wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling hoofdstuk 1 Pruiken en Revoluties

Total questions: 20

Worksheet time: 13mins

Name
Class
Date
1.

De adel behoorde tot de...

a)

Tweede stand

b)

Eerste stand

c)

Derde stand

2.

Een abolitionist...

a)

Wil handelen in slaven

b)

Wil slaven verkopen

c)

Wil slavenhandel afschaffen

d)

Wil slavenhandel promoten

3.

Waar gaf Lodewijk XVI de belasting aan uit...

(a)  

4.

Deze afbeelding gaat over...

(a)  

5.

De tijd van pruiken en revoluties speelt zich af in de ......eeuw.

a)

15e

b)

16e

c)

17e

d)

18e

6.

De bevolking is verdeeld in groepen.

Welk begrip past hierbij?

(a)  

7.

Noem de gebeurtenis bij het jaartal 1789

a)

Franse revolutie

b)

Bataafse revolutie

c)

Napoleon keizer

d)

eed op de kaatsbaan

8.
De Franse koning Lodewijk XVI  riep in 1789 de Staten-Generaal bijeen. Waarom deed hij dat?
a)
Hij was niet langer  in staat  om alleen te regeren en wilde steun.
b)
Hij was blut en had toestemming nodig voor het verhogen van de belastingen.
9.
Frankrijk kende 3 standen. Welke stand had de meeste problemen met de plannen van de koning?
a)
De 1e stand.
b)
De 2e stand.
c)
De 3e stand.
10.
De Franse burgers grepen op 14 juli 1789 naar de wapens. Welk gebouw werd die dag door hen bestormd?
a)
Het paleis in Versailles.
b)
Het paleis in Parijs.
c)
De gevangenis in Versailles.
d)
De gevangenis in Parijs.
11.
De Franse burgers  maakten een grondwet.  Wat was de belangrijkste  regel in die wet?
a)
De voorrechten golden voortaan ook voor de 3e stand.
b)
Iedereen heeft gelijke rechten.
c)
Frankrijk heeft geen koning meer.
d)
De edelen regeren voortaan het land.
12.
Drie jaar na het begin van de revolutie werd Frankrijk een republiek. Dat is.....
a)
een land met een koning zonder macht.
b)
een land met edelen die het land regeren.
c)
een land zonder echte  leider.
d)
een land zonder koning of keizer.
13.
Juist of onjuist? Zowel koning Lodewijk XVI als zijn vrouw koningin Marie-Antoinette eindigden hun leven onder de guillotine.
a)
Juist
b)
Onjuist
14.

Lodewijk XVI, dat is dus......

a)

de 16e

b)

de 14e

c)

de 15e

d)

de 18e

15.

Wat is de juiste volgorde van belangrijkheid van de standenmaatschappij?

a)

adel - geestelijkheid - Derde Stand

b)

geestelijkheid - adel - Derde Stand

c)

adel - boeren - burgers

d)

geestelijkheid - boeren - burgers

16.

In Nederland ontstond in 1781 een beweging van voorstanders van democratie. Ze vonden dat het slecht ging met de Republiek en gaven de stadhouder en de regenten de schuld. Zij noemden zichzelf..

(a)  

17.

In 1795 werd de Republiek veroverd door het Franse leger. Willem V vluchtte naar Engeland waarna de patriotten de Bataafse Republiek uitriepen. Wat stelde zij als eerste in toen ze de baas waren?

a)

Algemeen kiesrecht en vervolgens een grondwet.

b)

Geen belasting meer betalen

c)

Een nieuwe stadhouder

d)

Een nieuwe koning

18.

Noem twee dingen die in de Franse tijd (1795-1813) zijn ingevoerd in Nederland.

4 lines
19.

Wat is een democratie?

a)

Wanneer het volk beslist en mag stemmen

b)

Een land zonder koning

c)

Een land zonder grondwet

20.

Noem het begrip dat hoort bij de volgende omschrijving:

'Idee dat je beter bent dan iemand anders'

a)

Racisme

b)

Superioriteitsgevoel

c)

egoïstisch