wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

quiz kritisch denken

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is geen geldige conditionele redenering?

a)

Als ik auto rij, dan verplaats ik me.

Ik rij auto, dus verplaats ik me.

b)

Als ik douch, dan word ik nat.

Ik douch, dus wordt ik nat.

c)

Als ik nat wordt, dan sta ik onder de douch.

Ik ben nat, dus ik douch.

d)

Als ik blijf oefenen, dan wordt ik steeds beter.

Ik blijf oefenen, dus wordt ik steeds beter.

2.

welke syllogisme is juist

a)

Meesten steden hebben een gemeente bestuur | Deventer is een stad | dus deventer heeft een gemeente bestuur

b)

Alle steden hebben een gemeente bestuur | Deventer is een stad | dus deventer heeft een gemeente bestuur

c)

Sommige auto’s hebben ABS | WV Polo is een auto | dus een WV polo heeft ABS.

3.

Als het regent, is de straat nat

a)

voldoende voorwaarde

b)

noodzakelijke voorwaarde

4.

Is drie zijden hebben een voldoende voorwaarde of een noodzakelijke voorwaarde voor een driehoek?

a)

voldoende voorwaarde

b)

noordzakelijke voorwaarde

5.

Alleen als de student hard studeert, kan hij het tentamen halen. Is dit een voldoende of noodzakelijke voorwaarde?

a)

voldoende voorwaarde

b)

noodzakelijke voorwaarde

6.

Welke bewering over helder denken in categorieën kloppen niet?

a)

a.Delen van de verzameling mogen niet overlappen

b)

b.Een deel van een verzameling kan maar onder 1 categorie vallen

c)

c.De verzameling delen moet compleet zijn

7.

waaruit bestaat een duidelijke onderzoeksvraag

a)

Alle vragen die je kan toepassen zijn goed

b)

Vragen met wetenschappelijke termen

c)

Als de vraag geformuleerd is die meetbaar is

8.

Welk van de 4 voorbeelden is een cirkelredenering?

a)

Die Ferrari is van mij, want ik ben de eigenaar.

b)

Die Ferrari is van mij, want ik vindt hem mooi.

c)

Die Lamborghini is van mij, want ik heb het geld daarvoor.

d)

Die Lamborghini is van mij, want ik hou van Lamborghini.

9.

welke drogredenen: De assistent loopt je kantoor binnen. Je bent je pen kwijt. De assistent heeft een extra pen meegenomen

a)

cirkel redenering

b)

Post hoc

c)

stroman

10.

welke drogredenen: hij heeft die auto niet gestolen, want hij steelt niet.

a)

cirkel redenering

b)

Post hoc

c)

stroman

11.

Welk is een voorbeeld van een juiste analogie?

a)

Ik vind dat ik recht heb op een even hoog salaris als Ronald, want mark Ronald heeft ook een bril net zoals mij en krijgt een overheidssalaris.

b)

Ik vind dat ik recht heb op een even hoog salaris als Ronald, want we hebben allebei dezelfde functie binnen het bedrijf.

c)

Ik vind dat ik recht op een even laag salaris als Ronald, want we zijn even lang.

d)

Ik vind dat ik recht heb op een even hoog salaris als Ronald, want we werken voor het zelfde bedrijf.

12.

Wat is een voorbeeld van het omdraaien van de bewijslast?

a)

ik vind dat we meer geld uit moeten geven aan het onderwijs, bewijs jij maar is waarom we dit niet zouden moeten doen.

b)

ik vind dat we meer geld uit moeten geven aan het onderwijs, omdat docente te weinig verdienen.

c)

Ik vind dat we meer geld uit moeten geven aan het onderwijs, omdat school gebouwen op instorten staan.

d)

Ik vind dat we meer geld uit moeten geven aan het onderwijs, omdat scholieren goed onderwijs verdienen.

13.

welk argument is relevant bij de stelling: Eten bij McDonalds is ongezond.

a)

Omdat er veel slechte vetten in het eten van de McDonalds zitten.

b)

Omdat het verkocht wordt bij de McDonalds.

c)

Omdat ze hamburgers verkopen bij de McDonalds.

d)

Omdat het heel erg lekker is.

14.

wanneer is een argument volledig?

a)

Wanneer een conclusie juist en relevant is

b)

Wanneer je argument met meetbare inhoudt gebruikt.

c)

beide

15.

welke uitspraak is onjuist

a)

Als een argument volledig is dan is het argument ook relevant

b)

als het argument relevant is dan is het argument ook volledig

c)

als een argument niet relevant is dan is het argument ook niet volledig