wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

werkwoordspelling - uitgebreid

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

De regels voor de werkwoordspelling pas je toe op de persoonsvorm.

a)

Dat klopt

b)

Welnee

2.

Er zijn twee regels voor werkwoordspelling: de ene voor de tegenwoordige tijd, de andere voor de verleden tijd en het voltooid deelwoord.

a)

Nee, er zijn meer regels, ook voor de stam.

b)

Ja, zo is het precies.

3.

De stam van het werkwoord is alleen belangrijk voor 'T eX KoFSCHiP.

a)

Yep

b)

Echt niet, die is voor de v.t..

c)

Een stam is de ik-vorm maar dan aangepast.

4.

De stam van stoppen is:

a)

stop

b)

stopt

c)

stopp

d)

stoop

5.

De stam van geven is:

a)

geef

b)

geev

c)

gev

d)

gaf

6.

Toen de kandidaat was afgewezen, zuch---e hij.

a)

dd

b)

d

c)

t

d)

tt

7.

Dieren die dreigen uit te sterven, worden bescherm---.

a)

t

b)

tt

c)

d

d)

dd

8.

De regel voor de tegenwoordige tijd gaat alleen om de ik-vorm al dan niet met een 't' erbij.

a)

Nee, er zijn meer regels voor de t.t..

b)

Ja, zo is het precies.

9.

Dat bedrijf verzen--- goederen per koerier.

a)

dt

b)

d

c)

t

d)

de

10.

In december vier--- je moeder haar verjaardag.

a)

d

b)

t

c)

---

d)

dt

11.

in de verwoes---e gebieden was veel schade.

a)

t

b)

tt

c)

d

d)

dd

12.

Ik heb me de vrijheid veroorloof--- om aanpassingen te doen.

a)

t

b)

de

c)

d

d)

dt

13.

Die nieuwe fiets rij--- super!

a)

t

b)

dt

c)

d

d)

de

14.

Pas toen Bert echt jarig was, aanvaar---e hij zijn cadeau.

a)

t

b)

tt

c)

dd

d)

de

15.

Wie zijn neus schen---, schen--- zijn aangezicht.

a)

dt, d

b)

t, t

c)

tt, t

d)

dt, dt