wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Het verkeer: herhaling

Total questions: 27

Worksheet time: 18mins

Name
Class
Date
1.

Een openbare weg=

a)

Een weg enkel voor fietsers

b)

Een weg waar iedereen op mag wandelen, fietsen, rijden.

c)

Een weg voor autobestuurders

2.

Wat is GEEN deel van de openbare weg?

a)

De rijbaan

b)

Het fietspad

c)

De grasberm

d)

Een garage

3.

De treinsporenen privaat domein behoren niet tot de openbare weg

a)

Waar

b)

Niet waar

4.

1 =

a)

De rijbaan

b)

Het fietspad

c)

De grasberm

5.

2 =

a)

De rijbaan

b)

Het fietspad

c)

De grasberm

6.

3 =

a)

De rijbaan

b)

Het fietspad

c)

De grasberm

7.

Hoe heet dit als je toch op de andere en dus verkeerde weghelft rijdt?

(a)  

8.

Op gewone rijbanen is de maximaal toegelaten snelheid 70 km/u. TENZIJ verkeersborden een andere snelheid aangeven.

a)

Juist

b)

Fout

9.

Zwakke weggebruiker =

a)

een auto

b)

een brommer

c)

een fietser

10.

Als het licht tijdens het oversteken op rood springt, moet ik terugkeren.

a)

Juist

b)

Fout

11.

7 =

a)

Het stuur

b)

De fietsbel

c)

De reflectoren

12.

5 =

a)

Rood licht achteraan

b)

Rode reflector achteraan

c)

Rood licht vooraan

13.

6 =

a)

Remmen

b)

Fietsbel

c)

Stuur

14.

Vanaf welke leeftijd mag je met een bromfiets rijden?

a)

18 jaar

b)

15 jaar

c)

16 jaar

15.

Dit is...

a)

Bromfiets klasse A

b)

Bromfiets klase B

16.

Hoeveel moet je op 50 behalen voor je theoretisch rij examen?

(a)  

17.

Bij 2 zware fouten ben je reeds gebuisd voor je theoretisch examen

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Als je 3 keer niet slaagt voor je praktisch examen dan moet je verplicht 6 uur rijles volgen.

a)

Waar

b)

Niet waar

19.

Welke lichten staan hier afgebeeld?

(a)  

20.

Welke lichten staan hier afgebeeld?

(a)  

21.

Welke lichten staan hier afgebeeld?

(a)  

22.

Welke lichten staan hier afgebeeld?

(a)  

23.

Wanneer mag je jouw grootlichten NIET gebruiken?

a)

De weg afgebroken en onvoldoende verlicht is.

b)

Er verderdan 50 meter voor jou een auto rijdt die je gaat inhalen.

c)

Je er een tegemoetkomende weggebruiker mee verblindt.

24.

4 =

a)

de motorkap

b)

de voorlichten

c)

de voorruit

25.

1 =

(a)  

26.

2 =

(a)  

27.

8 =

a)

De wielen

b)

De velgen

c)

De wolgen