wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling brugklas

Total questions: 20

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

In welk onderdeel van een cel ligt het DNA (erfelijk materiaal)?

a)

Cytoplasma

b)

Celwand

c)

Celkern

d)

Bladgroenkorrels

2.

Welke woorden horen op plek 1 en 2 in de reactie voor fotosynthese?


Koolstofdioxide (CO2) + 1 + licht  -->  2 + energie

a)

1: glucose, 2: water

b)

1: water, 2: glucose

c)

1: bladgroenkorrels, 2: glucose

d)

1: glucose, 2: bladgroenkorrels

3.

Welke van de volgende organen ligt of welke organen liggen in de borstholte?

1. het hart

2. de nieren

3. de slokdarm

4. de maag

a)

Hart en maag

b)

Hart, nieren en slokdarm

c)

Hart en nieren

d)

Hart en slokdarm

4.

Kaatje bekijkt onder een microscoop 4 preparaten.

In welk van de onderstaande preparaten zal zijn geen celwanden om de cellen aanwezig zien?

a)

Preparaat met bacteriën

b)

Preparaat van de huidmondjes van sla

c)

Preparaat van broodschimmel

d)

Preparaat van menselijk wangslijmvlies

5.

Wat is de belangrijkste functie van het vaatstelsel (hout- en bastvaten) van een plant?

a)

Stevigheid

b)

Vervoer van water en voedingsstoffen

c)

Glucose maken door fotosynthese

d)

Groei van de plant

6.

Wat is de goede omschrijving voor een weefsel?

a)

een groep cellen met dezelfde taak en functie

b)

een groep cellen met veel overeenkomsten in hetzelfde orgaan

c)

een groep cellen met dezelfde vorm en functie

d)

een groep cellen bij planten die bladgroen hebben

7.

Tussen welke levensfasen hoort een puber?

a)

Baby - Schoolkind

b)

Peuter - Volwassene

c)

Adolescent - Volwassene

d)

Schoolkind - Adolescent

8.

Wat voor cel zie je op het plaatje?

a)

Dierlijke cel

b)

Plantencel

c)

Schimmelcel

d)

Bacteriecel

9.

Bekijk het plaatje, welke twee groepen dieren zie je hier? (2 goed!)

a)

Stekelhuidigen

b)

Geleedpotigen

c)

Gewervelden

d)

Neteldieren

10.

Welk kenmerk hoort niet bij amfibieën?

a)

Longen

b)

Eieren zonder schaal

c)

Warmbloedig

d)

Slijmige huid

11.

Bekijk de afbeelding. Hoe heet bot nr. 11?

a)

Dijbeen

b)

Ellepijp

c)

Spaakbeen

d)

Opperarmbeen

12.

Wat voor type gewricht zit er tussen je dijbeen en je scheenbeen?

a)

Rolgewricht

b)

Kogelgewricht

c)

Scharniergewricht

d)

Atlas gewricht

13.

Botten bestaan uit de volgende typen tussencelstof: lijmstof en kalkzouten. Op het plaatje zie je een baby en een opa. Is de samenstelling van deze stoffen bij beiden hetzelfde of niet?

a)

Ja, de samenstelling is hetzelfde

b)

Nee, de botten van de baby bestaan uit meer lijmstof en de botten van de opa bestaan uit meer kalkzouten

c)

Nee, de botten van de baby bestaan uit meer kalkzouten en de botten van de opa bestaan uit meer lijmstof

14.

Welke van de volgende delen van het lichaam bestaan voornamelijk uit kraakbeen?

a)

Opperarmbeen

b)

Tussenwervelschijf

c)

Rib

d)

Vingerkootje

15.

Wat is een impuls?

a)

Een invloed vanuit de omgeving van een organisme

b)

Elektrisch signaaltje met informatie

c)

Een waarneming met je zintuig

d)

Een zintuigcel

16.

Welk woord hoort op de cijfers 1 en 2?

Zintuig -> 1 -> 2 -> zenuwcel -> spier of klier

a)

1: hersenen, 2: zenuwcel

b)

1: zenuwcel, 2: hersenen

c)

1: zintuigcel, 2: schakelcel

d)

1: schakelcel, 2: zintuigcel

17.

Waar wordt vet opgeslagen om warmte vast te houden in het plaatje?

a)

1

b)

2

c)

4

d)

5

18.

Waar in een bloem worden eicellen gevormd?

a)

Helmhokjes

b)

Zaadbeginsel

c)

Meeldraden

d)

Stempel

19.

Wat zijn de goede stappen voor een eicel van een bloem bevrucht kan worden door een zaadcel van een stuifmeelkorrel?

a)

1: groei stuifmeelbuis, 2: bestuiving, 3: bevruchting

b)

1: bestuiving, 2: bevruchting, 3: groei stuifmeelbuis

c)

1: bevruchting, 2: bestuiving, 3: groei stuifmeelbuis

d)

1: bestuiving, 2: groei stuifmeelbuis, 3: bevruchting

20.

Hoe heet het zachte, soms eetbare gedeelte van een vrucht?

a)

Stamper

b)

Bloemkelk

c)

Vruchtvlees

d)

Bloemkroon