WorksheetsHerhaling hoofdstuk 1 Pruiken en Revoluties
Total questions: 20
Worksheet time: 13mins
De adel behoorde tot de...
Tweede stand
Eerste stand
Derde stand
Een abolitionist...
Wil handelen in slaven
Wil slaven verkopen
Wil slavenhandel afschaffen
Wil slavenhandel promoten
Waar gaf Lodewijk XVI de belasting aan uit...
(a)
Deze afbeelding gaat over...
(a)
De tijd van pruiken en revoluties speelt zich af in de ......eeuw.
15e
16e
17e
18e
De bevolking is verdeeld in groepen.
Welk begrip past hierbij?
(a)
Noem de gebeurtenis bij het jaartal 1789
Franse revolutie
Bataafse revolutie
Napoleon keizer
eed op de kaatsbaan
Lodewijk XVI, dat is dus......
de 16e
de 14e
de 15e
de 18e
Wat is de juiste volgorde van belangrijkheid van de standenmaatschappij?
adel - geestelijkheid - Derde Stand
geestelijkheid - adel - Derde Stand
adel - boeren - burgers
geestelijkheid - boeren - burgers
In Nederland ontstond in 1781 een beweging van voorstanders van democratie. Ze vonden dat het slecht ging met de Republiek en gaven de stadhouder en de regenten de schuld. Zij noemden zichzelf..
(a)
In 1795 werd de Republiek veroverd door het Franse leger. Willem V vluchtte naar Engeland waarna de patriotten de Bataafse Republiek uitriepen. Wat stelde zij als eerste in toen ze de baas waren?
Algemeen kiesrecht en vervolgens een grondwet.
Geen belasting meer betalen
Een nieuwe stadhouder
Een nieuwe koning
Noem twee dingen die in de Franse tijd (1795-1813) zijn ingevoerd in Nederland.
Wat is een democratie?
Wanneer het volk beslist en mag stemmen
Een land zonder koning
Een land zonder grondwet
Noem het begrip dat hoort bij de volgende omschrijving:
'Idee dat je beter bent dan iemand anders'
Racisme
Superioriteitsgevoel
egoïstisch
