wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Contact H1-3

Total questions: 20

Worksheet time: 33mins

Name
Class
Date
1.

Waar komt u vandaan?

a)

Ik kom Oekraine uit

b)

Ik komt uit Oekraine

c)

Ik kom uit Oekraine

d)

Oekraine

2.

Hoe heet je?

a)

Mijn naam is Niko

b)

Ik woon in Almere

c)

Je heet Niko

d)

Ik ben 32

3.

Antwoord: Ik ben studentin.

Wat is de vraag?

a)

Hoe spel je dat?

b)

Wat voor werk doe je?

c)

Wat studeer je?

d)

Wat is je geboortedatum?

4.

Antwoord: Ik spreek nog Engels en een beetje Nederlands.

Wat is de vraag?

a)

Wat is je moedertaal?

b)

Welke nationaliteit heb je?

c)

Welke talen spreekt u nog verder?

d)

Welke taal spreek je?

5.

Как попрощаться по-голландски? (пока, до встречи, до свидания, до скорого)

Впишите.

(a)  

6.

Wat is uw woonplaats?

Ответ нужно дать полным предложением.

(a)  

7.

Op welke dag heb je nederlandse les?

a)

Op donderdag

b)

op vrijdag

c)

op diensdag

d)

op woensdag

8.

Wanneer is het museum open?

a)

Op maandag van negen to zes uur

b)

Iedere dag behalve zondag

c)

Iedere dag van zes tot negen uur

d)

Iedere dag van negen tot zes uur

9.

Antwoord: -Dat is goed. Wanneer zullen we afspreken?


Wat is de vraag?

a)

Zullen we naar het cafe gaan?

b)

Zullen we iets drinken?

c)

Kunt u dat nog eens zeggen?

d)

Mag ik u iets vragen?

10.

Hoe gaat het met je?

(a)  

11.

Wat vindt u lekkerder - vis of vlees?


Ответ должен быть дан полным предложением.

(a)  

12.

Выберите правильный вариант перевода:

Я не могу в среду. В среду у меня нет времени.

a)

Ik kunt niet op woensdag. Op woensdag heb ik geen tijd.

b)

Ik wil niet op woensdag. Op woensdag ik heb geen tijd.

c)

Ik kan niet op woensdag. Op woensdag heb ik geen tijd.

d)

Ik kan niet op woensdag. Op woensdag ik heb geen tijd.

13.

Heb je zin om the studeren?

a)

Nee ik heb zin om te studeren

b)

Nee ik heb zin om studeren

c)

Nee ik heb geen zin studeren

d)

Nee ik heb geen zin om te studeren

14.

Doet u maar twee ons kaas.

Выберите правильный вариант перевода.

a)

Дайте пожалуйста двести грамм сыра

b)

Сделайте нам две унции колбасы

c)

Нас двое сделайте сыра

d)

Будьте добры сыра три унции

15.

Вам нужно купить вина и мяса. Где будете покупать?

a)

in een viswinkel en slijterij

b)

in een bakkerij en slagerij

c)

in een slagerij en slijterij

d)

in een bakkerij en kaaswinkel

16.

Ik wil gezond eten. Wat moet ik kopen?

a)

groente, fruit en vis of vlees

b)

vleeswaren en kant-en-klare maaltijden

c)

peulvruchten en wijntje

d)

eieren en brood

17.

Ik drink graag koffie, maar liever drink ik witte wijn. En jij?


напишите ответ полным предложением.

4 lines
18.

Wanneer sta je normaal op?

a)

Normaal sta ik vroeg op.

b)

Normaal sta ik tussen de middag op.

19.

Poets je je tanden?

a)

Nee dat vind ik niet nodig

b)

Ja ik poets mijn tanden iedere dag

20.

Welke activiteiten zijn huishouden?

a)

televisiekijken

b)

stofzuigen

c)

ramen lapen

d)

dweilen