Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Blok 3 ON bovenbouw h/v

Total questions: 33

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Want moet er in de vakjes staan? (kies de twee juiste opties)

a)

Bij 1 moet standpunt, bij 2 moet argument

b)

Bij 1 moet argument, bij 2 moet standpunt

c)

Bij 3 moet want, bij 4 moet dus

d)

Bij 3 moet dus, bij 4 moet want

2.

Hij is immers veruit de beste in de debatten. Dit argument is...

a)

feitelijk (objectief)

b)

waarderend (subjectief)

3.

Je wordt er toch beroerd van als je die berichten over ontgroeningen leest. Dit argument is...

a)

feitelijk (objectief)

b)

waarderend (subjectief)

4.

Je loopt met een scooter een grotere kans op een ernstig ongeluk dan op een fiets. Dit argument is...

a)

feitelijk (objectief)

b)

waarderend (subjectief)

5.

Een argument herken je o.a. aan de volgende signaalwoorden (kies twee opties)

a)

dus

b)

want

c)

immers

d)

kortom

6.

Wat is het standpunt in het volgende stukje?

Politici zijn niet te vertrouwen: ze hebben immers allemaal hun eigen belangen vooropstaan. Ik ga dan ook niet meer stemmen bij de volgende verkiezingen. Bovendien ben ik dan op wereldreis.

a)

Politici zijn niet te vertrouwen.

b)

Ze hebben immers allemaal hun eigen belangen vooropstaan.

c)

Ik ga dan ook niet meer stemmen bij de volgende verkiezingen.

d)

Bovendien ben ik dan op wereldreis.

7.

Wat is het standpunt in het volgende stukje?

Ik zal niets meer zeggen over de slechte kwaliteit van oude langspeelplaten. Als het over geluidskwaliteit gaat, neem jij toch niets van mij aan.

a)

Ik zal niets meer zeggen over de slechte kwaliteit van oude langspeelplaten.

b)

Als het over geluidskwaliteit gaat, neem jij toch niets van mij aan.

8.

Wat is het standpunt in het volgende stukje?

De meeste leerlingen van mijn klas willen nu eenmaal bowlen, dus ik ga me daar niet tegen verzetten. Het is bovendien goedkoper dan paintballen en karten en het is dichtbij school.

a)

De meeste leerlingen van mijn klas willen nu eenmaal bowlen.

b)

Dus ik ga me daar niet tegen verzetten.

c)

Het is bovendien goedkoper dan paintballen en karten.

d)

Het is dichtbij school.

9.

Welke bronnen zijn betrouwbaar? Geef alle bronnen aan die betrouwbaar zijn.

a)

NRC (krant)

b)

Trouw (krant)

c)

Nu.nl

d)

Wikipedia

e)

Henksblog.nl

10.

Aan welke signaalwoorden herken je een argument?

a)

Want, omdat, dus

b)

Namelijk, aangezien, immers

c)

Want, namelijk, kortom

d)

Aangezien, omdat, echter

11.

Een feitelijk argument is een argument

a)

Dat je kunt controleren

b)

Dat je eigen mening bevat

c)

Dat vaak niet waar is

d)

Dat altijd klopt

12.

Een waarderend argument is een argument dat

a)

altijd waar is

b)

je kunt controleren

c)

een mening weergeeft

d)

een feit weergeeft

13.

Welke zin bevat een argument?

a)

Ik ga het liefst naar Çuracao op vakantie.

b)

Zij willen met de voorstelling meedoen.

c)

Dat vak is afgrijselijk. Je moet teveel uit je hoofd leren.

d)

Hij is goed in sport en hij is goed in wiskunde.

14.

Waaraan kun je een argument herkennen? Kies het beste antwoord.

a)

Aan de woorden 'want' en 'dus'.

b)

Aan de woorden 'omdat' en 'want'.

c)

Als je 'want' of 'omdat' in de zin ziet of omdat je ze erbij kunt denken.

d)

Aan 'want' en 'dus' in de zin of omdat je ze erbij kunt denken.

15.

Welke zin is een standpunt?

a)

Hij gaat naar school omdat hij later veel geld wil verdienen.

b)

In Den Haag vind je de Laan van Meerdervoort; de langste laan van Europa.

c)

Finland is mijn favoriete land.

d)

Om te studeren moet je naar een universiteit. De beste universiteit is in Delft.

16.

In een betoog probeert de schrijver je voornamelijk te ...

a)

informeren

b)

instrueren

c)

overtuigen

d)

overhalen

17.

Kies het argumentatieschema.

Een beschaafde Nederlander laat zijn kinderen inenten. Het RIVM maakt zich ernstige zorgen over het grote aantal kinderen dat niet meer beschermd wordt door zijn ouders.

a)

arg op basis van nut

b)

arg op basis van autoriteit

c)

arg op basis van normen en waarden

d)

arg op basis van voor- en nadelen

18.

Kies het argumentatieschema.

De laatste paar jaar heeft PSV iedere competitiewedstrijd na een Europese overwinning verloren. Ze zullen het dus moeilijk gaan krijgen.

a)

arg op basis van voorbeelden

b)

arg op basis van oorzaak-gevolg

c)

arg op basis van gevoel/emotie

d)

arg op basis van voor- en nadelen

19.

Kies het argumentatieschema.

Iemand die steelt van zijn baas moet een taakstraf krijgen. Je gaat toch niet stelen als je vindt dat je te weinig verdient.

a)

arg op basis van autoriteit

b)

arg op basis van ervaring

c)

arg op basis van gevoel/emotie

d)

arg op basis van normen en waarden

20.

Kies het argumentatieschema.

De nieuwe roman van Arnon Grunberg is een grootse roman die knettert van ambitie volgens de recensent van de Volkskrant.

a)

arg op basis van oorzaak-gevolg

b)

arg op basis van autoriteit

c)

arg op basis van kenmerk/eigenschap

d)

arg op basis van onderzoek/wetenschap

21.

Een argument ondersteunt een schrijver vaak door...

a)

een conclusie te trekken

b)

een voorbeeld te geven

c)

een tegenargument te geven

d)

het argument te weerleggen

22.

Welk soort argumentatie wordt in het argumentatieschema weergegeven?

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Nevenschikkende argumentatie

c)

Onderschikkende argumentatie

d)

Mengvorm van neven- en onderschikkende en argumentatie

23.

Wat is het argument?

'Je mag doorrijden, het licht staat op groen.'

a)

Je mag doorrijden

b)

het licht staat op groen

c)

Je mag doorrijden, het licht staat op groen.

24.

Waarderende argumentatie...

a)

is gebaseerd op normen en waarden, geloof en principes

b)

hoeft niet serieus genomen te worden en is dan ook vaak onsuccesvol

c)

is gebaseerd op verifieerbare (controleerbare) feiten

25.

Bij feitelijke argumentatie...

a)

moeten de genoemde feiten controleerbaar zijn en waar

b)

moeten de genoemde feiten controleerbaar zijn, maar deze hoeven niet per se waar te zijn

c)

het is niet nodig de genoemde feiten om waarheid te onderzoeken, want deze zijn per definitie correct

26.

Welk soort argumentatie wordt in het argumentatieschema weergegeven?

a)

Enkelvoudige argumentatie

b)

Nevenschikkende argumentatie

c)

Onderschikkende argumentatie

d)

Mengvorm van neven- en onderschikkende argumentatie

27.

Wat zijn nevenschikkende voegwoorden?

a)

en, maar, omdat

b)

want, zodat, en

c)

maar, terwijl, omdat

d)

want, maar, en

28.

Wat zijn nevenschikkende voegwoorden?

a)

en, maar, omdat

b)

want, zodat, en

c)

maar, terwijl, omdat

d)

want, maar, en

29.

Welke argumentatiestructuur past bij de volgende uitspraken: Ik vind de nieuwe James Bondfilm geweldig. Het verhaal zit goed in elkaar en de acteurs spelen geloofwaardig.

a)
b)
c)
d)
30.

Welke argumentatiestructuur past bij de volgende uitspraken: Wielrennen is een gevaarlijke sport, want er gebeuren vaak ongelukken. Er zijn veel valpartijen en ook rijdt er bijna altijd wel iemand tegen een toeschouwer, paaltje of hek aan.

a)
b)
c)
d)
31.

Wat is het standpunt in: Mijn nieuwe vriendje kan goed dansen. Daarom wil ik het zelf ook goed leren. Dus ga ik binnenkort op dansles.

a)

Mijn vriendje kan goed dansen.

b)

Ik wil het zelf ook goed leren.

c)

Ik ga binnenkort op dansles.

32.

Kies de juiste volgorde

De verbeterde resultaten zijn een gevolg van het invoeren van dat nieuwe systeem.

a)

Eerst wordt de oorzaak genoemd, dan het gevolg.

b)

Eerst wordt het gevolg genoemd, daarna de oorzaak.

c)

Er is hier geen oorzaak aan te wijzen.

d)

Er is hier geen gevolg aan te wijzen.

33.

Welk argumentatieschema?

Horizonvervuiling, geluidsoverlast en het risico voor de vogelpopulatie zijn redenen om dat windmolenpark niet op deze locatie te bouwen.

a)

Argumentatie op basis van kenmerk of eigenschap

b)

Argumentatie op basis van oorzaak en gevolg

c)

Argumentatie op basis van voor- en nadelen

d)

Argumentatie op basis van een algemene uitspraak

e)

Argumentatie op basis van vergelijking