Font size
WorksheetsHV werkwoordspelling (PVTT, PVVT)
Total questions: 20
Worksheet time: 20mins
(worden, tt) Morgen ... hij door de docent uit de les gehaald.
(a)
(koken ,vt) Mijn oma ... altijd heel erg lekker.
(a)
(gooien, vt) Ik ... het propje precies in de prullenbak!
(a)
(lopen, vt) Waarom ... wij helemaal de verkeerde kant op?
(a)
(verbazen, vt) Het ... me hoeveel leerlingen op tijd waren in de les.
(a)
(vinden, tt) ... je ook niet dat het goed gaat op school?
(a)
(verbranden, vt) Hij ... zijn hand aan de oven.
(a)
(blaffen, vt) De honden ... de hele nacht!
(a)
(sussen, tt) De verzorger van mijn opa ... de blaffende hond.
(a)
(schrobben, vt) Vorige week ... wij het hele huis van voor tot achter.
(a)
(antwoorden, vt) Dat meisje ... op de vraag van de docent.
(a)
(planten, vt) Ik en mijn broertje ... de hele tuin vol!
(a)
(landen, tt) Het vliegtuig uit Amerika ... om 10 uur op Schiphol.
(a)
(wachten, vt) De kinderen ... allemaal in het lokaal na de pauze.
(a)
(wedden, vt) De toeschouwers ... allemaal op het verkeerde paard.
(a)
(lachten, vt) De docent ... van vreugde na het nakijken van de toets.
(a)
(worden, vt) Waarom ... je uit het zwembad gehaald.
(a)
(verven, tt) Ik ben blij dat hij het hek ...
(a)
(verven, vt) Ik ben blij dat jullie dat hek ...
(a)
(verhuizen ,vt) Vroeger ... wij bijna elk jaar.
(a)
