wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De opstand

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Er was een manier om je plek in de hemel te komen. Je kocht een papiertje waar je plek mee veilig werd gesteld. Hoe heette dat papiertje

a)

Aflaat

b)

Omkoping

c)

Gebed

d)

Pardon

2.
Het begin van de Reformatie is het moment dat
a)
Luther 95 dingen opschreef, die hij anders wilde in de kerk en deze op de kerkdeur spijkerde
b)
Luther kritisch wordt
c)
Luther uit de kerk gezet wordt
d)
Luther een brief van de paus krijgt, waarin staat dat hij moet stoppen
3.
Wat was er de oorzaak van dat de paus Luther uit de Kerk zette?
a)
Luther wilde veranderen wat hij niet goed vond in de kerk. De paus wilde de kerk houden zoals die was.
b)
Luther wilde graag de paus opvolgen en hem van de troon stoten
c)
Luther werd heel rijk door de aflaatpraktijken.
d)
Luther wilde de bijbel niet vertalen in een volkstaal die iedereen kon lzen
4.
Is de tekenaar van deze afbeelding een voorstander of tegenstander van Maarten Luther?
a)
Voorstander
b)
Tegenstander
5.

Wie zie je op deze afbeelding?

a)

Johannes Calvijn

b)

Maarten Luther

c)

Hendrik VIII van Engeland

d)

Johannes Hus

6.

Wat zie je op deze afbeelding?

a)

Een middeleeuwse bankier

b)

De verkoop van aflaten

c)

Een processie

d)

Een middeleeuws gokspel

e)

Een paardenmarkt

7.

Wie van de kerkhervormers had de meeste aanhangers in Nederland?

a)

Johannes Calvijn

b)

Maarten Luther

c)

Erasmus

d)

Johannes Hus

8.

Wat hoort niet bij de Vrede van Augsburg?

a)

iedere Duitser mocht eigen geloof bepalen

b)

cuius regio, eius religio

c)

wiens gebied, diens godsdienst

d)

iedere vorst mocht geloof van de onderdanen van zijn gebied bepalen

9.

Uit hoeveel gewesten bestonden de Nederlanden aan het begin van de 16e eeuw?

a)

3

b)

12

c)

17

d)

28

10.

Welk deel van de Nederlanden kozen uiteindelijk de kant van Filips II / de Spanjaarden?

a)

Noordelijke Nederlanden

b)

Zuidelijke Nederlanden

11.

Welk geloof had de koning van Spanje?

a)

Katholiek

b)

Protestant

c)

Joods

d)

Gereformeerd

12.

Welke gebeurtenis zie je hierboven?

a)

De bestorming van de Bastille

b)

De Beeldenstorm

c)

De slag bij Nieuwpoort

d)

De moord op Willem van Oranje

13.

Wie bestuurde een gewest namens de vorst?

a)

een burgemeester

b)

een president

c)

een stadhouder

d)

een monnik.

14.

Welke theoloog kreeg in de Nederlanden veel aanhangers?

a)

Luther

b)

Calvijn

c)

Zwingli

d)

Gregorius

15.
Wat is een aflaat?
a)
een briefje dat je kreeg van de kerk, als je goed geloofde
b)
een briefje dat je kreeg als je een zonde had begaan
c)
Een briefje dat je kon kopen, in ruil voor een plekje in de hemel
d)
een briefje dat je van Luther kreeg, als je hem hielp
16.
Wat is een ketter?
a)
Een ketter is iemand die niet leeft volgens de regels van de kerk
b)
Een ketter is iemand die gemarteld werd voor de waarheid
c)
Een ketter is iemand die opkwam voor de katholieke kerk
d)
Een ketter is iemand die in opstand komt tegen de protestanten
17.

Het proces waarbij de centrale overheid (de koning) zijn gebied op eenzelfde manier bestuurt vanuit één punt, noemt men...

a)

Centralisering

b)

Monarchie

c)

Socialisme

d)

Predestinatie

18.

Wat was géén collaterale raad?

a)

Raad van Financiën

b)

Geheime Raad

c)

Raad van State

d)

Raad der Gemeenten

19.

Wie was de leider van de opstand tegen de Spanjaarden?

a)

Filips II

b)

Antoon van Bourgondië

c)

Willem van Oranje

d)

Maximiliaan van Oostenrijk