wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vrijheid en Gelijkheid

Total questions: 18

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

In welke eeuw begon de Verlichting?

a)

16e eeuw

b)

17e eeuw

c)

18e eeuw

d)

19e eeuw

2.

Welk kenmerk past NIET bij de Verlichting?

a)

Geleerden gaan er vanuit dat mensen kunnen groeien en kunnen leren

b)

Geleerden vinden dat kerkleiders de mensen dom en onwetend houden

c)

Mensen volgen de adviezen op van anderen en denken niet voor zichzelf

d)

Er werden vragen gesteld over de manier waarop de samenleving werd bestuurd

3.

Wat is de juiste omschrijving van het begrip Verlichting?

a)

Denkstroming in de 18e eeuw die het gebruiken van het eigen verstand centraal stelde. Hierdoor kon een betere samenleving worden gemaakt.

b)

Denkstroming in de 19e eeuw die het gebruiken van van het eigen verstand centraal stelde. Hierdoor kon een betere samenleving worden gemaakt.

c)

Een nieuwe uitvinding in de 18e eeuw waarbij mensen niet meer kaarsen als verlichting hoefden te gebruiken, maar nu lampen konden gebruiken.

d)

Denkstroming waarbij mensen op een bepaalde manier gingen denken dat ze zich erg verlicht voelden.

4.

Montesquieu was de bedenker van de...

a)

Natuurwetten

b)

Staten-Generaal

c)

Trias politica

d)

Verlichting

5.

Uit welke drie machten bestaat de Trias Politica?

a)

Uitvoerlijke macht, wettelijke macht en de rechterlijke macht

b)

Wetgevende macht, uitvoerende macht en rechtgevende macht

c)

Wetgevende macht, beslissings- macht en rechtsprekende macht

d)

de hoogste macht, wetgevende macht en rechtelijke macht

6.

Welke omschrijving van het absolutisme is juist?

a)

Manier van regeren waarbij de president alle macht van God heeft gekregen en daardoor het alleenrecht heeft

b)

Manier van regeren waarbij de ministers niets tegen de vorst kunnen inbrengen, omdat zo moet van de kerk

c)

Manier van regeren waarbij de vorst alle macht in handen heeft omdat God hem al die macht gegeven zou hebben

d)

Manier van regeren waarbij het parlement alle macht heeft en de koning niets te zeggen heeft

7.

Wat is de juiste volgorde van de standen in de standenmaatschappij in Frankrijk in de 18e eeuw?

a)

1e stand adel, 2e stand geestelijkheid, 3e stand de burgers

b)

1e stand geestelijkheid, 2e stand adel, 3e stand boeren

c)

1e stand de burgers, 2e stand adel, 3e stand geestelijkheid

d)

1e stand geestelijkheid, 2e stand adel, 3e stand de burgers

8.

Waar staat de WIC voor

a)

Winst in handen

b)

West -Indische Compagnie

c)

West-India compagnie

d)

Winst In Colombia

9.

De slaven waren

a)

Afrikanen

b)

Europeanen

c)

Indianen

10.

In de eeuw van verlichting kwam er steeds meer verzet tegen slavernij.

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

De eigenaars van slaven waren

a)

Europeanen

b)

Afrikanen

c)

Indianen

d)

slaven

12.

Volgens John Locke mocht het volk de koning afzetten als hij geen rekening hield met de belangen van het volk.

a)

Goed

b)

Fout

13.

Welke omschrijving van het absolutisme is juist?

a)

Manier van regeren waarbij de president alle macht van God heeft gekregen en daardoor het alleenrecht heeft

b)

Manier van regeren waarbij de ministers niets tegen de vorst kunnen inbrengen, omdat zo moet van de kerk

c)

Manier van regeren waarbij de vorst alle macht in handen heeft omdat God hem al die macht gegeven zou hebben

d)

Manier van regeren waarbij het parlement alle macht heeft en de koning niets te zeggen heeft

14.

Welk verschijnsel in de 18e eeuw in Frankrijk past bij deze afbeelding?

a)

De verlichting

b)

Ancien Régime

c)

Standenmaatschappij

d)

Franse Revolutie

15.

Juist of Onjuist:


Wanneer Napoleon van zijn veldtochten terugkeert is het een grote chaos in Frankrijk. Hij steunt de gematigden en pleegt een staatsgreep.

a)

Juist

b)

Onjuist

16.

Welke van de onderstaande redenen verklaard de populariteit van Napoleon het beste?

a)

Hij pleegde een staatsgreep

b)

Hij was een geliefde generaal van het Franse leger

c)

Na een periode van chaos bracht hij rust en stabiliteit in Frankrijk

d)

Napoleon veroverde grote gebieden waardoor Frankrijk een groot rijk werd

17.

Tussen 1792 en 1815 voerde Frankrijk veel oorlogen. In de eerste helft van deze periode moest Frankrijk zichzelf vooral verdedigen, maar later kon het Franse leger grote gebieden veroveren.


Welke veranderingen die Napoleon doorvoert zijn de oorzaken van de verbeterde Franse positie tijdens de oorlogen?


(LET OP! Meerdere antwoorden zijn juist)

a)

Napoleon voert de dienstplicht in

b)

Napoleon zorgt voor grote huurlegers

c)

Napoleon krijgt steun van Engeland

d)

Napoleon verandert aanvalsstrategie op tactische wijze

18.

Welk rijtje past het beste bij de veranderingen die Napoleon in Europa doorvoert?

a)
  • Veroverde landen werden onderdeel of een vazalstaat van het Franse rijk van Napoleon
  • In alle veroverde gebieden werden bestuurlijke vernieuwingen doorgevoerd
  • De Code Napoleon werd in de veroverde gebieden ingevoerd. Dit wetboek zorgde voor meer gelijkheid
  • Er ontstaan grote landen in Europa
b)
  • Veroverde landen worden een vazalstaat van Frankrijk
  • De Code Napoleon wordt in veroverde gebieden ingevoerd, hiermee wordt de standensamenleving hersteld
  • In alle veroverde gebieden werden nieuwe maten en gewichten ingevoerd
  • Een burgerlijke stand werd in veroverde gebieden ingevoerd
c)
  • Veroverde landen werden onderdeel of een vazalstaat van het Franse rijk van Napoleon
  • In alle veroverde gebieden werden bestuurlijke vernieuwingen doorgevoerd
  • De Code Napoleon wordt in veroverde gebieden ingevoerd, hiermee wordt de standensamenleving hersteld
  • Er ontstaan grote landen in Europa
  • Een burgerlijke stand werd in veroverde gebieden ingevoerd
d)
  • Veroverde landen werden onderdeel of een vazalstaat van het Franse rijk van Napoleon
  • In alle veroverde gebieden werden bestuurlijke vernieuwingen doorgevoerd
  • De Code Napoleon werd in de veroverde gebieden ingevoerd. Dit wetboek zorgde voor meer gelijkheid
  • In alle veroverde gebieden werden nieuwe maten en gewichten ingevoerd
  • Een burgerlijke stand werd in veroverde gebieden ingevoerd