Font size
S
M
L
XL
WorksheetsSchritt 2 Vokabeln V2
Total questions: 10
Worksheet time: 5mins
Name
Class
Date
1.
Wat betekenen de onderstreepte woorden?
Das Mädchen heißt Norah.
(a)
2.
Wat betekent het onderstreepte woord?
Ich habe die Vokabeln noch nie gelernt.
(a)
3.
Wat betekenen de onderstreepte woorden?
Am Mittwoch habe ich Fußballtraining.
(a)
4.
Vertaal in het Duits:
de fiets
(a)
5.
Het tegenovergestelde van:
gut = ...
(a)
6.
Het tegenovergestelde van
schlecht = ...
(a)
7.
zum Beispiel =
a)
ten behoeve van
b)
naar de wedstrijd
c)
bijvoorbeeld
d)
buitenspel
8.
Wat betekent het onderstreepte woord?
Ich spiele oft Fußball mit meinen Verwandten.
(a)
9.
Vertaal:
In het weekend
(a)
10.
Vertaal het onderstreepte woord:
Draußen ist es warm.
(a)
Reset
