WorksheetsDe tegenwoordige tijd
Total questions: 15
Worksheet time: 15mins
Name
Class
Date
1.
U (naderen) een voorrangsweg.
(a)
2.
Waarom (antwoorden) je nooit als zij iets vraagt?
(a)
3.
Wie (leiden) dit spel?
(a)
4.
Ik (benijden) je om die mooie kans die je krijgt.
(a)
5.
De leerkracht (bieden) elke maandagmiddag inhaalles aan.
(a)
6.
Wanneer (landen) het vliegtuig in Alghero?
(a)
7.
(Lijden) je opa aan dementie?
(a)
8.
De architect (tekenen) een nieuw plan.
(a)
9.
Klas 2AB (winnen) elke wedstrijd.
(a)
10.
Ik (winden) er geen doekjes om.
(a)
11.
Dit bord (gelden) voor de hele straat.
(a)
12.
Welke klas (worden) dit schooljaar kampioen?
(a)
13.
Mathis (rijden) sneller met de fiets dan Wout Van Aert.
(a)
14.
Louis, (snijden) je even de klasfoto uit de krant aub?
(a)
15.
(Wenden) je tot de minister met deze vraag.
(a)
100 %
