wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Lading, spanning, Ohm (havo)

Total questions: 10

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Een object wat positief geladen is heeft:

a)

Meer protonen dan normaal

b)

Minder protonen dan normaal

c)

Meer elektronen dan normaal

d)

Minder elektronen dan normaal

2.

Een object wat negatief geladen is heeft:

a)

Meer protonen dan normaal

b)

Minder protonen dan normaal

c)

Meer elektronen dan normaal

d)

Minder elektronen dan normaal

3.

Selecteer alle spanningsbronnen

a)

Batterij

b)

Accu

c)

Stopcontact

d)

Dynamo

4.

Hoe kan een voorwerp ontladen worden?

a)

Door aanraking met een object met dezelfde lading

b)

Door niks te doen op droge warme dagen

c)

Door aanraking met een object met een tegenovergestelde lading

d)

Door niks te doen op vochtige dagen

5.

Door wrijving verplaatsen de ____ van een voorwerp

a)

Protonen

b)

Neutronen

c)

Elektronen

d)

Neutrinos

6.

Welke bewering is waar als het gaat om geladen objecten

a)

Objecten met een positieve lading trekken elkaar aan

b)

Objecten met een negatieve lading trekken elkaar aan

c)

Objecten met geen lading stoten elkaar af

d)

Objecten met een verschillende lading trekken elkaar aan

7.

Wat moet je doen om weerstand te berekenen?

a)

Spanning delen door stroomsterkte

b)

U/I

c)

Volt delen door ampère

d)

Alle antwoorden kloppen

8.

Een NTC staat voor negative temperature coëfficiënt. Waar is deze weerstand gevoelig voor?

a)

Negativiteit

b)

Temperatuur

c)

Coëfficiënten

d)

Positiviteit

9.

Een LDR staat voor light diode resistor. Resistor staat voor weerstand. Waar is deze weerstand gevoelig voor?

a)

licht

b)

diodes

c)

weerstand

d)

gewicht

10.

Hoe kan een voorwerp statisch worden?

a)

Door wrijving

b)

Door niks te doen

c)

Door warmte toe te voegen

d)

Door energie toe te voegen