wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Trede 1

Total questions: 27

Worksheet time: 14mins

Name
Class
Date
1.

wie (NL)

a)

wer

b)

was

c)

wo

d)

wann

2.

wat

a)

wo

b)

was

c)

wann

d)

wie

3.

wanneer

a)

wie

b)

wo

c)

wann

d)

wer

4.

waar

a)

wo

b)

wer

c)

wann

d)

wie

5.

warum

a)

wie

b)

waarom

c)

wanneer

d)

hoe

6.

wieso

a)

hoezo

b)

waar

c)

waarom

d)

wanneer

7.

gaan

a)

bleiben

b)

gehen

c)

sein

d)

haben

8.

heten

a)

gehen

b)

wohnen

c)

haben

d)

heißen

9.

vinden

a)

finden

b)

heißen

c)

haben

d)

sein

10.

vragen

a)

sein

b)

fragen

c)

finden

d)

haben

11.

sitzen

a)

komen

b)

vragen

c)

gaan

d)

zitten

12.

sehen

a)

zien

b)

gaan

c)

heten

d)

vinden

13.

het

a)

das

b)

der, die

c)

ein, eine

14.

und

a)

en

b)

ook

c)

maar

d)

een

15.

maar

a)

und

b)

aber

c)

auch

d)

ein, eine

16.

goedemiddag

a)

guten Morgen

b)

hallo

c)

guten Tag

d)

guten Abend

17.

Mijn naam is ....

a)

Ich bin ....

b)

Mein Name ist .....

c)

Ich heiße .....

d)

Ich habe .....

18.

Nett dich kennen zu lernen.

a)

Dank je wel

b)

Met mij gaat het goed.

c)

Leuk om je te ontmoeten.

19.

Ik ben .... jaar oud.

a)

Ich bin ... Jahre alt.

b)

Ich wohne in ....

c)

Ich heiße ...

d)

Mein Name ist .....

20.

dank je wel

a)

bitte schön

b)

danke

c)

haben

21.

Tot ziens!

a)

Danke!

b)

guten Tag!

c)

Auf Wiedersehen!

d)

Tschüss!

22.

De ouders

a)

die Eltern

b)

die Mutter

c)

die Schwester

d)

die Geschwister

23.

de jongen

a)

der Vater

b)

der Junge

c)

das Mädchen

d)

die Eltern

24.

de dochter

a)

das Mädchen

b)

der Sohn

c)

die Tochter

d)

die Mutter

25.

die Geschwister

a)

de ouders

b)

de broers en zussen

c)

de zussen

d)

de broers

26.

die Cousine

a)

de neef

b)

de opa

c)

de nicht

d)

de oma

27.

der Bruder

a)

de broer

b)

de vader

c)

de opa

d)

de oom