wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nt2taalmenu A1 Module 2

Total questions: 25

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Wat is dit?

a)

Een klok

b)

Een lamp

c)

Een horloge

d)

Een wekker

2.

Zoek bij elkaar. Welke is goed?

a)

Het meisje ziet de zon. Het is donker.

b)

Papa vraagt: 'Wat is dat?'. Mama doet de lamp aan.

c)

De man pakt de telefoon. Ze stapt in bed.

d)

Het meisje ziet de maan. Buiten is het donker.

3.

Wat hoort er niet bij?


de kerktoren - het horloge - de lamp - de klok - de wekker

(a)  

4.

Wat hoort er niet bij?


het oor - de neus - de arm - de mond - de haar - de tanden

(a)  

5.

Wat hoort er niet bij?


heel goed - prima - juist - fout - oke

(a)  

6.

Vul de tijd in

a)

half 8

b)

half 6

c)

half 9

d)

half 10

7.

Vul de tijd in

a)

half 8

b)

half 6

c)

half 9

d)

half 10

8.

Welk woord is goed?


Iris geeft ................ papa een nachtzoen

a)

haar

b)

licht

c)

dan

d)

slaap

e)

het

9.

Welk woord is goed?


Papa loopt naar de lamp. Hij doet het ............... uit.

a)

haar

b)

licht

c)

dan

d)

slaap

e)

het

10.

Welk woord is goed?


............................. is donker in de kamer.

a)

haar

b)

licht

c)

dan

d)

slaap

e)

het

11.

Welk woord is goed?


Hij zegt: " ......................... lekker!"

a)

haar

b)

licht

c)

dan

d)

slaap

e)

het

12.

Maak goede zinnen.

De jongen. Dit is de mond.

(a)  

13.

Maak goede zinnen.

De vrouw. Dit is de neus.

(a)  

14.

Wat kan niet?

a)

Het kindje doet de kleren uit

b)

Het kindje doet de kleren in

c)

Het kindje doet de kleren aan

15.

Wat kan niet?

a)

Het meisje geeft de vriend ook een kus

b)

Het meisje geeft haar vriend ook een kus

c)

Het meisje geeft zijn vriend ook een kus

16.

Zoek woorden bij elkaar.

Welke is niet goed?

a)

Prima - heel goed

b)

de nachtzoen - poetsen

c)

vraagt - antwoordt

d)

de toren - de klok

17.

In welke ruimte is het?


HET BED

a)

de slaapkamer

b)

de woonkamer

c)

de badkamer

d)

de keuken

e)

de garage

18.

In welke ruimte is het?


DE AUTO

a)

de slaapkamer

b)

de woonkamer

c)

de badkamer

d)

de keuken

e)

de garage

19.

In welke ruimte is het?


DE TANDPASTA

a)

de slaapkamer

b)

de woonkamer

c)

de badkamer

d)

de keuken

e)

de garage

20.

Zijn of Haar ???

a)

Zijn

b)

Haar

21.

Zijn of Haar ???

a)

Zijn

b)

Haar

22.

Zijn of Haar ???


De vader geeft ................... kind een kus.

a)

Zijn

b)

Haar

23.

Kijk naar het plaatje en Kies het goede woord.


Het is ........................ Het is nacht.

a)

licht

b)

donker

c)

buiten

24.

Kijk naar het plaatje en Kies het goede woord.


De jongen zegt: " ....................... dit is een auto".

a)

Zit

b)

Luister

c)

Kijk

25.

Kijk naar het plaatje en Kies het goede woord.


Die hond heeft .............................. haar.

a)

lekker

b)

licht

c)

donker