Font size
S
M
L
XL
WorksheetsUnité 23
Total questions: 28
Worksheet time: 28mins
Name
Class
Date
1.
een agent
(a)
2.
een directeur
(a)
3.
een directrice
(a)
4.
een dokter
(a)
5.
een jaar
(a)
6.
een maand
(a)
7.
de maand mei
(a)
8.
een woord
(a)
9.
een miljoen dvd's
(a)
10.
een baan, weg
(a)
11.
Parijs
(a)
12.
helpen
(a)
13.
nodig hebben
(a)
14.
voorbijgaan, langskomen
(a)
15.
nemen
(a)
16.
meer + snel = sneller
(a)
17.
ik geef alles
(a)
18.
in juli
(a)
19.
tijdens
(a)
20.
tot aan
(a)
21.
omdat
(a)
22.
een vliegtuig
(a)
23.
een vrachtwagen
(a)
24.
met het vliegtuig
(a)
25.
met de vrachtwagen
(a)
26.
ander
(a)
27.
elk, ieder
(a)
28.
laatste
(a)
Reset
