wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

7.4 voedsel verteren biologie

Total questions: 30

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Verschillende voedingsstoffen zijn:

a)

Amylase

b)

Koolhydraten

c)

Eiwitten

d)

Vetten

e)

Voedingsvezels

2.

Wat is de juiste volgorde dat voedsel volgt in ons verteringsstelsel (van mond tot kont)

a)

Hand-mond-slokdarm-maag-dunne darm-dikke darm-endeldarm-anus

b)

Mond-slokdarm-maag-twaalfvingerige darm-dikke darm-dunne darm-endeldarm-anus

c)

Mond-slokdarm-maag-lever-twaalfvingerige darm-dunne darm-dikke darm-endeldarm-anus

d)

Mond-slokdarm-maag-twaalfvingerige darm-dunne darm-dikke darm-endeldarm-anus

3.

Het verteringssap amylase werkt in:

a)

Je mond, slokdarm en maag

b)

Je slokdarm en maag

c)

Je mond en slokdarm

d)

Je mond en maag

4.

Welke stoffen in de verteringssappen zorgen ervoor dat het voedsel goed verteerd wordt?

a)

Voedingsvezels

b)

Verteringsklieren

c)

Enzymen

d)

Voedingsstoffen

5.

Koolhydraten worden verteerd in de...

a)

slokdarm

b)

maag

c)

mond

d)

dunne darm

6.

Wat is de functie van een brandstof?

a)

Het levert energie en warmte

b)

Het wordt gebruikt voor de groei, onderhoud en herstel van je lichaam

c)

Het is nodig wanneer je lichaam een tijdje geen voedsel krijgt

d)

Het beschermt tegen ziekten en gebreken

7.

Voedingsmiddel is een ander woord voor voedingsstof.

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

In de afbeelding zien we het verteringsstelsel van de mens. Bij welke cijfers vindt er vertering van eiwitten plaats?

a)

Bij de cijfers 1, 2 en 5

b)

Bij de cijfers 3, 4 en 6

c)

Bij de cijfers 3, 5 en 6

d)

Bij de cijfers 1, 3 en 4

9.

In de afbeelding zien we het verteringsstelsel van de mens. Bij welke cijfers vindt er vertering van vetten plaats?

a)

Bij de cijfers 3, 4, 5 en 6

b)

Bij de cijfers 3 en 4

c)

Bij de cijfers 4 en 6

d)

Bij de cijfers 1 en 2

10.

In de afbeelding zien we het verteringsstelsel van de mens. Bij welke cijfers vindt er vertering van koolhydraten plaats?

a)

Bij alle cijfers

b)

Bij de cijfers 1, 3, 4 en 5

c)

Bij de cijfers 1, 2, 4 en 6

d)

Bij de cijfers 1 en 2

11.
Wat is het langste deel van het verteringsstelsel?
a)
Dikke Darm
b)
Twaalfvingerige Darm
c)
Dunne Darm
d)
Blinde Darm
12.
Welk orgaan maakt gal?
a)
5
b)
6
c)
7
d)
8
13.
Wat is de functie van bouwstoffen
a)
Groei, ontwikkeling en herstel
b)
Verbranding
c)
Vernieuwing
14.
In je cellen wordt brandstof verbrand met behulp van zuurstof. Hierbij komt energie vrij.
Welke stof wordt er verbrand?
a)
Water
b)
Koolstofdioxide
c)
Energie
d)
Glucose
15.
Wat is vertering?
a)
Energie in voedingsstoffen gebruiken om te bewegen
b)
Voedingsstoffen opnemen in het bloed
c)
Voedingsstoffen gebruiken om cellen te bouwen
d)
Voedingsstoffen klein maken zodat ze in het bloed kunnen worden opgenomen
16.
Welke functie heeft het zenuwstelsel?
a)
Organen laten werken en samenwerken
b)
Fijnmaken van voedsel tot voedingsstoffen die naar je bloed kunnen gaan
c)
Opnemen van zuurstof en afgeven van koolstofdioxide
d)
Vervoeren van stoffen
17.

hoe heet stelsel nr 3

a)

urinestelsel

b)

ademhalingsstelsel

c)

verteringsstelsel

d)

voortplantingsstelsel

e)

lymfestelsel

18.

Nummer 5 in de afbeelding van de torso is..

a)

een long

b)

de lever

c)

de maag

d)

de dikke darm

19.

Een _______ is een deel van een organisme met een of meerdere functies.

a)

orgaan

b)

orgaanstelsel

c)

cellen

d)

weefsel

20.

Waar zijn organen uit opgebouwd?

a)

cellen

b)

weefsel

c)

bloedvaten

d)

orgaanstelsels

21.

De juiste volgorde van klein naar groot is...

a)

Cel --> Weefsel --> Orgaan --> Orgaanstelsel --> Organisme

b)

Organisme --> Orgaanstelsel --> Orgaan --> Weefsel --> Cel

c)

Cel --> Orgaan --> Weefsel --> Organisme --> Orgaanstelsel

d)

Weefsel --> Cel --> Orgaanstelsel --> Orgaan --> Organisme

22.

Welk orgaanstelsel zien we hier?

a)

Bloedvatenstelsel

b)

Zenuwstelsel

c)

Spierstelsel

d)

Verteringsstelsel

e)

Ademhalingsstelsel

23.

Op de afbeelding is de reactievergelijking van verbranding in het lichaam te zien. Hij is niet af, welke stof moet op plek 1 staan?

a)

Glucose

b)

Suiker

c)

Koolstofdioxide

d)

Voedingsstof

24.

Op de afbeelding is de reactievergelijking van verbranding in het lichaam te zien. Hij is niet af, welke stof moet op plek 2 staan?

a)

Glucose

b)

Koolhydraat

c)

Koolstofdioxide

d)

Zuurstof

25.

Koolstofdioxide is een afvalstof van de verbranding. Hoe kun je deze afvalstof uitscheiden? Tik de juiste antwoorden aan

a)

Uitademen

b)

Uitplassen

c)

Uitzweten

d)

Uitpoepen

26.

1 is de

a)

celwand

b)

celvand

c)

celmern

d)

celkern

27.

3 is het

a)

cytovlasma

b)

cytoklasma

c)

cytoplasma

d)

cytospalma

28.
Cellen kunnen verschillende vormen hebben.
a)
Juist
b)
Onjuist
29.
Vervoert zuurstof en voedingsstoffen naar de organen.
a)
ademhalingsstelsel
b)
bloedvatenstelsel
c)
spierstelsel
d)
zenuwstelsel
30.

Een groep organen die samen een bepaalde functie hebben is een ......

a)

Cel

b)

Weefsel

c)

Orgaan

d)

Organenstelsel

e)

Organisme