wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nederlandse samenleing

Total questions: 15

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

de dominante cultuur is:

a)

De cultuur van een kleine groep mensen

b)

De cultuur waarin één iemand de baas (dus dominant) is.

c)

De cultuur die de meeste mensen in een land hebben.

d)

De normen waarden en gewoonten van een groep mensen

2.

een subcultuur is:

a)

De cultuur van een kleine groep mensen

b)

De cultuur die de meeste mensen in een samenleving hebben.

c)

Een cultuur van mensen die graag naar de Subway gaan

d)

De normen waarden en gewoonten van een groep mensen

3.

Moslims vormen in Nederland de dominante cultuur

a)

waar

b)

niet waar

4.

een vooroordeel is:

a)

een oordeel over iemand zonder dat je die persoon echt kent

b)

een oordeel over één van je vrienden

c)

een oordeel van de rechtbank na een strafbaar feit

d)

een oordeel van je ouders over je vrienden

5.

een vooroordeel is:

a)

een oordeel over iemand zonder dat je die persoon echt kent

b)

een oordeel over één van je vrienden

c)

een oordeel van de rechtbank na een strafbaar feit

d)

een oordeel van je ouders over je vrienden

6.

als je een vooroordeel hebt over een hele groep mensen noem je dat:

a)

een vooroordeel

b)

tolerant zijn

c)

een stereotype

d)

discriminatie

7.

We spreken van discriminatie als:

a)

mensen gelijk worden behandeld

b)

mensen in dezelfde situatie anders worden behandeld

c)

mensen een baan niet krijgen omdat ze niet geschikt zijn

d)

als mensen in dezelfde situatie gelijk worden behandeld.

8.

als je tolerant bent dan:

a)

Vind je het prima als mensen andere normen en waarden hebben dan jij

b)

Vind je het lastig als mensen andere normen en waarden hebben dan jij

c)

Ga je graag mee in de normen en waarden van een ander

d)

Maak je ruzie als iemand het niet met je eens is

9.

we spreken van racisme als:

a)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar leeftijd

b)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar geslacht

c)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar afkomst

d)

iemand ander behandeld wordt op grond van zijn / haar geloof

10.

wanneer ben je immigrant?

a)

Als je Nederland binnen komt om er te gaan wonen

b)

Als je uit Nederland vertrekt om in een ander land te gaan wonen

11.

Wanneer ben je een emigrant?

a)

Als je Nederland binnen komt om hier te gaan wonen

b)

Als je Nederland uit gaat om in een ander land te gaan wonen

12.

Wanneer ben je een asielzoeker?

a)

Als je vlucht voor oorlog

b)

Als je vlucht omdat je homoseksueel bent, en dat in jouw land niet mag

c)

Als je vlucht omdat je leven gevaar loopt vanwege je politieke mening

d)

Als je naar een ander land gaat voor werk, en een beter leven

13.

wanneer ben je allochtoon?

a)

als je zelf in een ander land geboren bent

b)

als je ouders allebei in een ander land geboren zijn

c)

als één van je ouders in een ander land geboren is

d)

als je opa of oma in een ander land geboren is

14.

Welke redenen hadden migranten de afgelopen 60 jaar om naar Nederland te komen?

a)

Het prettige klimaat

b)

werk

c)

gezinshereniging

d)

veiligheid, op de vlucht voor oorlog of ander geweld

e)

ze woonden in Nederlandse koloniën en die werden onafhankelijk. Uit angst voor onrust kwamen ze naar Nederland

15.

Dominante cultuur of een subcultuur?

a)

dominante cultuur

b)

subcultuur