Font size
Worksheetswerkwoorden spaans fuentes beginners 1
Total questions: 143
Worksheet time: 2hrs 23mins
entender
(a)
begrijpen
(a)
dansen
(a)
bailar
(a)
escribir
(a)
schrijven
(a)
trabajar
(a)
werken
(a)
vivir
(a)
wonen
(a)
estudiar
(a)
studeren
(a)
leer
(a)
lezen
(a)
ser
(a)
llamarse
(a)
heten
(a)
correr
(a)
rennen
(a)
reizen
(a)
viajar
(a)
escribir
(a)
schrijven
(a)
cocinar
(a)
koken
(a)
comer
(a)
eten
(a)
tener
(a)
hebben
(a)
compartir
(a)
delen
(a)
ayudar
(a)
helpen
(a)
hablar
(a)
spreken
(a)
comprender
(a)
begrijpen
(a)
llamarse
(a)
bellen
(a)
tomar
(a)
nemen
(a)
aprender
(a)
vender
(a)
verkopen
(a)
abrir
(a)
openen
(a)
cantar
(a)
zingen
(a)
comprir
(a)
kopen
(a)
limpiar
(a)
schoonmaken
(a)
desear
(a)
wensen
(a)
esperar
(a)
verwachten
(a)
llegar
(a)
krijgen, aankomen, arriveren
(a)
escuchar
(a)
luisteren (naar)
(a)
pagar
(a)
betalen
(a)
nemen
(a)
tomar
(a)
ser / estar
(a)
zijn
(a)
ir
(a)
gaan
(a)
saber
(a)
weten
(a)
tener que
(a)
moeten
(a)
creer
(a)
geloven
(a)
querer
(a)
willen
(a)
preparar
(a)
voorbereiden, klaarmaken
(a)
irse
(a)
weggaan
(a)
zich douchen
(a)
(zich) douchen
(a)
afeitarse
(a)
(zich) scheren
(a)
maquillarse
(a)
make-up opdoen, opmaken
(a)
(zich) wassen
(a)
lavarse
(a)
levantarse
(a)
opstaan
(a)
despertarse
(a)
wakker worden
(a)
ir de compras
(a)
winkelen, shoppen
(a)
salir con
(a)
uitgaan met
(a)
salir
(a)
vertrekken uitgaan
(a)
ver
(a)
zien
(a)
empezar
(a)
beginnen
(a)
jugar
(a)
spelen
(a)
desayunar
(a)
ontbijten
(a)
almorzar
(a)
middageten lunchen
(a)
bañarse
(a)
cenar
(a)
dineren, avondeten
(a)
comer
(a)
eten (tussen de middag)
(a)
conocer
(a)
kennen, leren kenen
(a)
contar
(a)
descansar
(a)
uitrusten
(a)
hacer
(a)
doen, maken
(a)
pensar
(a)
nadenken (over een oplossing)
(a)
quedar
(a)
afspreken
(a)
tener hambre
(a)
honger hebben
(a)
tener sed
(a)
dorst hebben
(a)
buscar
(a)
zoeken
(a)
querer
(a)
preferir
(a)
verkiezen
(a)
poder
(a)
kunnen
(a)
pedir
(a)
vragen
(a)
sonreír
(a)
glimlachen
(a)
medir
(a)
meten
(a)
repetir
(a)
herhalen
(a)
