wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klimaat

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Wat betekent weer?

a)

Het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar.

b)

De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment.

c)

De temperatuur op een bepaalde plek.

d)

Alle vormen van regen en wind bij elkaar.

2.

Wat zijn de 3 belangrijkste kenmerken van weer?

a)

Neerslag, wind en water.

b)

Neerslag, water en temperatuur.

c)

Neerslag, temperatuur en wind.

d)

Temperatuur, wind en water.

3.

In welke zin staan allemaal vormen van neerslag?

a)

Regen, sneeuw, hittegolf

b)

Regen, sneeuw, hagel

c)

Hagel, sneeuw, ijskappen

d)

Regen, hagel, ijsbergen

4.

Wat betekent klimaat?

a)

Het gemiddelde weer over een periode van 10 jaar.

b)

Het gemiddelde weer over een periode van 30 jaar.

c)

Het gemiddelde weer over een periode van 50 jaar.

d)

De toestand van de atmosfeer op een bepaald moment.

5.
Dit is een afbeelding van
a)
een barometer
b)
een pluviometer
c)
een thermometer
d)
een anemometer
6.

De foto is een voorbeeld van...

a)

stijgingsneerslag

b)

stuwingsneerslag

c)

frontale neerslag

7.

Nummer 2 is het landklimaat

a)

Juist

b)

Onjuist

8.
wat verandert het weer?
a)
wind, hoogteligging, aan zee.
b)
wind, hoogteligging
c)
hoge bomen
d)
geen antwoord is goed
9.

Wat is een aanlandige wind voor Nederland?

a)

westenwind

b)

oostenwind

c)

zuidoostelijke wind

d)

noordoostelijkewind

10.

Waarom heeft Nederland een zeeklimaat?

a)

Het klimaat van het grootste gedeelte van het land staat onder invloed van de Noordzee

b)

Het klimaat van het grootste gedeelte van het land staat onder invloed van de land

c)

Het klimaat van het grootste gedeelte van het land staat onder invloed van de Middellandse zee

d)

Het klimaat van het grootste gedeelte van het land staat onder invloed van de Kaspische Zee

11.

Breedteligging is de afstand van een plaats of gebied tot aan de Evenaar (in graden)

a)

Juist

b)

Onjuist

12.

Op lage breedte is het warmer dan op hoge breedte.

Dit komt doordat zonnestralen een kleinere afstand hoeven af te leggen & ze een kleiner oppervlakte hoeven te verwarmen (dan op hoge breedte).

a)

Juist

b)

Onjuist

13.
Wat is stijgingsregen ?
a)
regen die stijgt
b)
 regen die door opstijgende warme lucht ontstaat
c)
wolken die langs een berg komen en moeten stijgen
14.
Wat is de betekenis van Atmosfeer?
a)
De luchtlaag om de aarde
b)
De luchtlaag om de maan
c)
De luchtlaag op de grond
d)
De luchtlaag rond de zon
15.
Wat doet een meteoroloog?
a)
Voorspellen van weer
b)
Voorspellen en meten van het weer.
c)
Meten van het weer.
16.

Met hoeveel graden is de temperatuur op aarde de afgelopen 100 jaar ongeveer gestegen?

a)

1°C

b)

2°C

c)

0,5°C

d)

0°C

17.
Waardoor ontstaan seizoenen?
a)
Door de draaiing van de aarde om zijn eigen as
b)
Door de draaiing van de zon om de aarde
c)
Door de draaiing van de aarde om de zon
d)
Ik heb geen idee
18.
Waar is het verschil in seizoenen het grootst?
a)
Marokko
b)
Noorwegen
c)
Nederland
d)
Spanje
19.
Waardoor is het bij de polen kouder?
a)
Zonnestralen vallen loodrecht in en de afstand van de zonnestraal door de dampkring is kleiner 
b)
Zonnestralen vallen schuiner in en de afstand van de zonnestraal door de dampkring is kleiner  
c)
De zonnestralen vallen schuiner in en de afstand van de zonnestraal door de dampkring is groter 
d)
De zonnestralen vallen loodrecht in en de afstand van de zonnestraal door de dampkring is groter