wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2B alinea's kernzinnen tussenkopjes

Total questions: 22

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.
Wat is een alinea?
a)
een tussenkopje
b)
een inleiding
c)
een stukje tekst dat bij elkaar hoort
d)
een titel
2.

Wat is meestal het doel van de auteur van een nieuwsbericht?

a)

overtuigen

b)

informeren

c)

instrueren

d)

adviseren

3.

Het tekstdoel van een reclametekst is...

a)

overtuigen

b)

informeren

c)

activeren

d)

amuseren

4.
Welk tekstdoel heeft een strip?
a)
informeren
b)
tot handelen aanzetten
c)
waarschuwen
d)
amuseren
5.
Welk tekstdoel heeft een advertentie?
a)
tot handelen aanzetten
b)
overtuigen
c)
amuseren
d)
informeren
6.
Welk tekstdoel heeft een (nieuws)artikel?
a)
informeren
b)
adviseren
c)
waarschuwen
d)
tot handelen aanzetten
7.
De belangrijkste zin van de alinea heet een kernzin. Waar vind je die meestal?
a)
Dit is vaak de eerste zin.
b)
Dit is vaak de tweede zin.
c)
Dit is vaak de laatste zin.
d)
Dit is vaak de 1e of de laatste zin.
8.

Veel teksten bestaan uit een:

a)

inleiding, kern en slot

b)

begin, hoofdzaak en bijzaken

c)

begin en eind

d)

inleiding, onderwerp en alinea's

9.

Rood, wit en blauw zijn de kleuren van de Nederlandse vlag.


Is dit een feit of een mening?

a)

mening

b)

feit

10.
Wat is een synoniem
a)
Een synoniem is een ander woord met dezelfde betekenis.
b)
een woord die je fonetisch schrijft
c)
1 woord met 2 verschillende betekenissen
11.
. Dokter en arts zijn
a)
homoniemen
b)
synoniemen
12.

Wat doe je als je de tekst globaal leest?

a)

Je leest de hele tekst

b)

Je leest vooral de eerste en laatste zinnen van alle alinea's

13.

Wanneer lees je zoekend?

a)

Als je een samenvatting maakt

b)

Als je iets snel wilt opzoeken

14.

Welk tekstdeel is het grootst?

a)

Inleiding

b)

Middenstuk

c)

Slot

15.
Een tekst is meestal verdeeld in een middenstuk (kern) en een slot.

a)
goed
b)
fout
16.

Welke uitspraken zijn waar?

a)

een mening is iets wat iemand vindt

b)

feiten zijn controleerbaar

17.

Waar staat de bron van een tekst?

a)

Bovenaan naast de titel

b)

Onderaan de tekst

c)

Dat staat nooit bij de tekst

18.

welk plaatje is de activerende tekst?

a)
b)
c)
d)
19.

Waar vind je kernzinnen?

a)

Geen idee

b)

De eerste, tweede of laatste zin van een alinea

c)

De eerste of de laatste zin van een alinea

d)

Geen van alle antwoorden

20.

Wat staat er voor of na de kernzin in een alinea?

a)

Onzin

b)

Uitleg of voorbeelden

c)

Feiten en nog meer kernzinnen

d)

Meningen

21.

Wat is een kernzin?

a)

De titel

b)

De zin die precies in het midden van een tekst staat

c)

De belangrijkste zin van een alinea

d)

De eerste zin van een alinea

22.

Waar kun je de kernzin vinden?

a)

Dat kun je niet weten

b)

In het midden van een alinea

c)

Het is altijd de eerste zin

d)

In de eerste, tweede of juist laatste zin van een alinea