wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ww spelling niv 3F

Total questions: 48

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

vrezen Als ik niets aan mijn huiswerk doe, ..............mijn moeder dat het niet goed zal gaan.

a)

vreesd

b)

vreest

c)

vreezt

d)

vreesde

2.

verwaarlozen De (a)   kinderen zijn opgevangen door een hulporganisatie.

3.

vertellen Mijn opa heeft mij altijd mooie verhalen (a)  

4.

veranderen Mijn oudste zus lijkt niet ouder te worden, ze ............nooit.

a)

veranderd

b)

veranderdt

c)

veranderde

d)

verandert

5.

veranderen Ik heb jullie lang niet gezien, maar jullie zijn niets.......

a)

veranderd

b)

verandert

c)

veranderdt

d)

veranderden

6.

verven De schilder was trots op zijn ..........kozijnen.

a)

geverfte

b)

geverfden

c)

geverfde

d)

geverfdt

7.

houden .' (a)   rechts', lees je op veel borden met coronaregels.

8.

promoten De ...............actie had veel succes.

a)

promote

b)

gepromoten

c)

gepromote

d)

promoten

9.

vergeten Veel ........groenten zijn inmiddels weer populair geworden.

a)

vergete

b)

vergeten

c)

vergeette

d)

vergaten

10.

resetten De student .........vorige week zijn nieuwe laptop.

a)

resete

b)

reset

c)

resette

d)

reresetten

11.

surfen Deze zomer heb ik aan de kust van Frankrijk .........

a)

gesurfdt

b)

gesurfd

c)

gesurfte

d)

gesurft

12.

ontkennen Heeft de crimineel het misdrijf .........?

a)

ontkent

b)

ontkend

c)

ontkendt

d)

ontkende

13.

bereiden De door jou (a)   maaltijd smaakte me goed.

14.

bevrijden De ............gevangenen renden uitgelaten naar buiten.

a)

bevrijden

b)

bevrijde

c)

bevrijdde

15.

racen Mark .............afgelopen seizoen veel wedstrijden.

a)

racten

b)

raceten

c)

racete

d)

racetten

16.

downloaden De (a)   bestanden sla ik goed op in mijn One Drive.

17.

begroten De ....................offerte van de verbouwing is toch een financiële tegenvaller geworden.

a)

begrote

b)

begroote

c)

begrootte

d)

begroten

18.

huilen Een (a)   kind is altijd triets om te zien.

19.

kneden Het ...........deeg moet eerst nog rijzen.

a)

gekneede

b)

gekneden

c)

geknede

d)

knedende

20.

bedoelen Die opmerking die ik maakte, heb ik niet zo .......

a)

bedoeldt

b)

bedoelt

c)

bedoeld

21.

bedoelen Deze klant reageert niet erg beleefd; hij.........niet zo.

a)

bedoeld

b)

bedoelt

c)

bedoeldt

22.

afkicken Na zo'n heerlijke vakantie duurt het altijd even voordat ik ben ........

a)

afgekickdt

b)

afgekickd

c)

afgekickt

23.

begeleiden Deze ........brief geeft veel duidelijkheid.

a)

begeleidde

b)

begeleidendde

c)

begeleidende

d)

begeleide

24.

beïnvloeden Slechte reclame ..........................de jongeren in het verleden bij hun keuzes.

a)

beïnvloedden

b)

beïnvloedt

c)

beïnvloedde

d)

beïnvloeden

25.

beïnvloeden Door wie ben jij .........?

a)

beïnvloedt

b)

beïnvloed

c)

beïnvloeden

26.

Helpt deze quiz jou om de werkwoordspelling te oefenen?

4 lines
27.

Kloppen. Invetten.

Als je de eieren hebt………, kun je de ………….bakvorm klaarzetten.

(a)  

28.

wachten De reizigers (a)   vanmorgen lang op de trein uit Amsterdam.

29.

(t.t) (Saven) hij je werkstuk op de harde schijf?

a)

savedt

b)

saved

c)

savet

d)

safet

30.

(t.t) (hockeyen) Op het veld achter school ... de klas van mijn zus.

(a)  

31.

(t.t.) (Downloaden) Mijn vader ... elke dag wel een paar nieuwe liedjes.

a)

downloadt

b)

download

c)

downloat

d)

downloadet

32.

(t.t.) (Grillen) ... jij die kip altijd boven de barbecue

a)

grill

b)

grilt

c)

gril

d)

grild

33.

V.T.: Justus en Jacco (volleyballen) met Ymke en Heleen tijdens de sportdagen

a)

volleyballden

b)

volleybalden

c)

volleybalde

34.

V.T: Pim (crossen) met zijn mountainbike gewoon over het ijs heen!

a)

croste

b)

crosste

c)

crosde

35.

V.D. Marc heeft Auke zojuist nog (appen).

a)

geapt

b)

geapd

c)

geappt

d)

geappd

36.

V.D: One Direction heeft drie weken door Engeland (touren)

a)

getoured

b)

getouret

c)

getourd

d)

getourt

37.

VD: Ik heb hem verleden week (e-mailen)

a)

ge-e-mailt

b)

ge-e-maild

c)

ge-emaild

d)

ge-e-mailed

38.

V.D: Ik heb zijn bericht (deleten)

(a)  

39.

Er werd een verkeerd signalement [...] (verspreiden, VD) van de [...] (zoeken, VD) misdadiger.


Gebruik een komma tussen je antwoorden

(a)  

40.

Hij [...] (hoesten, v.t.) en [...] (proesten, v.t.) doordat hij zich [...] verslikken, v.t.) .


Gebruik een komma tussen je antwoorden

(a)  

41.

De veehouder [...] (melden, v.t.) een [...] (toenemen, VD) tekort aan opslagruimte voor mest.


Zet een komma tussen je antwoorden

(a)  

42.

Nederland [...] (vergroten, v.t.) met die goal zijn voorsprong op zijn [...] (verbazen, VD) tegenstander.


Zet een komma tussen je antwoorden

(a)  

43.

verbranden. Door de hete oven heb ik mijn vingers (a)  

44.

verbranden. Mijn (a)   vingers genezen nog niet erg snel.

45.

ciseleren. In de keuken (a)   de leerlingen gisteren de prei.

46.

opkloppen, roeren

De ............room heb ik goed door het mengsel.........

gebruik geen komma in je antwoord

(a)  

47.

mengen. Heb je ingrediënten zorgvuldig ........

a)

gemengdt

b)

gemengt

c)

gemengd

d)

gemengen

48.

Zo [...] (worden, v.t.) de zo [...] wensen (VD) kwalificatie toch nog een feit.


Zet een komma tussen je antwoorden

(a)