Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Planten en dieren

Total questions: 20

Worksheet time: 2hrs 40mins

Name
Class
Date
1.

Is het voorwerp in de afbeelding dood, levenloos of levend?

a)

Dood

b)

Levend

c)

Levensloos

2.

Welk onderdeel van de kiem is aangegeven met nummer 6 in de afbeelding.

a)

Het blaadje

b)

De kiem

c)

De zaaadlob

d)

Het worteltje

3.

Een van de 7 levenskenmerken is uitscheiden, doen planten ook aan uitscheiden?

a)

Ja

b)

Nee

4.

Van welke vorm van ontwikkeling is schrijven een voorbeeld?

a)

Motorische ontwikkeling

b)

Lichamelijke ontwikkeling

c)

Geestelijke ontwikkeling

d)

School ontwikkeling

5.

Je hebt Zoolgangers, Topgangers en Teengangers. Wat voor type "Ganger" is de kat?

a)

Topganger

b)

Zoolganger

c)

Teenganger

d)

Voetganger

6.

Wat is het verschil tussen levenloos en dood?

(a)  

7.

Een cactus groeit vaak in warme, drogen gebieden. Wat voor soort wortels zullen deze planten hebben?

a)

Wortels dicht aan de oppervlakte

b)

Veel korte wortels

c)

Weinig grote wortels

d)

Diepe wortels

8.

Wat is geen voorbeeld van een aanpassing van dieren die in het water leven?

a)

Kieuwen

b)

Gestroomdlijnd lichaam

c)

Scherpe tanden

d)

Slijmlaag over de huid

9.

Wat is een groeispurt?

a)

Gedaanteverwisseling

b)

In een korte tijd veel groeien

c)

De pubertijd

d)

Metamorfose

10.

Waardoor weet je of iets een organismen is?

a)

Omdat het een ontwikkeling doormaakt

b)

Omdat het uit de natuur komt

c)

Omdat het aan fotosynthese kan doen

d)

Doordat het levenskenmerken heeft

11.

Hoe maakt de plant Glucose?

a)

Door suiker op te nemen

b)

Door middel van fotosynthese

c)

Door metamorfose

d)

Door zuurstof uit te ademen

12.

Wat wordt er in de afbeelding aangegeven met nummer 2?

a)

De navel

b)

Het hartvormig bultje

c)

De zaadhuid

d)

De zaadlobben

13.

Hoe noem je een snelle periode van groei die je vaak doormaakt in de pubertijd.

a)

Lichamelijke ontwikkeling

b)

Adolescent

c)

Groeispurt

d)

Supergroei

14.

Welke levensfase hoort er op plek B te staan?

a)

Adolescent

b)

Kleuter

c)

Peuter

d)

Volwassene

15.

Je hebt zoolgangers, topgangers en teengangers. Wat voor type "ganger" is de beer?

a)

Topganger

b)

Teenganger

c)

Voetganger

d)

Zoolganger

16.

Wat betekend metamorfose?

a)

Groeispurt

b)

Lichamelijke ontwikkeling

c)

Gedaanteverwisseling

d)

Verdedigingsmechanisme

17.

Wat voor snavel hebben vogels die vaak in de grond prikken om bodemdiertjes te eten?

a)

Kegelsnavel

b)

Pincetsnavel

c)

Haaksnavel

d)

Priemsnavel

18.

Welke levensfase hoort er op plek C te staan?

a)

Volwassene

b)

Adolescent

c)

Schoolkind

d)

Puber

19.

Wat is er nodig voor groei en ontwikkeling in alle organismen?

a)

Uitscheiding

b)

Voortplanting

c)

Glucose

d)

Voedingstoffen

20.

Wat zijn voedingsstoffen

a)

Alles wat je eet of drinkt

b)

Alles wat je eet

c)

Alles wat je drinkt