wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Module 1 - Inzicht in getallen

Total questions: 70

Worksheet time: 1hrs 4mins

Name
Class
Date
1.

Alle natuurlijke getallen zijn .....

a)

rationale getallen

b)

gehele getallen

c)

geen van bovenstaande opties

2.

Alle gehele getallen zijn .....

a)

rationale getallen

b)

natuurlijke getallen

c)

geen van bovenstaande opties

3.

Alle rationale getallen zijn...

a)

natuurlijke getallen

b)

gehele getallen

c)

geen van bovenstaande opties

4.

 155\frac{15}{5}    ...  Z

a)

is een element van ( \in 

b)

is geen element van ( \notin 

c)

is een deelverzameling van ( \subset 

d)

is geen deelverzameling van ( ⊄\not\subset 

5.

-18   ...  N

a)

is een element van ( \in 

b)

is geen element van ( \notin 

c)

is een deelverzameling van ( \subset 

d)

is geen deelverzameling van ( ⊄\not\subset 

6.

-5  ...  N

a)

is een element van ( \in 

b)

is geen element van ( \notin 

c)

is een deelverzameling van ( \subset 

d)

is geen deelverzameling van ( ⊄\not\subset 

7.

Vul het gepaste symbool in:
3 . . . . B

a)

 \in  

b)

 \notin  

c)

 \subset  

d)

 ⊄\not\subset  

8.

Vul het gepaste symbool in:
{1,2,3} . . . . A

a)

 \in  

b)

 \notin  

c)

 \subset  

d)

 ⊄\not\subset  

9.

Vul het gepaste symbool in:
9 . . . . . A

a)

 \in  

b)

 \notin  

c)

 \subset  

d)

 ⊄\not\subset  

10.

Vul het gepaste symbool in:
{2,3,6,8,9} . . . . . C

a)

 \in  

b)

 \notin  

c)

 \subset  

d)

 ⊄\not\subset  

11.

Vul het gepaste symbool in:
{2,3,6} . . . . . A

a)

 \in  

b)

 \notin  

c)

 \subset  

d)

 ⊄\not\subset  

12.

Vul het gepaste symbool in:
12 . . . . . B

a)

 \in  

b)

 \notin  

c)

 \subset  

d)

 ⊄\not\subset  

13.

Vul het gepaste symbool in:
{1,2} . . . . . C

a)

 \in  

b)

 \notin  

c)

 \subset  

d)

 ⊄\not\subset  

14.

Vul het gepaste symbool in:
7 . . . . . B

a)

 \in  

b)

 \notin  

c)

 \subset  

d)

 ⊄\not\subset  

15.

Vul het gepaste symbool in:
A . . . . . B

a)

 \in  

b)

 \notin  

c)

 \subset  

d)

 ⊄\not\subset  

16.

Het kleinste natuurlijk getal uit 3 cijfers is...

a)

001

b)

100

c)

101

d)

123

17.

Het kleinste natuurlijk getal met 3 verschillende cijfers is...

a)

012

b)

123

c)

102

d)

111

18.

Het grootste even natuurlijk getal van 3 cijfers is...

a)

864

b)

998

c)

246

d)

112

19.

Welke getallen voldoen aan deze uitspraak?

 x<5x<5  

a)

 2, 1, 0, 1, 2, 3, 4, 5-2,\ -1,\ 0,\ 1,\ 2,\ 3,\ 4,\ 5  

b)

 0, 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, ...0,\ 1,\ 2,\ 3,\ 4,\ 5,\ 6,\ 7,\ ...  

c)

 1, 2, 3, 4, 51,\ 2,\ 3,\ 4,\ 5  

d)

 0, 1, 2, 3, 40,\ 1,\ 2,\ 3,\ 4  

20.

Welke getallen voldoen aan deze uitspraak?

 0x20\le x\le2  

a)

0, 1, 2

b)

1, 2

c)

1

21.

Wat is het kleinste getal van 3 cijfers dat je kunt vormen met volgende getallen?

 4, 6, 8, 34,\ 6,\ 8,\ 3  

a)

346

b)

468

c)

643

d)

468

22.

Wat is het kleinste getal van 3 cijfers dat je kunt vormen met volgende getallen?

4, 6, 8, 34,\ 6,\ 8,\ 3

a)

346

b)

468

c)

643

d)

468

23.

De '5' in de foto is waard:

a)

50

b)

500

c)

5000

d)

50000

24.

Kies uit kleiner dan of groter dan op de lege plek:

65 is ................. 56

a)

kleiner dan

b)

groter dan

25.

Kies uit kleiner dan of groter dan:


89 is ......... 98

a)

kleiner dan

b)

groter dan

26.

Kies uit kleiner dan of groter dan:


15.274 is ............. 15.269

a)

kleiner dan

b)

groter dan

27.

Kies de beweringen die waar zijn.

(er kunnen meer waar zijn)

a)

In New York wonen de meeste mensen

b)

In Mexico-stad wonen minder dan tien miljoen mensen

c)

In Parijs wonen meer dan tien miljoen mensen

d)

Het verschil in aantal inwoners tussen New York en Mexico-stad is ongeveer 300.000 inwoners

28.

Je ziet hier het rapport van Anouk. Welk afgerond cijfer krijgt zij op wiskunde?

a)

Een 7

b)

Een 8

c)

Een 9

29.

Hier een stukje van het rapport van Chayenna. Welk afgerond cijfer krijgt zij op wiskunde?

a)

Een 8

b)

Een 9

c)

Een 7

d)

Een 6

30.

Rond af op 1 decimaal:


3,576

a)

3,5

b)

3,6

31.

Rond af op 1 decimaal:


4,458

a)

4,4

b)

4,5

32.

Rond af op 2 decimalen:


3,576

a)

3,57

b)

3,58

c)

3,5

d)

3,6

33.

Rond af op 2 decimalen:

13,456

a)

13,5

b)

13,45

c)

13,5

d)

13,46

34.

Je ziet hier enkele prijzen van brandstof. Welke beweringen zijn waar? (meerdere zijn mogelijk)

a)

LPG is het goedkoopst

b)

Benzine kost afgerond op twee decimalen €1,66

c)

Diesel kost afgerond op 2 decimalen €1,30

d)

LPG kost afgerond op 2 decimalen €0,78

e)

Benzine is het duurst

35.
Welk getal is groter?
a)
-6
b)
-4
36.
Welk getal is groter?
a)
-3,1
b)
3,1
37.
Welk getal is groter?
a)
-90,01
b)
-90,1
38.
Welk getal is groter?
a)
-33,72
b)
-33,7
39.
9,95946
Rond af op 3 decimalen.
a)
9,959
b)
9,960
c)
9,9590
d)
9,960
40.
9,95946
Rond af op 1 decimaal.
a)
9,0
b)
10
c)
10,0
d)
9,9
41.
9,95946
Rond af op helen.
a)
9
b)
9,0
c)
10
d)
10,0
42.
Wat is het grootste getal met 3 decimalen dat na afronden 1 geeft.
a)
1,590
b)
1,400
c)
1,495
d)
1,499
43.
4% van 800 =
a)
32
b)
320
c)
16
d)
160
44.
3% van 9000 =
a)
360
b)
2700
c)
27
d)
270
45.

Wat is de meest passende verzameling?
 5-5  

a)
b)
c)
46.

Wat is de meest passende verzameling?
 154-\frac{15}{4}  

a)
b)
c)
47.

Wat is de meest passende verzameling?
 62-\frac{6}{2}  

a)
b)
c)
48.

Wat is de meest passende verzameling?
 6,22...-6,22...  

a)
b)
c)
49.

Wat is de meest passende verzameling?
 584 356,00584\ 356,00  

a)
b)
c)
50.

Wat is de meest passende verzameling?
12,00581212...

a)
b)
c)
51.
Maak een verhoudingstabel
Op een mp3 speler van € 39.95 krijg je 45 % korting. Hoeveel euro moet je nog betalen?
a)
45% van 39,95 = 17,98
b)
45% van 39.95 = 21,97
c)
55 % van 39.95 = 21,97
d)
55% van 39.95 = 17.98
52.
Maak een verhoudingstabel
Dina loopt elke ochtend een krantenwijk. Daar verdient ze 45 euro mee. Ze krijgt in maart 12% loonsverhoging. 4 maanden laten krijgt ze 10% loonsverhoging. Hoeveel gaat ze dan verdienen?
a)
55,44 ( eerst 12 % en daarna 10%)
b)
54,90 ( 12% +10% = 22%)
c)
5,40 ( 12 % van 45 euro)
d)
49,50 (110 % van 45)
53.

Je trekt 1 kaart uit een spel van 52 kaarten?
Wat is de kans dat je een zwarte kaart trekt?

a)

 152\frac{1}{52}  

b)

 126\frac{1}{26}  

c)

 113\frac{1}{13}  

d)

 14\frac{1}{4}  

e)

 12\frac{1}{2}  

54.

Je trekt 1 kaart uit een spel van 52 kaarten?
Wat is de kans dat je een rode boer trekt?

a)

 152\frac{1}{52}  

b)

 126\frac{1}{26}  

c)

 113\frac{1}{13}  

d)

 14\frac{1}{4}  

e)

 12\frac{1}{2}  

55.

Je trekt 1 kaart uit een spel van 52 kaarten?
Wat is de kans dat je een klaveren drie trekt?

a)

 152\frac{1}{52}  

b)

 126\frac{1}{26}  

c)

 113\frac{1}{13}  

d)

 14\frac{1}{4}  

e)

 12\frac{1}{2}  

56.

Je trekt 1 kaart uit een spel van 52 kaarten?
Wat is de kans dat je een schoppen trekt?

a)

 152\frac{1}{52}  

b)

 126\frac{1}{26}  

c)

 113\frac{1}{13}  

d)

 14\frac{1}{4}  

e)

 12\frac{1}{2}  

57.

Je trekt 1 kaart uit een spel van 52 kaarten?
Wat is de kans dat je een dame trekt?

a)

 152\frac{1}{52}  

b)

 126\frac{1}{26}  

c)

 113\frac{1}{13}  

d)

 14\frac{1}{4}  

e)

 12\frac{1}{2}  

58.
De schaal van een plattegrond is 1 op 250. Wat betekent dat?
a)
Dat 250 cm in het echt 1 cm is.
b)
Dat 1 cm in het echt 250 meter is.
c)
Dat 1 cm in het echt 250 cm is.
d)
Dat 250 cm in het echt 1 meter is.
59.
Dit Monopolybord is weergegeven op een schaal van 1:10.
De afbeelding is 5 cm.
Hoeveel cm is het bord in het echt?
a)
4 meter
b)
40 cm
c)
50 cm
d)
55 cm
60.
Dirk krijgt van zijn opa een Max Verstappen modelauto. 
De schaal van de modelauto is 1:25.
De lengte van het model is 20 cm
Wat is de werkelijke lengte van de wagen?
a)
50 cm
b)
6 meter
c)
400 cm
d)
5 meter
61.

Rachel heeft een meisje getekend. Op de tekening is het meisje 15 cm lang. In het echt is het meisje 165 cm lang.

Wat is de schaal?

a)

1: 50

b)

1: 11

c)

1 : 45

d)

1: 1

62.

Schaal 1:250.000

a)

1 cm op de kaart is in werkelijkheid 2,5 km

b)

1 cm op de kaart is in werkelijkheid 25 km

c)

1 cm op de kaart is in werkelijkheid 250 km

d)

1 cm op de kaart is in werkelijkheid 0,25 km

63.

Welke schaal hoort bij deze schaallijn?

a)

1:20

b)

1:4

c)

1 : 2.000.000

d)

1 : 400.000

64.

 41\frac{4}{1}  

a)

vergroting

b)

verkleining

c)

ware grootte

65.

 1500\frac{1}{500}  

a)

vergroting

b)

verkleining

c)

ware grootte

66.
Een tekening van een duikboot is 3 cm lang. De duikboot is 30 meter lang. Wat is de schaal?
a)
1:1000
b)
1000:1
c)
1:3
d)
3:1
67.

Vul in:

0,08 _____ 0,8

a)

<

b)

>

c)

=

68.

3,49 ___ 3,5

a)

<

b)

>

c)

=

69.

6 ____ 9

a)

<

b)

>

c)

=

70.

71 ___ 71

a)

<

b)

>

c)

=