wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

M3 Arm en rijk H1/H2/H3

Total questions: 45

Worksheet time: 24mins

Name
Class
Date
1.
Wat is het bnp per hoofd van de bevolking?
a)
Het bnp/hoofd is alle inkomsten van een land gedeeld door de beroepsbevolking.
b)
Het bnp/hoofd is het gemiddeld inkomen van een land.
c)
Het bnp/hoofd is alle inkomsten gedeeld door alle mensen die in een land wonen.
d)
Het bnp/hoofd is het gemiddeld inkomen van de beroepsbevolking.
2.
Abena woont in Ghana. Ze is twaalf, gaat niet naar school en verkoopt sandwiches die haar moeder heeft gemaakt op straat.Welke uitspraak is juist?
a)
Dit meisje werkt in de formele sector als verkoopster.
b)
Dit meisjes werkt in de informele sector, zij heeft geen vast inkomsten.
c)
Dit meisje werkt in de informele sector en verdient een vast salaris.
d)
Dit meisje werkt in de formele sector, haar inkomsten wisselen per dag.
3.

Waar heeft iemand last van als hij/zij onder de armoedegrens leeft

a)

Die mensen hebben niet genoeg geld voor eten, kleding en een dak boven hun hoofd

b)

Die mensen hebben geen tijd om te werken

c)

Die mensen hebben geen zin om te werken, omdat zij al geld genoeg hebben

4.

Het begrip ondervoeding betekent...

a)

Dat iemand te weinig eten binnenkrijgt

b)

Dat iemand heel veel slecht eten heeft gegeten

c)

Dat iemand heel ziek is geworden van eten

5.

Wat betekent het woord krottenwijk? Kies de twee goede antwoorden.

a)

Een krottenwijk is een illegaal gebouwde wijk

b)

Een krottenwijk is voor mensen die niet genoeg geld hebben om in de stad te kunnen wonen

c)

Een krottenwijk is een veilige wijk voor rijkere mensen

d)

Een krottenwijk is een nette wijk met goede winkels

6.

Lage levensverwachting betekent dat iemand....

a)

Niet heel oud wordt

b)

Niet heel gezond leeft

c)

Niet veel verwacht van zijn leven

7.

in ontwikkelingslanden werken veel mensen in de landbouwsector

a)

Waar

b)

Niet waar

8.

In ontwikkelingslanden is een goede gezondheidszorg en kunnen de mensen de makkelijk naar het ziekenhuis.

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

In arme landen worden de mensen ouder als in rijke landen.

a)

Waar

b)

Niet waar

10.

In rijke landen worden de mensen ouder, omdat hier een erg goede gezondheidszorg is.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Sociale bevolkingsgroei is

a)

emigratie min immigratie

b)

immigratie min emigratie

c)

sterfte min geboorte

d)

geboorte min sterfte

12.

Welk antwoord is juist? De Lorenzcurve is een grafiek

a)

waarmee je de verdeling van de schulden ineen land zichtbaar maakt

b)

waarmee je de verdeling van het inkomen in een land zichtbaar maakt

13.

In welke lorenzcurve is de inkomensverdeling het scheefst?

a)
b)
14.

Welke Lorenzcurve komt het meest in de buurt van Nederland?

a)
b)
15.

Kies de juiste manieren van stadsvernieuwing

a)

sloop/nieuwbouw, herstructurering

b)

saneren, renovatie

c)

renovatie, restauratie

d)

re-urbanisatie

16.

In welke wijk is de leefbaarheid het grootste?

a)
b)
c)
d)
17.
Wanneer behoor je tot de beroepsbevolking?
a)
Als je ouder dan 15 bent
b)
Als je tussen de 15-67 jaar bent
c)
Als je jonger bent dan 15
d)
Als je 80 jaar bent
18.

Boris stelt: Als de bebouwingsdichtheid hoog is, is er weinig ruimte voor groen. Dat is slecht voor de leefbaarheid.


Is dit juist of onjuist?

a)

juist

b)

onjuist

19.

Wat is GEEN oorzaak van armoede?

a)

slechte gezondheid

b)

geen diploma

c)

werkloosheid

d)

te laag inkomen

20.

De verschillen tussen rijke en arme gebieden binnen een land noem je..?

a)

Regionale ongelijkheid

b)

Welvaart

c)

Welzijn

d)

Multinationals

21.

De samenstelling van de beroepsbevolking is een indicator voor ontwikkeling. In deze sector zijn veel mensen werkzaam wanneer het land rijk is:

a)

Landbouw

b)

Industrie

c)

Diensten

22.

Wanneer er te weinig eiwitten, vitaminen en mineralen in het dagelijkse voedsel voorkomen, spreekt men van ...

a)

Kwantitatieve honger

b)

Kwalitatieve honger

23.

In een welvarend land komt geen kwalitatieve ondervoeding voor.

a)

Juist

b)

Onjuist

24.

Welk begrip hoort bij:

Het gemiddelde aantal jaren dat de inwoners van een land zullen leven.

a)

leeftijdsopbouw

b)

levensverwachting

c)

natuurlijke bevolkingsgroei

d)

vergrijzing

25.

Lees wat Janne en Finn zeggen over honger.

Janne zegt: ‘Nigerianen die te vaak fastfood eten, zijn kwalitatief ondervoed.’

Finn zegt: ‘Bij kwantitatieve honger is er wel voldoende voedsel, maar dan zitten er te weinig vitaminen en mineralen in die je lichaam nodig heeft.’

Wie heeft gelijk?

a)

Janne en Finn hebben allebei gelijk.

b)

Janne heeft gelijk en Finn heeft ongelijk.

c)

Janne heeft ongelijk en Finn heeft gelijk.

d)

Janne en Finn hebben allebei ongelijk.

26.

De zuigelingensterfte is in Nigeria lager / hoger dan in Nederland.

a)

Lager

b)

Hoger

27.

In Nigeria ligt de levensverwachting lager / hoger dan in Nederland.

a)

Lager

b)

Hoger

28.

→ Waarom is meer variatie in leeftijd en inkomen goed voor een buurt?

a)

De bewoners kunnen dan van dezelfde voorzieningen gebruikmaken.

b)

Dan komen er ook meer verschillende culturen in de buurt.

c)

Dan wordt de buurt gezelliger met meer straatfeesten.

d)

Dan wordt de buurt leefbaarder.

29.

Wat is een juiste titel voor deze kaart?

a)

Het minimumloon in Nederland.

b)

Het besteedbaar inkomen in Nederland.

c)

De sociaal-economische status in Nederland.

d)

De vergrijzing in Nederland.

30.

Wat is een groot nadeel van het hebben van tijdelijk werk?

a)

Je verdient het minimumloon.

b)

Het is lastiger om een huis te kopen.

c)

Het is alleen voor hogeropgeleiden.

d)

Het is alleen voor studenten.

31.

Lees de volgende zinnen.

A Buurman Henk organiseert ieder jaar een buurtbarbecue.

B Bijna de hele wijk voetbalt voor de nieuwe sportclub.

C De groenvoorzieningen in de wijk worden onderhouden door een team van buurtvrijwilligers.

D De middelbare school in de wijk probeert het opleidingsniveau met huiswerktrainingen te verhogen.

→ Wat is geen juist voorbeeld van het bevorderen van de sociale cohesie in een wijk?

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

32.
Wat is de voornaamste inkomstenbron van Nigeria?
a)
Koffie
b)
Olie
c)
Cacao
d)
Graan
33.
Welk klimaat heerst in het noorden van Nigeria?
a)
Tropische Regenwoud
b)
Savanne
c)
Zeeklimaat
d)
Steppe
34.
Welk deel van Nigeria is het dichtste bevolkt?
a)
Noord
b)
Oost
c)
Zuid
d)
West
35.

Obesitas of overvoeding is een vorm van...

a)

Kwantitatieve overvoeding

b)

Kwalitatieve overvoeding

36.

Wat is geen basisbehoefte?

a)

Voeding

b)

Gezondheidszorg

c)

Huisvesting

d)

Onderwijs

e)

Werk

37.

Waardoor is het BNP per inwoner in het zuiden van Nigeria hoger dan in het noorden?

a)

Het noorden is te nat voor landbouw

b)

In het Noordoosten is soms geweld waardoor mensen niet goed kunnen werken

c)

In het zuiden is de bevolkingsdichtheid hoger

d)

In het zuiden zijn meer bedrijven en grote steden

38.

Het voor een lage prijs op de wereldmarkt verkopen van geproduceerde overschotten

a)

Dumping

b)

Verdringen van de eigen voedselproductie

c)

Structurele ontwikkelingshulp

d)

Handelsbelemmering

39.

Vul het begrip in:

Vorm van landbouw waarbij één soort gewas wordt verbouwd op een heel groot stuk land.

(a)  

40.

Vul het begrip in:

Het vertrek van goedopgeleide jonge mensen naar het buitenland

(a)  

41.

Vul het begrip in:

inkomen dat overblijft na aftrek van belastingen en premies.

(a)  

42.

In Nederland kom je de hoogste WOZ-waardes tegen in het ... van het land.

a)

Noorden

b)

Oosten

c)

Westen

d)

Zuiden

43.

Dit is een voorbeeld van:

a)

renovatie

b)

segregatie

c)

sanering

d)

woningdichtheid

44.

In vrijwel alle grote steden kom je probleemwijken tegen. Hier wonen vaak mensen met een laag inkomen en een niet-westerse migratieachtergrond. Zij leven en wonen min of meer gescheiden van de andere stadsbewoners. Welke uitspraak klopt?

a)

Dit is een voorbeeld van integratie.

b)

Dit is een voorbeeld van cultuurbeleid.

c)

Dit is een voorbeeld van migratie.

d)

Dit is een voorbeeld van segregatie.

45.

In de Verenigde Staten verdwenen veel industriële banen vanuit de steden naar het buitenland.


Welke groep had hier het meeste last van?

a)

Afro-Amerikanen

b)

Aziaten

c)

Blanken

d)

Hispanics