wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Onderwerp - Lezen tl/havo 1

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.
Elke tekst gaat ergens over. Dat noem je
a)
alinea
b)
onderwerp
c)
hoofdgedachte
d)
tussenkopje
2.

Je kunt met een of met een paar woorden zeggen wat het onderwerp is

a)

goed

b)

fout

3.
Om het onderwerp te vinden, hoef je een tekst niet helemaal te lezen.
a)
goed
b)
fout
4.
Je bekijkt de tekst en je leest de eerste alinea.
a)
oriënterend lezen
b)
globaal lezen
c)
studerend lezen
d)
Zoekend lezen
5.

• Bekijk de tekst: – Kijk naar de titel. – Kijk naar de foto’s en plaatjes bij de tekst. – Kijk naar tussenkopjes (als die er zijn) – Let op anders gedrukte letters (vet, cursief, GROOT of gekleurd). • Lees de eerste alinea; meestal is die vetgedrukt. • Geef antwoord op de vraag: waarover gaat deze tekst?

a)

zo vind je de alinea's

b)

zo vind je de hoofdgedachte

c)

zo vind je het onderwerp

6.

Wat hoort allemaal bij oriënterend lezen? Vink dat aan.

a)

Eerste en laatste zin van elke alinea lezen.

b)

Bekijk de titel en afbeelding.

c)

Lees de eerste alinea.

d)

Zoek in elke alinea de kernzin.

e)

Bekijk tussenkopjes en anders gedrukte woorden.

7.

Een tekst bestaat meestal uit:

a)

begin, vervolg, eind

b)

inleiding, middenstuk, slot

c)

anekdote, deelonderwerp, conclusie

d)

voorbeeld, kern, eind

8.
Het onderwerp is een hele zin
a)
Juist
b)
Onjuist
9.

In welk deel van de tekst maak je kennis met het onderwerp?

a)

middenstuk

b)

inleiding

c)

slot

10.
Het onderwerp van de tekst beschrijf je
a)
Zo kort mogelijk
b)
Zo uitgebreid mogelijk
c)
In drie zinnen
d)
Niet