wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Kader 4 - H4

Total questions: 15

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

Recht evenredig (RE), omgekeerd evenredig (OE) of

niet-evenredig (NE)?

Het aantal pannen nodig om een dak te bedekken en de grootte van het dak.

a)

RE

b)

OE

c)

NE

2.

Recht evenredig (RE), omgekeerd evenredig (OE) of

niet-evenredig (NE)?

Het aantal boeketten dat je met 200 rozen kunt maken en het aantal rozen per boeket.

a)

RE

b)

OE

c)

NE

3.

Een auto legt een afstand van 240 km af in 2,5 uur. In hoeveel tijd (in uur) legt de auto een afstand af van 288 km bij dezelfde snelheid?

(a)  

4.

Van welk bedrijf is dit het logo?

a)

Prada

b)

Guess

c)

Gucci

d)

Vans

5.

Deze grafiek geeft het verband weer tussen de prijs en de hoeveelheid gekochte bananen. Is deze verhouding recht of omgekeerd evenredig?

a)

Recht evenredig

b)

Omgekeerd evenredig

6.

Deze grafiek geeft het verband weer tussen de prijs en de hoeveelheid gekochte bananen. Hoeveel betaal je voor 3 kg bananen?

a)

€4,00

b)

€5,00

c)

€5,50

d)

€6,00

e)

€6,50

7.

Een aantal vriendinnen koopt samen een cadeau van 50 euro voor de verjaardag van Chantal.  


Er is dan sprake van een .... verband tussen het aantal vriendinnen en het bedrag per persoon.

a)

lineair

b)

exponentieel

c)

kwadratisch

d)

omgekeerd evenredig

8.

Als je met de bus gaat betaal je €0,98 instaptarief plus 17 cent per kilometer.


Er is dan sprake van een ... verband tussen het aantal kilometers en de ritprijs.

a)

lineair

b)

exponentieel

c)

evenredig

d)

omgekeerd evenredig

9.

Waar is de SInt geboren?

a)

Turkije

b)

Spanje

c)

Gibraltar

d)

Malta

10.

Op een spaarrekening krijg je elk jaar 0,5% rente.


Er is dan sprake van een ... verband tussen het saldo en het aantal jaren.

a)

lineair

b)

exponentieel

c)

evenredig

d)

omgekeerd evenredig

11.

Los op: 3x + 6 = 3

a)

x = 1

b)

x = 0

c)

x = -1

12.

Wat is de oplossing van de vergelijking 2x + 5 = 4x - 3

a)

x = 2

b)

x = 4

c)

x = -4

d)

x = 3

e)

het juiste antwoord staat er niet tussen

13.

Bereken y = -x2 + 2 als x = -33

a)

x = -1091

b)

x = -1087

c)

x = 1091

d)

x = 68

e)

x = -64

14.

Hoeveel symmetrieassen zie jij ?

a)

2

b)

4

c)

6

d)

8

15.

Hierboven zie je de grafieken van y = x2 en y = -3x.

Wanneer geldt dat x2 is kleiner dan -3x ?

a)

als x is kleiner dan -3

b)

als x ligt tussen -3 en 0

c)

als x is groter dan 0