WorksheetsDe elektriciteit quiz
Total questions: 9
Worksheet time: 7mins
Het lampje is bevestigd aan de batterij met een stroomdraad. Gaat het lampje branden?
Ja
Nee
In dit circuit is een batterij geschakeld aan een motor. A1 en A2 zijn ampèremeters. Wat kun je zeggen over de waarde van de àmperemeters?
De waarde van A1 is groter.
De waarde van A2 is groter.
De waarde van de twee ampèremeters zijn hetzelfde.
De lamp in dit circuit staat aan. Wat kun je zeggen over de stroomsterkte in de punten a en b?
De stroomsterkte bij b is kleiner dan bij a.
de stroomsterkte bij b is groter dan bij a.
de stroomsterkte is hetzelfde bij a en b.
De twee lampjes zijn identiek. Hoe fel zijn de lampjes?
Allebei de lampjes staan aan. Lamp is
Allebei de lampjes staan aan. Lamp 2 is feller dan lamp 1.
Allebei de lampjes staan aan. De lampjes hebben dezelfde felheid.
Lamp 1 is aan. Lamp 2 is uit.
Lamp 2 is aan. Lamp 1 is uit.
Drie lampen zijn geschakeld op een spanningsbron met een spanning van 12V. De totale stroomsterkte is 4 A, weerstand 1 = 3 Ohm en weerstand 3 = 2 Ohm. Wat is de totale weerstand?
3 Ohm
0.33 Ohm
6 Ohm
8 Ohm
Drie lampen zijn geschakeld op een spanningsbron met een spanning van 12V. De totale stroomsterkte is 4 A, weerstand 1 = 3 Ohm en weerstand 3 = 2 Ohm. Wat is de stroomsterkte door weerstand 1?
0.33 A
1.33 A
4 A
3 A
In de figuur is een schakeling zichtbaar. Brandt het lampje?
Ja
Nee
In de figuur is een schakeling zichtbaar. Brandt het lampje?
Ja
Nee
Het lampje is bevestigd aan de batterij met een stroomdraad. Gaat het lampje branden?
Ja
Nee
