wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taal en lezen in de basisschool

Total questions: 16

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Als een leerling een stelopdracht heeft en hij schrijft over de dood van zijn poes dan kan hij ...

a)

informatie verzamelen

b)

de tekst structureren

c)

de inhoud verwoorden

d)

de schrijftaak verkennen

2.

Bij welke prijs bepalen kinderen wie de prijs voor het beste kinderboek moet krijgen?

a)

Gouden griffel

b)

Zilveren griffel

c)

Met vlag en wimpel

d)

De Nederlandse kinderjury

3.

De fase in het leesonderwijs waarin de kinderen alle letters leren, noemen we:

a)

voorbereidend lezen

b)

aanvankelijk lezen

c)

voortgezet lezen

4.

Een groepje leerlingen leest voor aan de klas, dit noemen we:

a)

leeskring

b)

hardop lezen

c)

stillezen

d)

forumlezen

5.

AVi-lezen is ...... lezen

a)

belevend

b)

begrijpend

c)

studerend

d)

technisch

6.

Sprookjes hebben een ..... functie

a)

creatieve

b)

zingevende

c)

esthetische

d)

ontspannende

7.

Welk domein is GEEN taaldomein

a)

Mondelinge taalvaardigheid

b)

Stellen

c)

Spelling

d)

Zinsontleden

8.

Hier staat de emotionele betrokkenheid van de lezer centraal

a)

belevend lezen

b)

begrijpend lezen

c)

studerend lezen

d)

technisch lezen

9.

Kinder- en jeugdboeken hebben verschillende functies. Wat wordt bedoeld met de creatieve functie?

a)

In het boek kun je lekker fantaseren

b)

Het boek ziet er heel erg mooi uit, met mooie letters en tekeningen

c)

Het boek komt tegemoet aan de behoefte van zingeving

d)

Na het lezen van het boek volgt een knutselopdracht

10.

Kinderen lezen in tweetallen, hetzelfde boek, daarna praten ze over de inhoud van het boek

a)

Formuleren

b)

Theaterlezen

c)

Tutorlezen

d)

Voorlezen

11.

Het boek komt tegemoet aan de behoefte aan schoonheid/ de nadruk ligt op de mooie afbeeldingen/ taal van het boek

(postertje functies van kinderboeken)

a)

esthetische functie

b)

zingevende functie

c)

informatieve functie

d)

emotie functie

12.

Na de kerstvakantie kennen kinderen in groep 3 alle letters en kunnen zij met deze letter woorden ontcijferen die ze nog niet kennen.

a)

Technisch lezen

b)

Aanvankelijk lezen

c)

Spelling

d)

Mondelinge taalvaardigheid

13.

De man sloeg de vrouw met de paraplu. Dit hoort bij het domein:

a)

Taalbeschouwing

b)

Woordenschat

c)

Jeugdliteratuur

d)

Stellen

14.

Welke functie heeft een boek met informatie over het leven van dinosaurussen in de pre-historie?

a)

esthetische functie

b)

informatieve functie

c)

zingevende functie

d)

creatieve functie

15.

Welk domein van taal is hier van toepassing: luistertoets

a)

Woordenschat

b)

Spelling

c)

Mondelinge taalvaardigheid

d)

Stellen

16.

Welk domein van taal is hier van toepassing: luistertoets

a)

Woordenschat

b)

Spelling

c)

Mondelinge taalvaardigheid

d)

Stellen