Romeinse cultuur zich in Europa verspreidde

c)

De klassieke vormentaal van de Grieks-Romeinse cultuur

d)

De confrontatie tussen de Grieks-Romeinse cultuur en de Germaanse cultuur in Noordwest-Europa

e)

De ontwikkeling van het Jodendom en christendom als de eerste monotheïstische godsdiensten