wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Ruimtefiguren

Total questions: 28

Worksheet time: 43mins

Name
Class
Date
1.
Welke ruimtefiguur zie je hier?
a)
een bol
b)
een kubus
c)
een rechthoek
d)
een balk
2.

Dit is een

a)

cilinder

b)

kegel

c)

piramide

d)

balk

3.

Dit is een

a)

cilinder

b)

kegel

c)

piramide

d)

balk

4.

Duid alle juiste namen aan:

a)

kegel

b)

balk

c)

kubus

d)

piramide

5.

Dit is een

a)

cilinder

b)

bol

c)

cirkel

d)

veelvlak

6.

De blauwe en rode lijn noemen we

a)

ruggen

b)

ribben

c)

zijvlakken

d)

grondvlak en bovenvlak

7.

Een balk is een

a)

viervlak

b)

tweevlak

c)

achtvlak

d)

zesvlak

8.
Hoeveel ribben heeft een balk?
a)
4
b)
8
c)
12
d)
16
9.

Welke ruimtefiguren hebben geen ribben?

a)

Piramide en Bol

b)

Bol, Kegel en Cilinder

c)

Kegel en Cilinder

d)

Piramide, Kegel en Bol

10.
Hoe heet deze ruimtefiguur?
a)
kegel
b)
balk
c)
koker
d)
cilinder
11.
Welke ruimtefiguur herken je in dit gebouw?
a)
cilinder
b)
kegel
c)
kubus
d)
bol
12.
Hoeveel ribben heeft deze ruimtefiguur?
a)
1
b)
2
c)
0
d)
3
13.

Van het hondenhok zijn drie aanzichten getekend.

Welk aanzicht zie je bij nummer 1?

a)

vooraanzicht

b)

achteraanzicht

c)

bovenaanzicht

d)

rechterzijaanzicht

14.

Van het hondenhok zijn drie aanzichten getekend.

Welk aanzicht zie je bij nummer 2?

a)

vooraanzicht

b)

achteraanzicht

c)

bovenaanzicht

d)

rechterzijaanzicht

15.

Van het hondenhok zijn drie aanzichten getekend.

Welk aanzicht zie je bij nummer 3?

a)

vooraanzicht

b)

achteraanzicht

c)

bovenaanzicht

d)

rechterzijaanzicht

16.

Welk aanzicht is het vooraanzicht?

a)
b)
c)
d)
17.

Welk aanzicht is het bovenaanzicht?

a)
b)
c)
d)
18.

Welk aanzicht is het bovenaanzicht?

a)
b)
c)
d)
19.

Welk aanzicht is het vooraanzicht?

a)
b)
c)
d)
20.

Geef de onderlinge ligging van

CF en FH

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend

21.

Geef de onderlinge ligging van

CD en FB

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend

22.

Geef de onderlinge ligging van

CD en HD

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend

23.

Geef de onderlinge ligging van

FB en FG

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend

24.

Geef de onderlinge ligging van

EF en fC

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend

25.

Geef de onderlinge ligging van

HF en AG

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend

26.

Geef de onderlinge ligging van

FG en GH

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend

27.

Geef de onderlinge ligging van

AB en CD

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend

28.

Geef de onderlinge ligging van

GD en BH

a)

evenwijdig

b)

snijdend en loodrecht

c)

snijdend maar niet loodrecht

d)

kruisend