NEW
Font size
S
M
L
XL
WorksheetsUnit 3 Lesson 1 and 2
Total questions: 14
Worksheet time: 7mins
Name
Class
Date
1.
all kinds of
a)
allerlei soorten
b)
schattig
c)
taak
2.
end up (to)
a)
corrigeren
b)
het einde
c)
ergens terechtkomen
3.
get better (to)
a)
goed worden
b)
beter worden
c)
beter maken
4.
mind (to)
a)
erg vinden
b)
denken
c)
mening geven
5.
reduce (to)
a)
verlagen
b)
verwijderen
c)
aanmaken
6.
guide dog
a)
gids
b)
hulppersoon
c)
blindengeleidehond
7.
dinner party
a)
feest
b)
etentje
c)
ontbijt
8.
fancy
a)
mooi
b)
chique
c)
fantasie
9.
hang out with friends (to)
a)
naar je vrienden gaan
b)
buiten hangen
c)
Thuis chillen
10.
loads of
a)
Heel weinig
b)
stukjes van
c)
heel veel
11.
novel
a)
boek
b)
roman
c)
tijdschrift
12.
reliable
a)
onbetrouwbaar
b)
ergens op leunen
c)
betrouwbaar
13.
stare (to)
a)
staren
b)
aankijken
c)
blijven staan
14.
odd
a)
vreemd
b)
oud
c)
helder
Reset
