Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bevolking en Ruimte

Total questions: 45

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

De meeste Chinezen wonen in het westen

a)

Juist

b)

Onjuist

2.

De meeste Chinezen migreren naar het oosten voor de grote steden en het werk

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Als Han-Chinezen willen verhuizen naar het westen, krijgen ze een huis aangeboden. Dit is een voorbeeld van ''verchinezen''.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Een nadeel van eenkindpolitiek is...

a)

ontgroening

b)

vergrijzing

5.

Deze foto laat een nadeel van de eenkindpolitiek zien..

a)

Juist

b)

Onjuist

6.

Voor 1980 was China een kapitalistisch land

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Briljante studenten mogen zelfs naar het buitenland om er te gaan studeren. Drie van de vier studenten blijven er na hun studie wonen.

a)

Dit noem je braindrain

b)

Dit noem je een vertrekoverschot

c)

Dit noem je een vestigingsoverschot

8.

Nog steeds mogen de Chinezen niet zonder toestemming verhuizen.

a)

Dat is juist

b)

Dat is onjuist

9.

Wat betekent het begrip vergrijzing?

a)

De bevolking bestaat dan uit veel oudere mensen

b)

De bevolking bestaat dan uit veel jongere mensen

c)

Er waren veel oude mensen maar er komen nu erg veel jongere mensen.

10.

Welke van de twee antwoorden past bij het begrip immigratie

a)

Mensen die in Nederland komen wonen

b)

Mensen die uit Nederland weggaan

11.

Welke zin past bij het begrip emigratie?

a)

Mensen die naar het buitenland toe verhuizen

b)

Mensen die naar een ander gebied in Nederland verhuizen

12.

Natuurlijke bevolkingsgroei betekent dat.

a)

Er mensen worden geboren en er mensen dood gaan.

b)

Er mensen vertrekken, omdat ze het niet leuk meer vinden in een land en daardoor weggaan.

c)

Er mensen in een land komen, omdat zij hier meer geld kunnen verdienen

13.

Sociale bevolkingsgroei is

a)

emigratie min immigratie

b)

immigratie min emigratie

c)

sterfte min geboorte

d)

geboorte min sterfte

14.

De periode na 1985 kenmerkt zich door

a)

Re-urbanisatie

b)

Urbanisatie

c)

Suburbanisatie

15.

Een voorziening heeft een minimum aantal klanten nodig om te kunnen bestaan

a)

Reikwijdte

b)

Drempelwaarde

c)

Verzorgingsgebied

16.

Welk begrip hoort hierbij: dalende geboortecijfers zorgen voor een lager aandeel jongeren

a)

vergrijzing

b)

levensverwachting

c)

ontgroening

17.

suburbanisatie komt later dan urbanisatie

a)

juist

b)

onjuist

18.

Het gebied waar klanten vandaan komen

a)

Reikwijdte

b)

Drempelwaarde

c)

Voorzieningen

d)

Verzorgingsgebied

19.

Ik wil mijn brood dichterbij huis kunnen kopen; voor een bureaustoel wil ik wel een grotere afstand afleggen

a)

Drempelwaarde

b)

Reikwijdte

c)

Verzorgingsgebied

d)

Bereikbaarheid

20.

Wat is de belangrijkste oorzaak van het dalen van het geboortecijfer in Nederland?

a)

De levensverwachting neemt toe

b)

Er treedt ontgroening op

c)

Mensen gebruiken voorbehoedsmiddelen

21.

Als in een jaar meer mensen zich in een gebied vestigen dan er vertrekken:

a)

Vestigingsoverschot

b)

Vertrekoverschot

22.

Oost-Europeanen, zoals Polen, die op Nederlandse tuinbouwbedrijven werken om de oogst binnen te halen.

a)

Dit zijn rijksgenoten

b)

Dit zijn seizoensmigranten

c)

Dit zijn gastarbeiders

d)

Dit zijn vluchtelingen

23.

De groep Turken en Marokkanen die vanaf 1965 kwamen om mee te werken aan de industriële opbouw van Nederland.

a)

Dit zijn seizoensmigranten

b)

Dit zijn rijksgenoten

c)

Dit zijn gastarbeiders

d)

Dit zijn vluchtelingen

24.

Waardoor wordt de vergrijzing in veel Europese landen zoals Nederland en Duitsland versterkt?

a)

De toenemende levensverwachting.

b)

De vestiging van gastarbeiders.

c)

De vestiging van economisch vluchtelingen.

d)

Het stijgende sterftecijfer.

25.

Welk begrip hoort hier bij: in de Randstad is meestal sprake van verstopping van netwerken door file

a)

forensisme

b)

bereikbaarheid

c)

congestie

d)

reikwijdte

26.

Schiphol is de banenmotor van Nederland. Welke dimensie wordt hier bedoeld?

a)

politiek

b)

economisch

c)

sociaal

d)

milieu

27.

Door urbanisatie ontstaan agglomeraties.

a)

juist

b)

onjuist

28.

In West-Berlijn kon tot 1989 geen suburbanisatie voorkomen. Waarom niet?

a)

door de strenge overheid

b)

het sterftecijfer lag heel hoog dus er was geen woningnood

c)

de Berlijnse Muur stond om West-Berlijn heen

d)

in het communistische westen waren mensen arm

29.

Het demografische transitiemodel geeft inzicht in:

a)

de natuurlijke bevolkingsgroei

b)

de sociale bevolkingsgroei

30.

Wat kunnen we zeggen over geboorteoverschot en sterfteoverschot in Duitsland en Nederland?

a)

In Nederland en Duitsland is een geboorteoverschot

b)

In Nederland en Duitsland is een sterfteoverschot

c)

In Nederland is een geboorteoverschot; in Duitsland een sterfteoverschot

d)

In Nederland is een sterfteoverschot; in Duitsland een geboorteoverschot

31.

Vooral de jonge mensen vertrokken uit de oostelijke deelstaten, waardoor de vergrijzing hier sneller verliep dan in West-Duitsland.

a)

Juist

b)

Onjuist

32.

Het Ruhrgebied en de Randstad hebben allebei een meerkernengroeimodel

a)

Juist

b)

Onjuist

33.

Een voorbeeld van een pushfactor is...

a)

Lekker weer

b)

Veiligheid

c)

Welvaart

d)

Droogte

34.

Bekijk de afbeelding. Kent dit gebied vooral push- of pullfactoren?

a)

Pushfactoren

b)

Pullfactoren

35.
In welke fase van het demografische transitiemodel zit Nederland?
a)
Fase 2
b)
Fase 3
c)
Fase 4
d)
Fase 5
36.
Bij welke fase uit het demografische transitiemodel past de afbeelding het beste?
a)
Fase 1
b)
Fase 2
c)
Fase 4
d)
Fase 5
37.
Bij welke fase uit het demografische transitiemodel past de afbeelding het beste?
a)
Fase 2
b)
Fase 3
c)
Fase 4
d)
Fase 5
38.

In de jaren 50 werden veel meer kinderen geboren dan er mensen stierven. Welke uitspraak klopt?

a)

In de jaren 50 was er een geboorteoverschot

b)

In de jaren 50 was er een sterfteoverschot

c)

In de jaren 50 was er een daling van de natuurlijke groei

d)

In de jaren 50 was er een stijging van het sterftecijfer

39.

Een Hukou-systeem is ongunstig.

a)

Juist

b)

Onjuist

40.

De arbeidsmigranten laten vaak hun kinderen achter op het platteland. Daarom heeft de regering het hukou-systeem versoepelt.

a)

Juist

b)

Onjuist

41.

Wat is een SEZ in China?

a)

Speciaal ecologische zone

b)

Speciaal economische zijstraat

c)

Speciaal economische zone

d)

Speciaal ecologische zijstraat

42.

Waarom had China de eenkindpolitiek ingevoerd.

a)

Omdat China houdt niet van Kinderen

b)

Vanwege de overbevolking

c)

Omdat ze toch allemaal 1 wilde krijgen

d)

Omdat er te weinig mensen waren.

43.

Wat is GEEN nadeel van de eenkindpotiltiek

a)

De bevolking krimpt

b)

Er bleven alleen maar mannen over

c)

Er treedt vergrijzing op.

44.

Welk land is het tweede meest bevolkte land ter wereld?

(a)  

45.

Wat is geen nadeel van vergrijzing?

a)

Hoge kosten voor de zorg

b)

Tekort aan arbeidskrachten in bepaalde sectoren

c)

Scholen die overvol zijn

d)

Hoge kosten voor pensioenen