wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

O.T.T (2)

Total questions: 25

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Ik (a)   dat niet goed. (vinden)

[Je n'aime pas ça.]

2.

Waarom (a)   je niet met de auto? (rijden)

[Pourquoi tu ne conduis pas la voiture ?]

3.

(a)   jij de hond vast? (binden)

[Tu attaches le chien ?]

4.

Dat (a)   ik je morgen. (zenden)

[Je te l'enverrai demain.]

5.

Je (a)   te veel voor school. (werken)

[Tu travailles trop pour l'école.]

6.

Ik (a)   dat liever. (vermijden)

[Je préfère éviter cela.]

7.

(a)   je dat ze daar is? (vermoeden)

[Tu penses qu'elle est là ?]

8.

Ik (a)   de groep. (leiden)

[Je dirige le groupe.]

9.

De boot (a)   in het water. (glijden)

[Le bateau glisse dans l'eau.]

10.

Het (a)   vandaag. (regenen)

[Il pleut aujourd'hui.]

11.

Deze aanbieding (a)   alleen vandaag. (gelden)

[Cette offre n'est valable qu'aujourd'hui.]

12.

Ik (a)   naar de keuken. (lopen)

[Je me dirige vers la cuisine.]

13.

Hij (a)   de hond uit. (laten)

[Il promène le chien.]

14.

Wim (a)   een brood uit de automaat. (halen)

[Wim prend une miche de pain dans le distributeur automatique.]

15.

Ik (a)   mij voor dieren. (interesseren)

[Je m'intéresse aux animaux.]

16.

Sandra (a)   in een klein huisje. (logeren)

[Sandra vit dans une petite maison.]

17.

Hij (a)   heel veel lawaai. (maken)

[Il fait beaucoup de bruit.]

18.

Mama (a)   het beste eten. (koken)

[Maman fait la meilleure cuisine.]

19.

Lucy (a)   in een tent. (slapen)

[Lucy dort dans une tente.]

20.

De hond (a)   het huis. (bewaken)

[Le chien surveille la maison.]

21.

Marijke (a)   een mooie rok. (dragen)

[Marijke porte une belle jupe.]

22.

Dat (a)   ik ook niet. (weten)

[Je ne sais pas non plus.]

23.

Je (a)   wel goed gitaar. (spelen)

[Tu joues bien de la guitare.]

24.

Voor mijn hond (a)   ik en bal. (kopen)

[J'achète une balle pour mon chien.]

25.

Ik (a)   de tekst naar het Duits. (vertalen)

[Je traduis le texte vers l'allemand.]