Font size
S
M
L
XL
WorksheetsT3 vocab H1
Total questions: 114
Worksheet time: 38mins
Name
Class
Date
1.
a bore
a)
saai
b)
optreden
c)
kracht
d)
op slot
2.
afterwards
a)
na afloop
b)
ophalen
c)
omgeving
d)
uitstraling
3.
amusement park
a)
pretpark
b)
verschaffen
c)
zwembad
d)
looping
4.
anniversary
a)
jubileum
b)
duwen
c)
het opstijgen
d)
hoofdpodium
5.
audience
a)
publiek
b)
reserveren
c)
tennisbaan
d)
gedenkwaardig
6.
bill
a)
rekening
b)
antwoorden
c)
verschrikkelijk
d)
herentoilet
7.
bouncer
a)
uitsmijter
b)
runnen
c)
echter
d)
midgetgolf
8.
cloakroom
a)
garderobe
b)
besparen
c)
klappen
d)
modderbad
9.
co-owner
a)
mede-eigenaar
b)
spetteren
c)
uitgehongerd zijn
d)
geheimzinnig
10.
corkscrew
a)
kurkentrekker
b)
bederven
c)
vastzitten
d)
aangrenzend
11.
course
a)
baan
b)
slagen
c)
boeken
d)
12 uur ‘s middags
12.
dark
a)
donker
b)
van start gaan
c)
valsspelen
d)
hindernis
13.
desk
a)
bureau
b)
plaatsvinden
c)
bekijken
d)
aan boord
14.
determination
a)
vastberadenheid
b)
struikelen
c)
bestrijken
d)
paintballen
15.
dictionary
a)
woordenboek
b)
op komen dagen
c)
afleiden
d)
bijzonder
16.
diversity
a)
variatie
b)
ronddraaien
c)
mooi aankleden
d)
patroon
17.
dress code
a)
kledingvoorschrift
b)
losmaken
c)
eindigen in
d)
speelplaats
18.
edition
a)
editie
b)
drievoudig
c)
zin hebben in/om
d)
duik
19.
electricity
a)
electriciteit
b)
koffer
c)
geld inzamelen
d)
stroomuitval
20.
enclosed
a)
ingesloten
b)
weggespoeld
c)
leiden tot
d)
waarschijnlijk
21.
entrance fee
a)
toegangsprijs
b)
raar
c)
ieder voor zich betalen
d)
korting
22.
entry
a)
ingang
b)
terwijl
c)
dikke pret hebben
d)
raadsel
23.
excellent
a)
fantastisch
b)
bereid
c)
denderen
d)
veiligheidsredenen
24.
expert
a)
ervaren
b)
saai
c)
verlichten
d)
schoolfeest
25.
fairground
a)
kermisterrein
b)
na afloop
c)
onthouden
d)
zitplaats
26.
flabbergasted
a)
stomverbaasd
b)
pretpark
c)
leiden
d)
gordel
27.
flash
a)
flits
b)
jubileum
c)
reserveren
d)
schaamte
28.
front row
a)
voorste rij
b)
publiek
c)
erin slagen
d)
precies
29.
fully booked
a)
volgeboekt
b)
rekening
c)
mompelen
d)
een beetje
30.
gig
a)
optreden
b)
uitsmijter
c)
optreden
d)
kletsnat
31.
ladies’ room
a)
damestoilet
b)
garderobe
c)
ophalen
d)
griezelig
32.
locked
a)
op slot
b)
mede-eigenaar
c)
verschaffen
d)
kracht
33.
look
a)
uitstraling
b)
kurkentrekker
c)
duwen
d)
omgeving
34.
loop
a)
looping
b)
baan
c)
reserveren
d)
zwembad
35.
main stage
a)
hoofdpodium
b)
donker
c)
antwoorden
d)
het opstijgen
36.
memorable
a)
gedenkwaardig
b)
bureau
c)
runnen
d)
tennisbaan
37.
men’s room
a)
herentoilet
b)
vastberadenheid
c)
besparen
d)
verschrikkelijk
38.
mini golf
a)
midgetgolf
b)
woordenboek
c)
spetteren
d)
echter
39.
mud bath
a)
modderbad
b)
variatie
c)
bederven
d)
klappen
40.
mysterious
a)
geheimzinnig
b)
kledingvoorschrift
c)
slagen
d)
uitgehongerd zijn
41.
neighbouring
a)
aangrenzend
b)
editie
c)
van start gaan
d)
vastzitten
42.
noon
a)
12 uur ‘s middags
b)
electriciteit
c)
plaatsvinden
d)
boeken
43.
obstacle
a)
hindernis
b)
ingesloten
c)
struikelen
d)
valsspelen
44.
on board
a)
aan boord
b)
toegangsprijs
c)
op komen dagen
d)
bekijken
45.
paintballing
a)
paintballen
b)
ingang
c)
ronddraaien
d)
bestrijken
46.
particularly
a)
bijzonder
b)
fantastisch
c)
losmaken
d)
afleiden
47.
pattern
a)
patroon
b)
ervaren
c)
drievoudig
d)
mooi aankleden
48.
playground
a)
speelplaats
b)
kermisterrein
c)
koffer
d)
eindigen in
49.
plunge
a)
duik
b)
stomverbaasd
c)
weggespoeld
d)
zin hebben in/om
50.
power cut
a)
stroomuitval
b)
flits
c)
raar
d)
geld inzamelen
51.
probably
a)
waarschijnlijk
b)
voorste rij
c)
terwijl
d)
leiden tot
52.
reduction
a)
korting
b)
volgeboekt
c)
bereid
d)
ieder voor zich betalen
53.
riddle
a)
raadsel
b)
optreden
c)
saai
d)
dikke pret hebben
54.
safety reasons
a)
veiligheidsredenen
b)
damestoilet
c)
na afloop
d)
denderen
55.
school dance
a)
schoolfeest
b)
op slot
c)
pretpark
d)
verlichten
56.
seat
a)
zitplaats
b)
uitstraling
c)
jubileum
d)
onthouden
57.
seatbelt
a)
gordel
b)
looping
c)
publiek
d)
leiden
58.
shame
a)
schaamte
b)
hoofdpodium
c)
rekening
d)
reserveren
59.
sharp
a)
precies
b)
gedenkwaardig
c)
uitsmijter
d)
erin slagen
60.
slightly
a)
een beetje
b)
herentoilet
c)
garderobe
d)
mompelen
61.
soaked
a)
kletsnat
b)
midgetgolf
c)
mede-eigenaar
d)
optreden
62.
spooky
a)
griezelig
b)
modderbad
c)
kurkentrekker
d)
ophalen
63.
strength
a)
kracht
b)
geheimzinnig
c)
baan
d)
verschaffen
64.
surroundings
a)
omgeving
b)
aangrenzend
c)
donker
d)
duwen
65.
swimming pool
a)
zwembad
b)
12 uur ‘s middags
c)
bureau
d)
reserveren
66.
take-off
a)
het opstijgen
b)
hindernis
c)
vastberadenheid
d)
antwoorden
67.
tennis court
a)
tennisbaan
b)
aan boord
c)
woordenboek
d)
runnen
68.
terrible
a)
verschrikkelijk
b)
paintballen
c)
variatie
d)
besparen
69.
though
a)
echter
b)
bijzonder
c)
kledingvoorschrift
d)
spetteren
70.
to applaud
a)
klappen
b)
patroon
c)
editie
d)
bederven
71.
to be starving
a)
uitgehongerd zijn
b)
speelplaats
c)
electriciteit
d)
slagen
72.
to be stuck
a)
vastzitten
b)
duik
c)
ingesloten
d)
van start gaan
73.
to book
a)
boeken
b)
stroomuitval
c)
toegangsprijs
d)
plaatsvinden
74.
to cheat
a)
valsspelen
b)
waarschijnlijk
c)
ingang
d)
struikelen
75.
to check out
a)
bekijken
b)
korting
c)
fantastisch
d)
op komen dagen
76.
to cover
a)
bestrijken
b)
raadsel
c)
ervaren
d)
ronddraaien
77.
to distract
a)
afleiden
b)
veiligheidsredenen
c)
kermisterrein
d)
losmaken
78.
to dress up
a)
mooi aankleden
b)
schoolfeest
c)
stomverbaasd
d)
drievoudig
79.
to end up in
a)
eindigen in
b)
zitplaats
c)
flits
d)
koffer
80.
to fancy
a)
zin hebben in/om
b)
gordel
c)
voorste rij
d)
weggespoeld
81.
to fundraise
a)
geld inzamelen
b)
schaamte
c)
volgeboekt
d)
raar
82.
to give rise to
a)
leiden tot
b)
precies
c)
optreden
d)
terwijl
83.
to go Dutch
a)
ieder voor zich betalen
b)
een beetje
c)
damestoilet
d)
bereid
84.
to have a blast
a)
dikke pret hebben
b)
kletsnat
c)
op slot
d)
saai
85.
to hurtle
a)
denderen
b)
griezelig
c)
uitstraling
d)
na afloop
86.
to illuminate
a)
verlichten
b)
kracht
c)
looping
d)
pretpark
87.
to keep in mind
a)
onthouden
b)
omgeving
c)
hoofdpodium
d)
jubileum
88.
to lead
a)
leiden
b)
zwembad
c)
gedenkwaardig
d)
publiek
89.
to make a reservation
a)
reserveren
b)
het opstijgen
c)
herentoilet
d)
rekening
90.
to manage
a)
erin slagen
b)
tennisbaan
c)
midgetgolf
d)
uitsmijter
91.
to mutter
a)
mompelen
b)
verschrikkelijk
c)
modderbad
d)
garderobe
92.
to perform
a)
optreden
b)
echter
c)
geheimzinnig
d)
mede-eigenaar
93.
to pick up
a)
ophalen
b)
klappen
c)
aangrenzend
d)
kurkentrekker
94.
to provide
a)
verschaffen
b)
uitgehongerd zijn
c)
12 uur ‘s middags
d)
baan
95.
to push
a)
duwen
b)
vastzitten
c)
hindernis
d)
donker
96.
to reserve
a)
reserveren
b)
boeken
c)
aan boord
d)
bureau
97.
to respond
a)
antwoorden
b)
valsspelen
c)
paintballen
d)
vastberadenheid
98.
to run
a)
runnen
b)
bekijken
c)
bijzonder
d)
woordenboek
99.
to save
a)
besparen
b)
bestrijken
c)
patroon
d)
variatie
100.
to splash
a)
spetteren
b)
afleiden
c)
speelplaats
d)
kledingvoorschrift
101.
to spoil
a)
bederven
b)
mooi aankleden
c)
duik
d)
editie
102.
to succeed
a)
slagen
b)
eindigen in
c)
stroomuitval
d)
electriciteit
103.
to take off
a)
van start gaan
b)
zin hebben in/om
c)
waarschijnlijk
d)
ingesloten
104.
to take place
a)
plaatsvinden
b)
geld inzamelen
c)
korting
d)
toegangsprijs
105.
to trip
a)
struikelen
b)
leiden tot
c)
raadsel
d)
ingang
106.
to turn up
a)
op komen dagen
b)
ieder voor zich betalen
c)
veiligheidsredenen
d)
fantastisch
107.
to twist
a)
ronddraaien
b)
dikke pret hebben
c)
schoolfeest
d)
ervaren
108.
to unbuckle
a)
losmaken
b)
denderen
c)
zitplaats
d)
kermisterrein
109.
triple
a)
drievoudig
b)
verlichten
c)
gordel
d)
stomverbaasd
110.
trunk
a)
koffer
b)
onthouden
c)
schaamte
d)
flits
111.
washed away
a)
weggespoeld
b)
leiden
c)
precies
d)
voorste rij
112.
weird
a)
raar
b)
reserveren
c)
een beetje
d)
volgeboekt
113.
while
a)
terwijl
b)
erin slagen
c)
kletsnat
d)
optreden
114.
willing
a)
bereid
b)
mompelen
c)
griezelig
d)
damestoilet
Reset
