wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Toekomst Afrika blok2

Total questions: 27

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Wat was een oorzaak van het suprioriteitsdenken van de Europeanen?

a)

Door hun wetenschap en technologie hadden Europeanen een voorsprong in de wereld

b)

De Afrikanen waren allemaal islamitisch

c)

Het trots zijn op het eigen land

d)

Afrika en Azië werden afzetgebieden

2.

Wat werd er besproken bij de Conferentie van Berlijn?

a)

Overleg over de vaarroutes naar Azië

b)

Toekomst van Europa na de nederlaag van Napoleon

c)

Regels over de verdeling van Afrika

d)

Onafhankelijkheid van enkele koloniën

3.

De inwoners van de koloniën streefden naar...

a)

betere relaties met het moederland.

b)

uitbreiding van hun grondgebied.

c)

onafhankelijkheid en een eigen regering.

d)

betere handelsbetrekkingen met hun buurlanden

4.

Waarom hield Frankrijk zo sterk vast aan de kolonie Algerije?

a)

Voor veel Fransen hoorde Algerije echt bij Frankrijk

b)

Algerije zorgde voor de rijkdom van Frankrijk

c)

Er woonden vrij weinig Fransen in Algerije

d)

Algerije maakte Frankrijk het machtigste land ter wereld

5.

Wat kunnen we over exportsubsidies en invoerrechten zeggen (en het moet natuurlijk wel waar zijn)

a)

exportsubsidies verhogen de binnenlandse prijs en invoerrechten verlagen de binnenlandse prijs

b)

exportsubsidies verlagen de binnenlandse prijs en invoerrechten verhogen de binnenlandse prijs

c)

exportsubsidies verhogen de buitenlandse prijs en invoerrechten verhogen de binnenlandse prijs

d)

exportsubsidies verlagen de buitenlandse prijs en invoerrechten verhogen de binnenlandse prijs

6.

A China levert goedkope fietsen

B Chinese fietsen worden duurder

C Nederlandse fietsen worden in verhouding goedkoper

D Nederland heeft invoerrechten

E Er worden meer Nederlandse fietsen verkocht

De juiste volgorde is?

a)

A - B - C - D - E

b)

A - D - C - B - E

c)

A - D - B - C - E

d)

A - C - B - D - E

7.

Met grote stukken land behoorde grote machines ineens tot de mogelijkheden, maar dan moest op het hele veld wel het zelfde gewas staan, een zogenoemde (a)  

8.

Wat betekent analfabetisme?

a)

Niet kunnen lezen en schrijven.

b)

Wel kunnen lezen en schrijven.

c)

Werk dat gedaan wordt door kinderen onder de 15 jaar.

d)

Oorzaken waardoor handel niet gemakkelijk verloopt.

9.

Wat betekent centrum?

a)

Arm gebied met weinig voorzieningen.

b)

Een kleine, rijke groep mensen met veel macht en grond.

c)

Gebied met de meeste rijkdom en macht.

d)

Een grote, arme groep mensen met weinig of geen macht en grond.

10.

Wat betekent massa?

a)

Arm gebied met weinig voorzieningen.

b)

Een kleine, rijke groep mensen met veel macht en grond.

c)

Gebied met de meeste rijkdom en macht.

d)

Een grote, arme groep mensen met weinig of geen macht en grond.

11.

Wat betekent periferie?

a)

Arm gebied met weinig voorzieningen.

b)

Een kleine, rijke groep mensen met veel macht en grond.

c)

Gebied met de meeste rijkdom en macht.

d)

Een grote, arme groep mensen met weinig of geen macht en grond.

12.

Wat betekent handelsbelemmeringen?

a)

Oorzaken waardoor handel niet gemakkelijk verloopt.

b)

Betaling aan de grens om goederen te mogen invoeren, bedoeld om de invoer van goederen te beperken.

c)

Landbouw met voornamelijk één product.

d)

Werk dat gedaan wordt door kinderen onder de 15 jaar.

13.

Wat betekent invoerrechten?

a)

Oorzaken waardoor handel niet gemakkelijk verloopt.

b)

Betaling aan de grens om goederen te mogen invoeren, bedoeld om de invoer van goederen te beperken.

c)

Landbouw met voornamelijk één product.

d)

Werk dat gedaan wordt door kinderen onder de 15 jaar.

14.

Welk begrip zie je op de foto?

a)

kinderarbeid

b)

monocultuur

c)

overbegrazing

d)

sloppenwijk

e)

vluchtsector

15.

Welk begrip zie je op de foto?

a)

kinderarbeid

b)

monocultuur

c)

overbegrazing

d)

sloppenwijk

e)

vluchtsector

16.

Welk begrip zie je op de foto?

a)

kinderarbeid

b)

monocultuur

c)

overbegrazing

d)

sloppenwijk

e)

vluchtsector

17.

Welk begrip zie je op de foto?

a)

kinderarbeid

b)

monocultuur

c)

overbegrazing

d)

sloppenwijk

e)

vluchtsector

18.

Welk begrip zie je op de foto?

a)

kinderarbeid

b)

monocultuur

c)

overbegrazing

d)

sloppenwijk

e)

vluchtsector

19.

Waar of niet waar? In Mali noemen ze katoen het witte goud, omdat het zo belangrijk is voor het land.

a)

Waar

b)

Niet waar

20.

Waar of niet waar? Boeren in de VS hebben meer last van handelsbelemmeringen & invoerrechten, omdat ze daar veel grondstoffen importeren.

a)

Waar

b)

Niet waar

21.

Waar of niet waar? Om te overleven in een sloppenwijk verzinnen mensen allerlei manier om aan geld te komen.

a)

Waar

b)

Niet waar

22.

Wat zijn voorbeelden van baantjes in de vluchtsector?

a)

Autowasser

b)

Advocaat

c)

Schoenenpoetser

d)

Leraar/docent

23.

Wat zijn buitenlandse oorzaken van armoede in ontwikkelingslanden?

a)

Machtsmisbruik door het bestuur

b)

Uitbuiting en onderdrukking

c)

Invoerrechten

d)

Handelsbelemmeringen

e)

Natuurrampen

24.

Wat is het bbp per hoofd?

a)

Geeft aan hoeveel rijke mensen in een land wonen.

b)

Het totale inkomen van een land.

c)

Inkomen dat gemiddeld per persoon per jaar in een land wordt verdiend.

25.

Wat is het begrip welzijn?

a)

De rijkdom van een land gemeten op basis van levensomstandigheden.

b)

De rijkdom van een land gemeten op basis van geld.

c)

Verschillen in welvaart tussen mensen.

d)

Landen die zich aan het ontwikkelen zijn om rijker te worden. De volgers en achterblijvers.

26.

Welke soort hulp hoort hierbij?

a)

Algemene hulp

b)

Ontwikkelingshulp

c)

Projecthulp

d)

Noodhulp

27.

Wat zijn kleine leningen voor de allerarmste mensen, zodat ze hun toekomst kunnen verbeteren?

a)

Fair trade handel

b)

Microkredieten

c)

Ontwikkelingshulp

d)

Ontwikkelingssamenwerking