wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H7 en H9 AP0A

Total questions: 32

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet de uitloper die de prikkel naar het cellichaam toe geleidt?

a)

Dendriet

b)

Neuriet

c)

Axon

d)

Synaps

2.

De schede van Schwann zorgt NIET voor

a)

voeding van de zenuwcel

b)

versnelling van de prikkelgeleiding

c)

isolatie van de uitloper van de zenuwcel

d)

het geleiden van prikkels

3.

In het ruggenmerg zit

a)

De witte stof aan de binnenkant

b)

De grijze stof aan de binnenkant

4.

In een synaps word de impuls doorgeven door middel van een neurotransmitter

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Het ruggenmerg hoort bij het

a)

Centrale zenuwstelsel

b)

Perifere zenuwstelsel

6.

De hypothalamus bevind zich onder

a)

De hersenstam

b)

De grote hersenen

c)

De kleine hersenen

d)

De tussenhersenen

7.

Bij een reflex gaat een binnenkomende prikkel via de hersenen naar de spier

a)

Juist

b)

Onjuist

8.

Het centrale zenuwstelsel wordt beschermt door middel van vocht en vliezen.

Dit is vergelijkbaar met ...

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

Het hart

b)

De longen

c)

De nieren

d)

De blaas

9.

Het animale zenuwstelsel staat onder invloed van onze wil

a)

Juist

b)

Onjuist

10.

Bij het parasympatische zenuwstelsel zie je dat de adrenalineproductie door het bijniermerg

a)

Stijgt

b)

Daalt

c)

Gelijk blijft

11.

Elektrische activiteit van de hersenen wordt gemeten met een...

a)

ECG

b)

EEG

c)

CTG

d)

MRI

12.

Bij een myoklonische aanval zie je:

a)

kortdurende spierschokken

b)

verkramping van alle spieren

c)

spierverslapping

d)

afwezigheid

13.

Een oorzaak van epilepsie kan koorts zijn

a)

juist

b)

onjuist

14.

Wat hoort NIET onder een CVA?

a)

Hartinfarct

b)

Herseninfarct

c)

Hersenbloeding

d)

TIA

15.

Bij hoeveel procent van de beroertegevallen gaat het om een infarct?

a)

20%

b)

40%

c)

60%

d)

80%

16.

Wat is de meest voorkomende oorzaak van een dwarsleasie?

a)

Aangeboren

b)

Door koorts

c)

Door trauma

d)

Door een infectieziekte

17.

Van welke neurotransmitter is de aanmaak verstoord bij de ziekte van Parkinson?

a)

Melatonine

b)

Histamine

c)

Adrenaline

d)

Dopamine

18.

Wat is MS?

a)

Een beschadiging van het centrale zenuwstelsel

b)

Een beschadiging van het perifere zenuwstelsel

c)

Een beschadiging van het animale zenuwstelsel

d)

Een beschadiging van het vegetatieve zenuwstelsel

19.

de uitwendige sluitspier bestaat uit dwarsgestreept spierweefsel

a)

juist

b)

onjuist

20.

dwarsgestreept spierweefsel werkt onwillekeurig

a)

juist

b)

onjuist

21.

waaruit bestaat voorurine?

a)

bloedplasma met opgeloste stoffen

b)

bloedplasma met eiwitten

c)

bloed met opgeloste stoffen

d)

bloed met eiwitten

22.

welke hormonen hebben invloed op de werking van de nieren?

(meerdere antwoorden mogelijk)

a)

FSH

b)

ADH

c)

Prolactine

d)

Aldosteron

23.

de opbouw van een nier van binnen naar buiten:

a)

nierschors - niermerg - nierpapil - nierbekken

b)

nierschors - nierbekken - niermerg - nierpapil

c)

nierbekken - nierpapil - niermerg - nierschors

d)

nierbekken - niermerg - nierpapil - nierschors

24.

hoe heet het proces waarbij er stoffen opgenomen worden uit de voorurine?

a)

osmose

b)

diffusie

c)

terugresorptie

d)

filtratie

25.

hoe heet de buis tussen de blaas en buiten?

a)

urineleider

b)

urinebuis

c)

ureter

d)

urineblaas

26.

Borstvoeding is een voorbeeld van

a)

natuurlijke actieve immunisatie

b)

natuurlijke passieve immunisatie

c)

kunstmatige actieve immunisatie

d)

kunstmatige passieve immunisatie

27.

alle bacteriën kunnen infectieziekten veroorzaken

a)

juist

b)

onjuist

28.

hoe vaak wordt een cystitis veroorzaakt door een darmbacterie?

a)

20%

b)

40%

c)

60%

d)

80%

29.

Virussen kunnen alleen doormiddel van een gastheer vermenigvuldigen

a)

juist

b)

onjuist

30.

zwemmerseczeem wordt veroorzaakt door

a)

bacterie

b)

virus

c)

schimmel

d)

huidaandoening

31.

Wat is GEEN voorbeeld van een parasiet?

a)

rode hond

b)

wormen

c)

luizen

d)

schurftmijt

32.

Welke vorm van reuma hoort bij deze omschrijving:


Reuma als gevolg van streptokokkeninfectie elders in lichaam

a)

Reumatoïde artritis

b)

Acuut reuma

c)

Ziekte van Bechterew

d)

Jicht