WorksheetsDe OTT/VTT - Woordvolgorde
Total questions: 15
Worksheet time: 14mins
Schrijf in de VTT/passé composé (vergeet de punten en hoofdletters niet!)
Ik speel elke dag in de tuin.
(a)
Vul het wekwoord in de présent in op de puntjes.
Hij ... (reizen) elke zomer naar spanje.
(a)
Verbind de twee zinnen met het woord tussen de haakjes. Vergeet de punten en hoofdletters niet.
Hij heeft veel honger. Hij heeft niet gegeten. (omdat)
(a)
Verbind de twee zinnen met het woord tussen de haakjes. Vergeet de punctuatie niet.
Ik ben moe. Ik ga vanavond sporten. (maar)
(a)
Zet de zin in de VTT. Denk aan de punctuatie!
We leggen de leerstof vandaag uit.
(a)
Wat is het juiste vervolg van de zin?
Ik ben vandaag ziek, ...
want ik te veel gesnoept heb.
omdat ik heb te veel gesnoept.
omdat ik te veel gesnoept heb.
als ik te veel gesnoept heb.
Wat is het juiste vervolg van de zin?
Als het regent, ...
ik doe mijn jas aan.
ik mijn jas aandoe.
doe ik mijn jas aan.
Welke zin is juist?
Ze hebben elkaar in het park ontmoet.
Ze hebben elkaar in het park geontmoet.
Ze hebben geontmoet elkaar in het park.
Ze hebben ontmoet elkaar in het park.
Vertaal de zin:
Ils ont rangé leur chambre.
(a)
Verbind de beide zinnen met het woord tussen de haakjes.
Ik ga naar buiten. Het belt. (wanneer)
(a)
Vertaal:
Je rigolais beaucoup.
(a)
Vertaal:
Tu dois écrire en classe.
(a)
Vul de imparfait (OVT) in op de puntjes.
We (maken) nooit ons huiswerk.
(a)
Zet de volgende zin in de VTT/participe passé. Let op de punctuatie!
Ze informeren zich over de gevaren.
(a)
Vertaal:
Nous sommes contents parce que nous avons gagné (gewonnen).
(a)
