wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

B3A onderwerp etc

Total questions: 20

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Het onderwerp is een hele zin
a)
Juist
b)
Onjuist
2.
Deelonderwerpen zijn hetzelfde als tussenkopjes
a)
Onjuist
b)
Juist 
3.
De titel is het onderwerp van een tekst
a)
Juist
b)
Onjuist
4.
Hoofdzaken zijn ... 
a)
Erg belangrijk 
b)
Niet zo belangrijk om een tekst te begrijpen
5.

Wat is de bron van de tekst?

a)

rood met witte strepen

b)

www.artsenzondergrenzen.nl

c)

Artsen zonder Grenzen

d)

Tekst 1

6.

Wat is de bron van de tekst?

a)

rood met witte strepen

b)

www.artsenzondergrenzen.nl

c)

Artsen zonder Grenzen

d)

Tekst 1

7.

Waar de tekst over gaat is:

a)

de hoofdgedachte

b)

het thema

c)

het onderwerp

d)

de titel

8.

Om het onderwerp te vinden, lees je de tekst

a)

precies.

b)

zoekend.

c)

globaal.

d)

oriënterend.

9.

Welke functie heeft de inleiding van een tekst meestal?

(a)  

10.

Een deelonderwerp bestaat uit

a)

1 of meer alinea's

b)

maximaal 1 alinea

c)

minimaal 2 alinea's

11.

Wat lees je vaak in het slot van een tekst? Vink aan:

a)

Samenvatting

b)

Een voorbeeld of anekdote

c)

Iets om het verhaal rond te maken

d)

Introductie van een deelonderwerp

e)

Conclusie

12.

Alle teksten hebben een slot:

a)

Ja natuurlijk!

b)

Nee, een nieuwsbericht bijv. vaak niet.

13.

Deelonderwerpen zijn

a)

andere tekstdelen

b)

verschillende aspecten (kanten, delen) van het onderwerp

c)

de belangrijkste informatie over het onderwerp

d)

alinea's met tussenkopjes

14.

Welke tekstdoelen zijn er (vink ze allemaal aan)

a)

activeren

b)

informeren

c)

verleiden

d)

overtuigen

e)

amuseren

15.

Welke tekstsoort is bedoeld om te amuseren?

a)

gebruiksaanwijzing, instructie of recept

b)

betoog, ingezonden brief of recensie

c)

roman, rap of kort verhaal

d)

reclamefolder, advertentie of affiche

16.

Waar vind je de kernzin?

a)

Alleen in de inleiding

b)

Alleen in de kern

c)

Alleen in het slot

d)

In elke alinea

17.

Welke functies kan een illustratie hebben? (Er zijn meerdere antwoorden goed)

a)

Een versierende functie

b)

De aandacht trekken

c)

Een illustratie heeft nooit een functie

d)

De tekst is beter te begrijpen

18.

Waar staat de bron van een tekst?

a)

Bovenaan naast de titel

b)

Onderaan de tekst

c)

Dat staat nooit bij de tekst

19.

De kernzin is ...

a)

De belangrijkste zin van de inleiding

b)

De belangrijkste zin van het slot

c)

De belangrijkste zin van een alinea

d)

De belangrijkste zin van een tekst

20.

Het slot van een tekst wordt nooit gebruikt om

a)

een samenvatting te geven

b)

het onderwerp in te leiden

c)

een conclusie te trekken

d)

een aanbeveling te doen