wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Onregelmatige werkwoorden - Past Simple

Total questions: 18

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Kies de verleden tijd van

go

a)

goed

b)

goes

c)

went

d)

gone

2.

Kies de verleden tijd van

say

a)

sayed

b)

said

c)

sayd

d)

saying

3.

Kies de verleden tijd van

speak

a)

speaked

b)

spoked

c)

spoken

d)

spoke

4.

Kies de verleden tijd van

have

a)

had

b)

haved

c)

having

d)

huh?

5.

Kies de verleden tijd van

drink

a)

drink

b)

drank

c)

dronk

d)

drunk

6.

Kies de verleden tijden van

be

a)

was/where

b)

were/where

c)

whas/were

d)

was/were

7.

Kies de verleden tijd van

fly

a)

flyed

b)

flew

c)

flied

d)

flown

8.

Kies de verleden tijd van

bite

a)

bit

b)

bitten

c)

bitted

d)

bited

9.

Kies de verleden tijd van

give

a)

gived

b)

given

c)

gaved

d)

gave

10.

Kies de verleden tijd van

bring

a)

brought

b)

bringed

c)

braught

d)

bought

11.

Kies de verleden tijd van

know

a)

known

b)

knew

c)

knowed

d)

knewed

12.

Kies de verleden tijd van

do

a)

doed

b)

dude

c)

did

d)

dud

13.

Kies de verleden tijd van

make

a)

maded

b)

made

c)

maked

d)

making

14.

Type de verleden tijd van

pay

(a)  

15.

Type de verleden tijd van

run

(a)  

16.

Type de verleden tijd van

understand

(a)  

17.

Type de verleden tijd van

sleep

(a)  

18.

Hoe schat je jezelf in wat betreft je kennis van onregelmatige werkwoorden?

a)

Dat ging hartstikke goed!

b)

Ik wist er meer dan ik dacht.

c)

Ik moet de lijst (weer) leren.

d)

Onregelmatige werkwoorden..? Wat zijn dat?