wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kennistoetsvragen

Total questions: 14

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Een 73-jarige vrouw met longkanker ontwikkelt een nefrotisch syndroom. Wat is de meest waarschijnlijke oorzaak van haar nefrotisch syndroom?

a)

Amyloidose

b)

Focale segmentale glomerulosclerose

c)

Membraneuze glomerulopathie

2.

Welk middel bindt aan het CD20-antigeen op B-cellen en induceert celdood?

a)

Nivolumab

b)

Infliximab

c)

Rituximab

d)

Tocilizumab

3.

Welke van onderstaande tumorkenmerken heeft GEEN invloed op de keuze voor adjuvante systeemtherapie bij een mammacarcinoom?

a)

Tumorgrootte

b)

Tumormarker CA 15.3

c)

Hormoonreceptorstatus

d)

Lymfeklierstatus

4.

Wat is de belangrijkste reden dat patiënten met multipel myeloom gevoeliger zijn voor infecties met gekapselde bacteriën?

a)

Gestoorde cellulaire immuniteit

b)

Gestoorde humorale immuniteit

c)

Functionele asplenie

5.

Een 68-jarige man met een blanco voorgeschiedenis presenteert zich op de Spoedeisende Hulp met een epileptisch insult. Bij een MRI worden multipele afwijkingen gezien, sterk verdacht voor hersenmetastasen. Welke primaire maligniteit is de meest waarschijnlijke oorzaak?

a)

Blaascarcinoom

b)

Coloncarcinoom

c)

Longcarcinoom

d)

Prostaatcarcinoom

6.

Welk type chemotherapie is het meest geassocieerd met hartfalen?

a)

Alkylerende middelen, zoals cyclofosfamide

b)

Antracyclines, zoals adriamycine

c)

Fluoropyrimidines, zoals capecitabine

d)

Platinumverbindingen, zoals cisplatinum

7.

Een 76-jarige man is opgenomen vanwege een algehele malaise en gewichtsverlies. Een echo van de buik toont meerdere levertumoren. Bloedonderzoek toont een sterk verhoogd alfa-1-foetoproteïne. Wat is de meest waarschijnlijke lokalisatie van de primaire tumor?

a)

Colon

b)

Galwegen

c)

Lever

d)

Pancreas

8.

Een patiënt heeft een testiscarcinoom met lymfekliermetastasen en longmetastasen. De primaire tumor is verwijderd. Behandeling met chemotherapie wordt gestart. Wat is het doel van deze behandeling?

a)

Palliatie

b)

Genezing

9.

Immuuntherapie wordt toegepast in de behandeling van kanker. Welke van onderstaande bijwerkingen is het MINST gerelateerd aan behandeling met immuuntherapie?

a)

Diarree

b)

Neutropenie

c)

Huiduitslag

d)

Hypothyreoïdie

10.

Een patiënte wordt behandeld met nivolumab (anti-PD1 antilichaam) en ipilimumab (anti-CTLA4 antilichaam). Na vier kuren krijgt zij ernstige diarree, meer dan 10 keer per dag. Welke behandeling is naast volumetherapie nu het meest aangewezen?

a)

Metronidazol

b)

Loperamide

c)

Prednisolon

11.

Bij een 74-jarige man wordt vanwege moeheid bloedonderzoek gedaan. Dit toont een hemoglobine van 7.5 mmol/L (normaal 8.5-11.0), trombocyten van 88 x 109/L (normaal 150-400) en lymfocytose van 88 x 109/L (normaal 1-3.5 x 109) met in de uitstrijk Gumprechtse schollen. Immunofenotypering toont CD19-, CD5- en CD23-positieve lymfocyten. Wat is in deze patiënt de meest waarschijnlijke diagnose?

a)

Folliculair lymfoom

b)

Chronische lymfatische leukemie

c)

Leukemisch mantelcellymfoom

d)

Acute lymfatische leukemie

12.

Aromataseremmers worden gebruikt in de behandeling van borstkanker. Wat wordt geremd door aromataseremmers?

a)

De binding van oestrogenen aan de oestrogeenreceptoren

b)

De extraovariële productie van oestrogenen

c)

De ovariële functie

13.

Welk paraneoplastisch syndroom wordt gekenmerkt door de combinatie van een jeukende huidafwijking, myopathie en in het laboratorium een verhoogd CK?

a)

Dermatomyositis

b)

Lambert-Eaton syndroom

c)

Limbische encefalitis

d)

Myastheen syndroom

14.

Een 56-jarige man in goede klinische conditie heeft een lokaal resectabel pancreascarcinoom met één pathologisch bewezen levermetastase. Welke behandeling is het meest aangewezen?

a)

Palliatieve chemotherapie

b)

Resectie van zowel primaire tumor als van de levermetastase, gevolgd door adjuvante chemotherapie

c)

Stereotactische bestraling van zowel primaire tumor als de levermetastase