wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

polariteit en dipoolmomenten

Total questions: 17

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Teken de partiele ladingen bij ammoniak

2.

teken de partiele lading bij methanol

3.

Teken de partiële lading bij formaldehyde

4.

Gegeven is het molecuul tetrafluormethaan(CF4). Welk van de volgende beweringen over dit molecuul is waar?

a)

CF4 heeft polaire bindingen en is een polair molecuul

b)

CF4 heeft apolaire bindingen maar is een polair molecuul

c)

CF4 heeft polaire bindingen maar is een apolair molecuul

d)

CF4 heeft apolaire bindingen en is een apolair molecuul

5.

Een molecuul dat slecht oplosbaar is in water noem je

(a)  

6.

teken 4 waterstofbruggen in dit figuur

7.

Water bevat naast polaire bindingen en vanderwaalsbindingen ook nog

(a)  

8.

Een polaire stof lost goed op in water

a)

Waar

b)

Niet waar

9.

Bij een hydrofobe stof heb je wel/geen waterstofbruggen

a)

Wel

b)

Geen

10.

Een hydrofiele stof lost goed op in water

a)

Waar

b)

Niet waar

11.

Suiker lost goed op in water, omdat het ... kan vormen met water.

(a)  

12.

Wat voor soort binding komt voor in koper?

a)

Atoombinding

b)

Ionbinding

c)

Metaalbinding

d)

Molecuulbinding

13.

Welke van onderstaande stoffen kan stroom geleiden?

a)

H2O (s)

b)

H2O (l)

c)

NaCl (s)

d)

NaCl (l)

14.

Uit welke deeltjes bestaat een atoombinding?

a)

Atomen

b)

Elektronen

c)

Neutronen

d)

Protonen

15.

Wat is de valentie van koolstof?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

16.

Welke stof kan waterstofbruggen vormen?

a)
b)
c)
d)
17.

welk plaatje klopt niet met betrekking tot waterstofbruggen

a)
b)
c)
d)