wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

VTH periode 9, bloed en infusie

Total questions: 29

Worksheet time: 6hrs 5mins

Name
Class
Date
1.

wat zijn de indicaties voor het plaatsen van een perifeer infuus (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

openhoud van een ader

b)

TPV toedienen

c)

medicatie toediening

d)

meerdaagse afname van bloed

2.

een indicatie voor het plaatsen van een CVK is wanneer de centraal veneuze druk moet worden gemeten.

a)

juist

b)

onjuist

3.

wat betekent enteraal?

a)

via het maagdarmkanaal

b)

buiten om het maagdarmkanaal

4.

wat is een indicatie voor medicatie toedienen via een perifeer infuus (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

wanneer een snel effect nodig is

b)

als er niets per os ingenomen mag worden

c)

Wanneer medicijnen in het maagdarmkanaal worden afgebroken

d)

als het toxisch is voor de spieren.

5.

wat is geen symptoom bij een sepsis?

a)

hoge koorts

b)

koude rillingen

c)

hoge tensie

d)

anorexie (gebrek aan eetlust)

6.

welke van de onderstaande zijn symptomen bij overvulling (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

kortademigheid

b)

opgeven roze schuimend sputum

c)

astma cardiale

d)

bewustzijnsstoornis

7.

wat is de medische benaming voor een klaplong?

(a)  

8.

Bij welke vorm van infusietherapie kan je de klaplong tegenkomen??

a)

perifeer infuus

b)

CVK

c)

sondevoeding

d)

venapunctie

9.

wat is geen mogelijke complicatie bij infusietherapie?

a)

Lijnsepsis

b)

Extravasatie

c)

Hartritmestoornissen

d)

Tromboflebitis

e)

Spanningspneumothorax

10.

Glucose 5% valt onder de isotone vloeistoffen.

a)

juist

b)

onjuist

11.

Zout/glucose-oplossing met 0,45% NaCl en 2,5% glucose valt onder de hypotone vloeistoffen.

a)

juist

b)

onjuist

12.

wat is de medische term voor onder het sleutelbeen?

(a)  

13.

Bij het toedienen van een bolusinjectie rechtstreeks in de vene kan dilatatie ontstaan. Dilatatie is een allergische reactie van de vene op de geïnjecteerde vloeistof.

a)

juist

b)

onjuist

14.

Welke complicatie zal binnenkort zichtbaar zijn op de plaats waar dit cytostatica infuus subcutaan gelopen heeft?

(a)  

15.

Een perifeer infuus wordt meestal geplaatst in de arteria jugularis of de arteria subclavia.

a)

juist

b)

onjuist

16.

Je kunt de inloopsnelheid van het infuus op verschillende manieren verhogen. welke van de onderstaande beweringen is niet juist?

a)

de infuuszak hoger hangen

b)

de druppelregelaar afstellen

c)

de arm van de zorgvrager lager laten hangen

d)

een drukmanchet aanbrengen om de infuuszak

17.

Een zorgvrager krijgt vanwege grote brandwonden een bloedcomponenteninfuus.

Welke bloedcomponent krijgt deze zorgvrager?

a)

plasma

b)

erytrocyten

c)

trombocyten

d)

leukocyten

18.

waar mag ik geen venapunctie uitvoeren (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

bij oedeem

b)

hard aanvoelende plek

c)

bij obstipatie

d)

ontstoken gebied

e)

aan een niet verlamde zijde

19.

welke is geen manier van infusie?

a)

SC

b)

IV

c)

IM

d)

CVK

20.

welke hoort niet bij het begrip osmolariteit?

a)

hypotoon

b)

hypertoon

c)

isotoon

d)

sonoor

21.

een contra indicatie voor een CVK is een okselkliertoilet?

a)

juist

b)

onjuist

22.

De PICC geeft een lager risico op complicaties t.o.v. de CVK.

a)

juist

b)

onjuist

23.

welke benaming hoort bij de volgende omschrijving?

Een speciale pleister die een antibacterieel middel bevat om de insteekplaats schoon te houden en te beschermen tegen bacteriën van buitenaf.

(a)  

24.

wat is de medische term voor ziekteverwekkend?

a)

pathogeen

b)

allergeen

c)

hypogeen

d)

hypergeen

25.

welke van de onderstaande behoren tot de micro organisme (meerdere antwoorden mogelijk)?

a)

schimmel

b)

parasiet

c)

gisten

d)

virus

26.

wat betekent extravasatie?

a)

SC lopen van het infuus

b)

IV lopen van het infuus

c)

IM lopen van het infuus

d)

IO lopen van het infuus

27.

welke van de onderstaande is geen type bloedcel.

a)

trombocyten

b)

lymfocyten

c)

leukocyten

d)

erythrocyten

28.

wie is de universele bloeddonor?

a)

A

b)

AB

c)

O

d)

B

29.

per bloeddonatie geef ik ..?.. ml bloed.

a)

150ml

b)

200ml

c)

500ml

d)

750ml