WorksheetsIrregular verbs p 55
Total questions: 30
Worksheet time: 10mins
Name
Class
Date
1.
tekenen, trekken
(a)
2.
drinken
(a)
3.
rijden, besturen
(a)
4.
verblijven
(a)
5.
eten
(a)
6.
vallen
(a)
7.
(zich) voeden
(a)
8.
voelen
(a)
9.
vechten
(a)
10.
vinden
(a)
11.
vluchten
(a)
12.
gooien (niet throw)
(a)
13.
vliegen
(a)
14.
verbieden
(a)
15.
voorspellen
(a)
16.
vergeten
(a)
17.
vergeven
(a)
18.
verzaken, verlaten
(a)
19.
vriezen
(a)
20.
krijgen
(a)
21.
geven
(a)
22.
gaan
(a)
23.
malen
(a)
24.
hangen
(a)
25.
horen
(a)
26.
zich verbergen
(a)
27.
treffen, slaan
(a)
28.
(vast)houden
(a)
29.
zich bezeren, pijn doen
(a)
30.
bijhouden
(a)
100 %
