wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4 wereldbeeld

Total questions: 15

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Welvaartsverschillen tussen landen kan je goed meten aan de hand van:

a)

Bruto Nationaal Product

b)

Omvang informele sector

c)

Alfabetiseringsgraad

d)

Gini-coefficient

2.

Wat zijn 'maquiladoras'?

a)

Landbouwbedrijven bij de grens Mexico/VS.

b)

Assemblagebedrijven bij de grens Mexico/VS.

c)

Grenswachten bij de grens Mexico/VS.

d)

Smokkelroutes van migranten bij de grens Mexico/VS.

3.

Wat is doorgaans de belangrijkste reden voor Mexicanen om naar de VS te migreren?

a)

Vluchten van oorlogsgeweld

b)

Gezinshereniging

c)

Vluchten voor natuurgeweld

d)

Werk zoeken

4.

Wat is de handelsbalans?

a)

Verhouding import- exportwaarde

b)

Verhouding schulden en inkomsten bedrijfsleven.

c)

Verhouding inkomsten binnen- en buitenland

d)

Verhouding spaargeld- en bestedingen

5.

Waarom vertrekken maquiladora's tegenwoordig eerder naar Midden-Mexico, in plaats van de grens?

a)

In Midden-Mexico is goede infrastructuur voorhanden.

b)

In Midden-Mexico wordt meer Engels gesproken.

c)

In Midden-Mexico zijn de lonen doorgaans lager.

d)

In Midden-Mexico is er een sterker eigendomsrecht.

6.

Wat laat het demografisch transitiemodel zien?

a)

Transitie van een laag naar een hoog geboortecijfer.

b)

Transitie van een grote naar een kleine bevolkingsomvang.

c)

Transitie van een hoog naar een laag geboortecijfer.

d)

Transitie van een laag naar een hoog sterftecijfer

7.

Waarom zien velen 'migrantengeld' als de beste vorm van ontwikkelingshulp?

a)

Migrantengeld wordt geïnvesteerd in het land van herkomst

b)

Migrantengeld vereffent sociale verschillen in herkomstland

c)

Migrantengeld wordt geconsumeerd in het land van herkomst.

d)

Migrantengeld leidt tot meer belastinginkomsten in thuisland

8.

Wat is een dubbelstad?

a)

Steden die een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten.

b)

Stadsdelen die met een brug aan elkaar zijn gesloten.

c)

Aan elkaar gegroeide steden met een eigen functie.

d)

Steden met een overeenkomstig belastingregime.

9.

Wat is het verschil tussen BNP en het BBP?

a)

BNP neemt spaargelden uit het buitenland mee

b)

BNP neemt schulden in het buitenland mee

c)

BNP neemt inflatiecorrectie mee

d)

BNP neemt inkomsten uit het buitenland mee

10.

Welke economisch sector is doorgaans dominant in de economie van centrumlanden?

a)

Landbouw

b)

Industrie

c)

Overheid

d)

Dienstverlening

11.

De internationale arbeidsverdeling kun je aflezen aan:

a)

Importpakket en samenstelling beroepsbevolking.

b)

Importpakket en aantal werklozen.

c)

Exportpakket en aantal werklozen.

d)

Exportpakket en samenstelling beroepsbevolking.

12.

T.a.v. kapitaal is sprake van een afhankelijkheidsrelatie tussen centrum en periferie. Waarom?

a)

Perifere landen hebben vaak hoge schulden bij centrumlanden.

b)

Perifere landen verliezen geschoolde arbeiders aan centrum.

c)

Centrumlanden hebben vaak hoge schulden bij perifere landen.

d)

Centrumlanden importeren veel grondstoffen uit de periferie.

13.

Wat is het belangrijkste exportproduct van perifere landen?

a)

Eindproducten

b)

Halffabrikaten

c)

Grondstoffen

d)

Diensten

14.

Als de reden van armoede van een land ligt bij de relaties met rijke landen, spreek je van:

a)

interne oorzaken

b)

perifere oorzaken

c)

externe oorzaken

d)

centrum-perifere oorzaken

15.

Het urbanisatietempo is het hoogst in een

a)

centrumland

b)

periferieland