wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2 BKGT | Regeling | BS 2 + 3

Total questions: 50

Worksheet time: 2hrs 40mins

Name
Class
Date
1.

Hoe noem je de + en - die op een spanningsbron zoals een batterij staan aangegeven?

a)

Polen

b)

Generatoren

c)

Spoel

d)

Magneten

2.

Op de afbeelding zie je een stroomkring met twee verschillende kleuren pijlen die de stroomrichting van de elektriciteit aangeven.


Welke pijl geeft de juiste stroomrichting aan?

a)

De blauwe

b)

De oranje

c)

Geen van beide

d)

Beide pijlen zijn goed

3.

In een stroomkring gaat stroom altijd van...

a)

+ pluspool naar - minpool

b)

- minpool naar + pluspool

c)

hoog naar laag

d)

laag naar hoog

4.

Wat is de eenheid die hoort bij spanning?

(a)  

5.

Waar staat bij het thema elektriciteit de afkorting '' V '' voor?

(a)  

6.

Wat is de eenheid voor stroomsterkte?

(a)  

7.

Waar staat bij het thema elektriciteit de afkorting '' A '' voor?

(a)  

8.

Tik alle spanningsbronnen aan

a)

Accu

b)

Dynamo

c)

Generator

d)

Schakelaar

e)

Spanningsmeter

9.

Je hebt keuze uit 4 batterijen om een lampje te laten branden. Kies de batterij uit waardoor het lampje het felst licht geeft.

a)

De batterij van 1,5 V

b)

De batterij van 4 V

c)

De batterij van 9 V

d)

De batterij van 12 V

10.

Je hebt keuze uit 4 batterijen om een lampje te laten branden. Kies de batterij uit waardoor het lampje het minste licht geeft.

a)

De batterij van 1,5 V

b)

De batterij van 4 V

c)

De batterij van 9 V

d)

De batterij van 12 V

11.

Een lampje heeft een spanning van 12 V nodig. Wat zou er gebeuren als je een spanningsbron die meer als 12 V geeft op deze stroomkring aansluit?

a)

Dan gaat de batterij lekken

b)

Dan gaat de lamp kapot

c)

Dan wilt de lamp niet branden

d)

Dan kan de batterij ontploffen

12.

Welk woord ontbreekt bij deze beschrijving:


Een ...?... levert de spanning die nodig is om elektrische stroom door apparaten te laten gaan. Dynamo's, generatoren, en accu's zijn voorbeelden van ...?...

(a)  

13.
Het licht op je fiets werkt op elektriciteit. Om elektriciteit te krijgen heb je een spanningsbron nodig.Welk antwoord bevat alleen maar spanningsbronnen?
a)
Batterij, spaarlamp, generator
b)
Kachel, gloeilamp, batterij
c)
Dynamo, generator, batterij
d)
Oven, spaarlamp, dynamo
14.

Hoe noem je dit type batterijen?

a)

Staafbatterij

b)

Knoopcelbatterij

c)

Accu

d)

Dynamo

15.

Hoe noem je dit type batterijen?

a)

Staafbatterij

b)

Knoopcelbatterij

c)

Accu

d)

Dynamo

16.

Welk soort batterij kun je het beste gebruiken in een gehoorapparaat?

a)

Staafbatterij

b)

Knoopcelbatterij

c)

Accu

d)

Dynamo

17.

Welk soort batterij gebruik je in een TV afstandsbediening?

a)

Staafbatterij

b)

Knoopcelbatterij

c)

Accu

d)

Dynamo

18.

In de volgende beschrijving missen twee woorden. Kies welk woord op plek 1 moet en welk woord op plek 2.


In een dynamo zit een ...1... en een ...2... .

Een ...2... is een (koper)draad die een aantal keer ergens omheen is gedraaid.

De ...1... draait rond in de ...2... waardoor er spanning ontstaat.

a)

1 = magneet, 2 = spoel

b)

2 = spoel, 1 = magneet

c)

1 = pluspool, 2 = minpool

d)

1 = batterij, 2 = spoel

19.

Waar moet je batterijen weggooien?

a)

Klein chemisch afval

b)

GFT bak

c)

Kliko

d)

Je moet batterijen altijd bewaren

20.

Een generator is te vergelijken met een grote...

a)

Dynamo

b)

Batterij

c)

Accu

d)

Stopcontact

21.

Stroom opgewekt in een generator is wel 380 000 V. Dit is niet veilig voor je stopcontact dat maar 230V mag geven.


Om spanning te verlagen bestaat een speciaal apparaat. Deze vind je in het groot wel eens langs de weg in huisjes.

Ook zitten ze in het klein in opladers om de spanning voor het apparaat juist te maken.


Hoe heten deze apparaten?

a)

Transformators

b)

Generators

c)

Elektriciteitscentrale

d)

Schakelaars

22.

Een AA batterij zoals op dit plaatje geeft een spanning van 1,5 V.


Een apparaat heeft 6V nodig om te werken. Hoe veel AA batterijen zal je in dit apparaat moeten stoppen zodat het werkt?

(a)  

23.

je ziet hier een schakeling. Wat wijst het pijltje aan?

a)

Batterij

b)

krokodillen tangen

c)

schakelaar

d)

gebroken draad

24.

Wanneer kan er in een stroomkring stroom lopen?

a)

Als het rode draad in de plus kant zit en het zwarte draad in de min kant

b)

Als er genoeg isolatoren in de stroomkring zitten

c)

Alleen als de stroomkring gesloten is

d)

Alle drie de antwoorden zijn juist

25.

Ik draai 1 lampje uit deze schakeling. Wat gebeurt er met de andere 6 lampen?

a)

Alle lampjes gaan uit

b)

De andere 6 lampjes gaan allemaal iets harder branden

c)

Er gebeurt helemaal niets

d)

Alleen de lampjes die voor de lamp staan die eruit is gedraaid, werken nog.

26.
Het plaatje is het symbool van een:
a)
Batterij
b)
Een gesloten schakelaar
c)
Een geopende schakelaar
d)
Een lamp
27.
Welke zin over het schakelschema in het plaatje klopt?  Het getoonde schakelschema is een:
a)
Parallelschakeling met 2 lampjes en 1 spanningsbron
b)
Parralelschakeling met 2 schakelaars en 1 spanningsbron
c)
Serieschakeling met 2 lampjes en een weerstand
d)
Serieschakeling met 2 lampjes en 1 spanningsbron
28.
Hoeveel stroomkringen heeft het schakelschema in het plaatje?
a)
3
b)
5
c)
6
d)
7
29.
Wat voor schakeling wordt in de afbeelding weergegeven?
a)
Een serieschakeling
b)
Een parallelschakeling
30.

Bekijk de afbeelding. Welke onderdelen kun je terugvinden in het schakelschema?

a)

lampje

b)

batterij

c)

stopcontact

d)

schakelaar open

e)

snoer

31.

Bekijk de afbeelding. Gaat het hierbij om een serieschakeling of een parallelschakeling?

a)

serieschakeling

b)

parallelschakeling

32.

Soms kun je op verschillende plaatsen het licht aan en uit doen. Bijvoorbeeld beneden en boven aan de trap. Er wordt dan gebruik gemaakt van een speciale schakeling. Wat is de naam van deze schakeling?

a)

serieschakeling

b)

parallelschakeling

c)

hotelschakeling

33.

Waar staat de letter A voor in het schakelschema?

a)

lampje

b)

spanningsmeter

c)

spanningsbron

d)

stroomsterktemeter

34.

Bekijk de afbeelding. Is er sprake van een open of een gesloten stroomkring? En zal in dit geval het lampje nu branden?

a)

open stroomkring, het lampje brand

b)

gesloten stroomkring, het lampje brand

c)

open stroomkring, lampje brand niet

d)

gesloten stroomkring, lampje brand niet

35.

Bekijk de afbeelding. Waar staat de letter V voor in het schakelschema?

a)

spanningsmeter

b)

stroomsterktemeter

c)

lampje

d)

schakelaar

36.

Bekijk de afbeelding. Als er een lampje doorbrand in deze schakeling, zal het andere lampje dan nog blijven branden?

a)

ja

b)

nee

37.
Wat betekent het volgende symbool?
a)
Lampje
b)
Batterij
c)
Schakelaar
d)
Meter
38.

Stroom kan alleen lopen in een ...?... stroomkring.

a)

Open

b)

Gesloten

c)

Onderbroken

39.

Bekijk het schakelschema in de afbeelding. Wat voor meters staan er in nummer 1 en nummer 2?

a)

1 is ampèremeter, 2 is voltmeter

b)

1 is voltmeter, 2 is ampèremeter

c)

het zijn beide voltmeters

d)

het zijn beide ampèremeters

40.

Wanneer er te veel stroomdeeltjes door een stroomdraad heen lopen wordt deze draad zo heet dat het smelt.


Welke eenheid paste bij de hoeveelheid stroomdeeltjes?

a)

Ampère

b)

Volt

41.

Welke stroomkring is een open stroomkring?

a)

Stroomkring A

b)

Stroomkring B

42.

In welke stroomkring zal het lampje branden?

a)

Stroomkring A

b)

Stroomkring B

43.

Bekijk de afbeelding van de parallelschakeling.


Op welke plekken zou je een schakellaar kunnen zetten om ALLEEN lampje 2 uit te zetten?


Er zijn twee antwoorden goed.

a)

Plek D

b)

Plek E

c)

Plek B

d)

Plek C

e)

Plek A

44.

Bekijk de afbeelding van de parallelschakeling.


Op welke plekken zou je een schakelaar kunnen zetten om alle lampjes in één keer uit te doen?


Er zijn twee antwoorden goed.

a)

Plek A

b)

Plek H

c)

Plek B

d)

Plek E

e)

Plek F

45.

Bekijk de afbeelding van de parallelschakeling.


Op welke plekken zou je een schakelaar kunnen zetten om ALLEEN lampje 2 en 3 uit te zetten?


Er zijn twee antwoorden goed.

a)

Plek B

b)

Plek C

c)

Plek A

d)

Plek H

e)

Plek G

46.

Op de afbeelding zie je een schakelschema waarbij gebruikt wordt gemaakt van twee wisselschakelaars.


Deze schakellaars kunnen een stroomkring niet alleen open of gesloten maken zoals een gewone schakellaar, maar wisselen bij het omschakelen van stroomdraad waarmee ze verbonden zijn.


Bij wissel 1 is de stand van de schakellaar al getekend in het rood.


Tussen welke punten (A, B of C) zou je een lijn moeten trekken bij wissel 2 om lampje 1 te laten branden?

a)

Tussen A en B

b)

Tussen A en C

c)

Tussen B en C

47.

Op de afbeelding zie je een schakelschema waarbij gebruikt wordt gemaakt van twee wisselschakelaars.


Deze schakellaars kunnen een stroomkring niet alleen open of gesloten maken zoals een gewone schakellaar, maar wisselen bij het omschakelen van stroomdraad waarmee ze verbonden zijn.


Op de afbeelding is de stand van de wisselschakellaars getekend in het rood.


Welke lampjes zouden licht geven in dit schakelschema?

a)

Lampje 1

b)

Lampje 2

c)

Beide lampjes

d)

Geen van beide

48.

Op de afbeelding zie je een schakelschema waarbij gebruikt wordt gemaakt van twee wisselschakelaars.


Deze schakellaars kunnen een stroomkring niet alleen open of gesloten maken zoals een gewone schakellaar, maar wisselen bij het omschakelen van stroomdraad waarmee ze verbonden zijn.


Beide schakellaars op deze tekening hebben punten A, B en C.


Punt A is verbonden met de stroomdraad van en naar de batterij.

Punt B is verbonden met lampje 1

Punt C is verbonden met lampje 2


Tussen welke punten zou je een lijn kunnen tekenen voor de schakellaar zodat lampje 2 licht geeft in dit schema?

a)

Tussen punten A en C

b)

Tussen punten A en B

c)

Dit schema zal nooit kunnen werken

d)

Tussen punten B en C

49.

Jos maakt een serieschakeling met twee lampjes. Hij wil de totale stroomsterkte meten door de stroomkring. In welke figuur staat de stroommeter juist aangesloten?

a)
b)
c)
50.

Wat betekent dit symbool in een schakelschema?

a)

Schakellaar

b)

Lamp

c)

Batterij

d)

Spanningsmeter