Font size
WorksheetsHerhaling spelling + grammatica blok 1
Total questions: 20
Worksheet time: 11mins
Wesley surft graag over hoge golven.
Het werkwoord ''surft'' is een?
Persoonsvorm
Infinitief
Voltooid deelwoord
Wesley heeft vorig jaar veel gesurft.
Het werkwoord ''gesurft'' is een?
Persoonsvorm
Infinitief
Voltooid deelwoord
Wesley wil graag op vakantie gaan surfen.
Het werkwoord ''surfen'' is een?
Persoonsvorm
Infinitief
Voltooid deelwoord
Een werkwoord kan voorkomen als een...
Meerdere antwoorden mogelijk.
Persoonsvorm
Meewerkend voorwerp
Infinitief
Voltooid deelwoord
Onderwerp
Op welke manieren kan je de persoonsvorm vinden?
Zin vragend maken
Alle werkwoorden in de zin zoeken
Tijdsproef
Getalproef
Piet werkt elke dag heel erg hard!
Wat is de persoonsvorm?
Werkt
Piet
Elke dag
Heel erg hard
De koning las vorige maand de troonrede voor.
Wat is de persoonsvorm?
Vorige maand
De koning
De troonrede
Las
Het werkwoordelijk gezegde bestaat uit persoonsvorm + andere werkwoorden in de zin...
Juist
Onjuist
Als te voor het infinitief staat, hoort deze NIET bij het werkwoordelijk gezegde...
Juist
Onjuist
De medewerker vraagt mij de microscoop te pakken.
Wat is het werkwoordelijk gezegde?
Te pakken
Vraagt te pakken
Vraagt
Wij voetballen komende maand tegen Quick Boys.
Wat is het werkwoordelijk gezegde?
Voetballen komende maand
Komende maand
Voetballen
Voetballen tegen Quick Boys
De persoonsvorm van sommige werkwoorden kan gescheiden in de zin voorkomen...
Juist
Onjuist
Wat is het scheidbaar samengesteld werkwoord in deze zin?
Maikel woont de finale van het Nederlands kampioenschap bij.
Woont bij
Woont
Maikel woont
Als je het onderwerp van de zin zoekt, stel je jezelf de volgende vraag:
Wie of wat + gezegde?
Juist
Onjuist
De hamster is gestorven aan de barre kou.
Wat is het onderwerp?
Gestorven
Barre kou
De hamster
Is
Vorige week heeft hij bij haar een onvoldoende gehaald!
Wat is het onderwerp?
Hij
Haar
Een onvoldoende
Vorige week
De persoonsvorm in het enkelvoud noemen we de ik-vorm...
Juist
Onjuist
De basis van het werkwoord is de stam. Dat is infinitief met -en.
Juist
Onjuist
De ik-vormen van de volgende werkwoorden (lopen, eten, zitten, staan, gaan) zijn...
Liep, at, zat, ging
Loop, eet, zit, sta, ga
Lopen, eten, zitten, gaan, staan
De stammen van de volgende werkwoorden (voetballen, koken, zwemmen, fietsen, vallen) zijn...
Voetbal, kook, zwem, fiets, val
Voetbalde, kookte, zwom, fietste, viel
Voetbal, kok, zwem, fiets, val
