WorksheetsGeboorte en verdere ontwikkeling
Total questions: 5
Worksheet time: 3mins
Name
Class
Date
1.
Wat gebeurt er voor de bevalling?
a)
Indaling
b)
Uitdrijving
c)
Persweeën
2.
Hoe vind de bevalling plaats?
a)
Persweeën, ontsluiting, weeën, uitdrijving
b)
Uitdrijving, ontsluiting, weeën, persweeën
c)
Weeën, ontsluiting, uitdrijving, persweeën
d)
Ontsluiting, persweeën, uitdrijving, weeën
3.
In welke ligging bevindt deze baby zich?
a)
Normale ligging
b)
Stuitligging
c)
Dwarsligging
4.
Na de geboorte knipt de verpleegkundige de navelstreng door. Het stukje van de navelstreng van de baby droogt uit. Wat ontstaat hierna?
(a)
5.
Mieke leert lezen, schrijven en rekenen.
In welke levensfase zit Mieke?
a)
Kleuter
b)
Schoolkind
c)
Puber
d)
Adolecent
100 %
