Worksheetsformatieve toets aardbevingen
Total questions: 7
Worksheet time: 1hrs 10mins
Name
Class
Date
1.
Op welke plek in de kaart komen aardbevingen vaker voor?
a)
Plek A
b)
Plek B
c)
Plek C
2.
Vaak vallen er slachtoffers bij aardbevingen, de aardbeving zelf is hier niet de oorzaak van. Noem 2 gevolgen van een aardbeving waardoor er veel slachtoffers kunnen vallen.
4 lines
3.
Leg uit wat een horst is.
4 lines
4.
In het noorden van Nederland kunnen er aardbevingen plaats vinden, dit komt door (a)
5.
Beschrijf het volgende begrip en geef een voorbeeld:
Verwering
4 lines
6.
Geef aan van de volgende zin waar het over gaat:
Het neerleggen van rotsblokken door het smelten van gletsjers.
a)
Sedimentatie
b)
Verwering
c)
Erosie
7.
Geef aan van de volgende zin waar het over gaat:
Het oplossen van kalksteen door regenwater.
a)
Sedimentatie
b)
Verwering
c)
Erosie
100 %
